J.M.G. Le Clézio, een bescheiden kosmopoliet

Le Clézio: Deze Nobelprijs is ook een beetje een prijs voor Mauritius (Trouw)

Afgelopen week mocht Le Clézio de Nobelprijs in ontvangst nemen. Vóór die bekroning was de schuwe en bescheiden Fransman nog weinig bekend. Wie is Le Clézio? Is hij de politiek-correcte kosmopoliet waarvoor hij soms wordt aangezien? En wat zijn zijn mooiste boeken?

Toen de Franse schrijver J.M.G. Le Clézio op 9 oktober van dit jaar de Nobelprijs voor de literatuur kreeg, gaf hij diezelfde dag twee interviews: ’s middags één op het kantoor van zijn uitgever Gallimard, en ’s avonds een tweede voor de Franse televisie. Dat was uitzonderlijk, want Le Clézio schuwt contacten met de pers, en heeft vraaggesprekken nooit anders dan mondjesmaat toegestaan.

Een andere reden waarom het niet voor de hand lag dat de schrijver onmiddellijk voor een gesprek beschikbaar was, is dat de kosmopoliet Le Clézio afwisselend verblijft in zijn woning te Albuquerque, in de Amerikaanse staat New Mexico, zijn huis in Bretagne en zijn appartement in Nice. En onlangs nog was hij lange tijd in Zuid-Korea, waar hij colleges gaf aan de universiteit van Seoul.

Wie is deze Jean-Marie Gustave Le Clézio? Hij werd in 1940 geboren in Nice, debuteerde al op 23-jarige leeftijd met de internationaal succesvolle roman ’Le procès-verbal’, en vervulde later zijn vervangende dienstplicht in Thailand. Dat land moest hij verlaten toen hij in de Franse krant Le Figaro de Thaise kinderprostitutie aan de kaak stelde.

Welhaast in het voorbijgaan promoveerde hij in de geschiedenis, niet bij de eerste de beste, maar bij Jacques Soustelle, het soort intellectueel waarvan het fabricagegeheim inmiddels verloren is gegaan: een eminent onderzoeker van de precolumbiaanse cultuur, verzetsheld, minister, gouverneur-generaal van Algerije tijdens de opstand, uit Frankrijk gevlucht wegens onduidelijke betrokkenheid bij een moordaanslag op generaal De Gaulle, maar na diens dood verkozen tot lid van de Académie Française.

Le Clézio heeft minder de neiging zich op de voorgrond te plaatsen. Hij was altijd een nederig en geduldig observator, begaan met de underdog en met het milieu, maar zonder de drammerigheid die vaak met die bezorgdheid gepaard gaat.

In de jaren na zijn debuut raakte hij steeds sterker geboeid door het leven in minder ontwikkelde samenlevingen. Zo woonde hij tussen 1970 en 1974 te midden van twee Panamese indianenstammen, de Emberas en de Waunanas. „Deze ervaring”, zegt hij, „heeft mijn leven diepgaand veranderd, mijn opvattingen over de wereld en over de kunst, de manier waarop ik met anderen omga, waarop ik loop, eet, slaap, de liefde bedrijf, zelfs mijn dromen.”

Het sterkst voelt hij zich echter, zo liet hij in zijn interviews weten, verbonden met Mauritius, het eiland in de Indische Oceaan waarheen een voorvader van hem ruim twee eeuwen geleden emigreerde vanuit het verarmde Bretagne. Deze Nobelprijs, zei hij zelfs, was naar zijn gevoel ook een beetje een Nobelprijs voor Mauritius.

Le Clézio’s thematiek is sterk geworteld in de geschiedenis, in het bijzonder familie- en afstammingsgeschiedenissen, waaraan hij zin en betekenis geeft in het ruimere kader van de wereldhistorie.

Na de bekroning van Le Clézio heeft zijn Nederlandse uitgever twee al wat oudere vertalingen herdrukt. Daaronder één van zijn beste boeken, de dikke roman ’Omwentelingen’. Het is een uitvoerig relaas, zoals zo vaak gebaseerd op Le Clézio’s familiegeschiedenis. De lezer wordt meegevoerd van de Franse Revolutie op het platteland van Bretagne naar de meeslepend beschreven slag bij Valmy in 1792, maar ook naar het koloniale Mauritius, de wreedheden van de Algerijnse opstand uit de jaren vijftig en naar de Mexicaanse studentenrevolte aan de vooravond van de Olympische Spelen van 1968. Knap is de onnadrukkelijke wijze waarop het thema van het verzet tegen onrecht wordt verbonden met de lotgevallen van de telgen uit het geslacht Marro.

Een spilfiguur in het boek is de oude, blinde tante Cathérine, die in de meer dan tachtig jaar van haar leven moest toezien hoe de overzichtelijke, nog koloniale maatschappij die zij op het familielandgoed leerde kennen, veranderde in een jachtige chaos waar haar geest geen greep meer op weet te krijgen. Zij is het die, door haar eindeloos vertelde, steeds uitdijende verhalen, Jean Marro, de hoofdpersoon die wij volgen terwijl hij van jongen opgroeit tot volwassene, verbindt met het verleden.

In ’Omwentelingen’ laat Le Clézio zien het onrecht en de plicht die te bestrijden van alle landen en alle tijden zijn. Critici hebben de schrijver soms, en niet altijd ten onrechte, politieke correctheid en voorspelbaarheid in zijn stellingnames voor de voeten geworpen. In deze roman wordt dat bezwaar echter ruimschoots ondervangen door de virtuoze wijze waarop de schrijver zich weet te verplaatsen in de denkwereld van een achttiende-eeuwse soldaat die naar Mauritius emigreert, een opstandige Afrikaanse slavin, of een twintigste-eeuwse dienstplichtige die aan oorlogshandelingen probeert te ontkomen. En ook door zijn prachtige, rijke taal, die in geen enkel opzicht te lijden heeft gehad van alle verblijven buitenslands, en vaak wordt gevoed door het jargon van nu ten dele verdwenen ambachten, alsmede door het inzicht dat uiteindelijk alles wat onder de zon is onvermijdelijk een keer te gronde gaat.

Le Clézio’s andere herdrukte roman, ’In volle zee’, haalt dit niveau niet. De ernst die in ’Omwentelingen’ het verhaal voortstuwde, is hier verschraald tot humorloosheid, de gevoelsrijkdom tot sentimentaliteit. ’In volle zee’ is het verhaal van een dertienjarig meisje dat in de Zuid-Franse havenstad Villefranche als verstekelinge aan boord gaat van het zeiljacht van een 58-jarige filmer met een wