75 jaar Trouw

Ja, er werken ook twintigers en jonge dertigers bij Trouw. Dit denken zij over de toekomst van de krant

Jeannine Julen (29) Beeld Esmée Verheijen

Bijna een vijfde van alle Trouw-redacteuren is rond de dertig of jonger. Hoe kijken zij naar de krant, en hoe zal die er straks voor hen uitzien?

Het begint met die vertwijfelde frons in het voorhoofd. Dan die half-afgemaakte glimlach om de lippen. Slechts luttele seconden zichtbaar, want daarna wordt elke vorm van verbazing onderdrukt. Tot de flauwe grappen volgen. “Werk je al vierenhalf jaar bij Trouw? Zeker begonnen toen je zestien was.” Of: “Zal ik je meisje of mevrouw noemen?”, vlak voor mijn interview met de scheidend voorzitter van een grote branchevereniging.

Wie een Trouw-journalist verwacht, denkt niet direct aan een twintiger of jonge dertiger. Eerder aan een bedaagd figuur, type brilletje, licht grijzend, een man van in de vijftig, geruit overhemd en een vocabulaire dat qua moeilijkheidsgraad dat van oud-premier Dries van Agt benadert. Dus geen paars gestifte lippen en uitgegroeide geblondeerde kroeze lokken zoals ik die vaak heb. Geen nonchalant voortsjokkende Niels Markus, geen indrukwekkende bos krullen van Kristel van Teeffelen, de kleurrijke rokken die Rianne Oosterom draagt, of pretoogjes en hippe flarebroeken van Petra Vissers, laat staan een energieke gangmaker als Isabel Baneke. En al helemaal geen Jan Kruidhof die zich alleen rennend over de redactievloer voortbeweegt. Haast of geen haast.

Toch maken deze jonge journalisten, met nog vijftien andere twintigers en begin-dertigers, bijna een vijfde deel uit van het personeelsbestand van Trouw. Ze staan op de voorpagina, schrijven Verdiepingsverhalen, reportages, interviews en analyses. Ooit begonnen als stagiair of uitzendkracht, nu kritische journalisten die net zo kritisch naar hun eigen krant kijken. In de woorden van Petra Vissers: “Zes jaar geleden dacht ik: wow, ik mag werken voor Trouw. Inmiddels weet ik: wij zijn die krant. Trouw mag blij zijn dat wij goede stukken maken. Dat we ervoor zorgen dat die krant blijft bestaan.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Petra Vissers (29) Beeld Esmée Verheijen

Op een voetstuk

Een jaar of zes geleden, ze was stagiair, stond Trouw voor haar nog op een voetstuk. Liefde opgewekt door haar nieuws verslindende vader, die de krant elke dag las. Zelfs op momenten dat Trouw onmogelijk het laatste nieuws kon brengen. Bijvoorbeeld tijdens die vakantie in Hongarije. “Oh no, there’s a civil war going on in your country”, riep een Hongaar ontdaan toen net bekend was dat Pim Fortuyn (of was het toch Theo van Gogh, ze weet het niet zeker meer) was vermoord. “We stapten de auto in, reden naar de eerste de beste sigarenboer, en kochten direct een krant. Maar er stond helemaal niks in. Dat zou de volgende morgen pas gebeuren.”

En er was nog die familielink met de krant: haar twee opa’s zaten in het verzet. De een vertelde op verjaardagen trots hoe hij kranten rond bracht in de oorlog (vast Trouw, vermoedt haar moeder nu). De andere stierf een vroege dood vlak na de bevrijding. Naar zijn heldendaden is het gissen. Toch waren het vooral de herinneringen aan de krant en haar prototype Trouw-ouders (moeder in de verpleging en vader die verkeersdeskundige is) die de liefde voor Trouw bleven aanwakkeren. Apetrots waren ze dan ook toen Petra er stage ging lopen. “Na de eerste week belde ik ontgoocheld mijn moeder op en zei: ‘Mam, die mensen doen maar wat joh. Dingen mislukken hier ook gewoon.’”

Een heel andere krant

Hoe anders was het bij Jan Kruidhof thuis, waar een heel andere krant op de keukentafel lag: het Nederlands Dagblad. Zijn vader, dominee in Drachten, spoorde hem vanaf zijn tienerjaren aan om het hoofdredactioneel commentaar te lezen. Nog wat later kreeg hij elke zaterdag twee euro mee om zelf ‘zijn’ krant uit te kiezen. En zo kwam het dat de domineeszoon in de Volkskrant las over een expositie vol stijve piemels en volle borsten van fotograaf Erwin Olaf. In Trouw maakte hij kennis met verhalen over Harry Kuitert, een verafschuwde theoloog in huize Kruidhof.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Jan Kruidhof (30) Beeld Esmée Verheijen

Stapte hij door die verhalen van het geloof af? Een tikkeltje verontwaardigd: “Sowieso heeft niks me ‘geholpen’ om van mijn geloof af te stappen. Maar ik maakte wel kennis met nieuwe denkbeelden over het geloof.” Hij herinnert zich dat hij een buurjongen tijdens een ruzie toeriep: “Jullie aanbidden palen!” Waarom? “Ik dacht dat ongelovigen afgoden aanbaden, continu stomdronken waren en met iedereen het bed in doken. Maar Trouw bracht daar nuance in. Dat blijft toch bijzonder.”

Puur toeval

Soms is het ook puur toeval dat je als jonge journalist bij een krant als Trouw terechtkomt. Zo schreef Niels Markus alle kwaliteitskranten aan voor een stage. “Trouw was de enige die toehapte.” En Kristel van Teeffelen, opgegroeid met NRC thuis, hoorde enigszins teleurgesteld van haar docenten aan dat ze stage zou gaan lopen bij Trouw. Rianne Oosterom wist eigenlijk pas dat ze journalist wilde worden toen haar stage al in volle gang was.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Rianne Oosterom (25) Beeld Esmée Verheijen

En ik? Ik fluisterde in het oor van een studiegenoot: “Ik schrijf veel te vaak over spiritualiteit. Ik hoop niet dat ze me als stagiair naar Trouw sturen.” Het gebeurde toch. Fastforward: nergens spijt van.

Ondanks al die verschillen klinkt op de vraag ‘Voel je je een Trouw-journalist’ een volmondig ja. Vanwege de verhalen over minderbedeelden die ze kunnen schrijven, zeggen ze bijna allemaal. En vanwege de diepere laag waar ze naar kunnen graven.

Doorvragen

“Ik blijf doorvragen”, zegt Markus, “ook als mensen daar niet zo’n trek in hebben.” Hij is er een keer bijna voor ‘op zijn bek geslagen’. “Schrijf dat maar niet op”, zegt hij direct. “Anders lijkt het alsof ik ermee te koop loop.” Maar als je over integratie schrijft is doorvragen niet altijd eenvoudig. Een witte journalist van een wit medium, wekt wantrouwen op. En het lezerspubliek deelt zich meteen op in twee kampen: het ene noemt hem moslimknuffelaar, het andere kaffert hem uit voor moslimhater. Of hij die moeilijke onderwerpen daardoor weleens uit de weggaat? Hij schudt direct het hoofd. “Ik ben zelfs een beetje teleurgesteld als het stil blijft terwijl ik reuring had verwacht.”

Het is het type durf dat Van Teeffelen meer wil zien bij de krant. Ja, Trouw heeft met de Verdieping een prachtformule. En ja, onderwerpen als duurzaamheid, het asielbeleid en religie brengen we met verve. Maar soms sterven goede ideeën een stille dood. “We zijn niet zo’n grote krant, maar qua kwaliteit doen we niet onder voor de rest. Wees ambitieuzer, eigenwijzer. Alleen zo kunnen wij het gesprek van de dag bepalen.”

Schop iets kapot

Schop eens iets kapot, vult Vissers aan. Neem stelling. Formuleer scherper. Wees niet zo gezagsgetrouw. “We hoeven niet voorop te lopen bij een bepaald onderwerp, zeggen oudere collega’s soms tijdens de ochtendvergadering. Ik denk dan: hoezo niet? Als je het belangrijk vindt, ga je het regelen.”

Oosterom deed dat. Anderhalf jaar deed ze samen met een collega onderzoek naar seksueel misbruik onder Jehova’s getuigen. Het leverde 9585 woorden aan interessante informatie op. Twee openingen krant, vier artikelen in de Verdieping, vervolgonderzoek in België en tientallen meldingen bij een nieuw opgericht meldpunt voor misbruikslachtoffers.

Van Teeffelen ontdekte, na maanden graven, dat eigenlijk geen enkele autoriteit vat heeft op alle camera’s en sensoren die het gedrag van burgers volgen. En Markus ontfutselde de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb de uitspraak dat het islamdebat zo verhit is dat het even moet worden bevroren.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Kristel van Teeffelen (30) Beeld Esmée Verheijen

Verzetsjournalistiek

Een vorm van verzetsjournalistiek, noemt Oosterom dit: niet het soort waarbij kranten onder rokken, in jassen en onder hoedjes worden gesmokkeld, maar het type verzet dat belangrijke zaken boven tafel haalt, die we anders nooit te weten waren gekomen. “Zie het niet als activisme, maar als maatschappelijk verzet tegen onrecht. Een beetje zoals we 75 jaar geleden deden.”

Werkte hij niet bij Trouw, zegt Markus voorzichtig, dan had hij waarschijnlijk geen abonnement op de krant die hij ‘wat zwaar op de hand’ vindt. ‘Te christelijk’, hoort Van Teeffelen soms van vrienden. Maar het échte probleem zit volgens haar elders: “Veel van mijn vrienden hébben niet eens een krantenabonnement. Hun kinderen groeien dus op zonder krant. Hoe bind je die nieuwe generatie toch aan je als ze het lezen van kranten niet gewend is?”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Niels Markus (29) Beeld Esmée Verheijen

Oosteroms antwoord: door trouw te blijven aan Trouw. “Laten we lezers naar ons toetrekken die op dezelfde manier in het leven staan. Ik zie in mijn omgeving genoeg jonge, betrokken Trouwabonnees die duurzaamheid en religie hoog in het vaandel hebben staan.”

Tomeloze ambitie

Houdt die tomeloze ambitie van de jonge journalisten de krant nog jaren op de been? Isabel Baneke, een van de meest energieke jonkies, is optimistisch - als het roer maar om gaat. “We gaan naar een webfirstproductie, naar infographics, podcasts, video’s en artikelen die worden voorgelezen. De diepte en de breedte in. Die kant moeten we op, want over tien jaar hebben we echt wel minder abonnees. Waarom het nu nog zo langzaam gaat? Journalisten houden niet van verandering. Ja, ook wij jongeren zijn conservatief, weinig flexibel. Voor mij gaat er niets boven een papieren krant.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Isabel Baneke (28) Beeld Esmée Verheijen

Helemaal mee eens, beaamt Jan Kruidhof. Hij verwacht dat de krant doordeweeks snel digitaal wordt en op papier blijft verschijnen op zaterdag. “Wat ik de belangrijkste vraag vind: wat is Trouw in 2025?” Hij geeft zelf het antwoord: een krant met oog voor zingeving en zwakkeren (‘wie géén grote bek heeft’).

Kruidhof herinnert zich wijlen Willem Breedveld, die andere kwaliteitskranten zag uitblinken in analyserende distantie en Trouw in warme betrokkenheid. “Die mag je tonen. Maar laat het oordeel aan de lezer over. Van mij mogen ze het dagelijkse commentaar daarom wel afschaffen.”

Zonder krant

Ik groeide op zonder krant. Zonder nieuws eigenlijk. Als mijn moeder ons ’s avonds met een hard ‘nieuws!’ naar de woonkamer lokte, doelde ze op ‘Hart van Nederland’. Al die in het water gevallen hondjes en door woningcorporaties slecht herstelde schimmelbadkamers gingen grotendeels aan me voorbij. Alleen het ‘Oat Moan’ van weerman Piet Paulusma riep ik altijd mee.

Toch verloor ik mijn hart aan de journalistiek, aan het vertellen van verhalen, aan nieuws. “Weet je wat ik het mooiste vind?”, zei Kruidhof laatst tegen me. “Dat mensen naar aanleiding van onze verhalen tegen elkaar in de kroeg zeggen: weet je wat ik gelezen heb in Trouw? En dat ze daardoor een ander ook nog eens beter leren begrijpen.”

Ik begreep hem meteen. Zolang er geboren verhalenvertellers bestaan, zijn er geboren verhalenliefhebbers die ze graag lezen. Trouw hoeft ze alleen maar te blijven bereiken.

Trouw bestaat 75 jaar. Om dat te vieren, maakten we een speciale bijlage. We blikken terug op de afgelopen jaren en we kijken vooruit. Lees hier meer artikelen uit de bijlage. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden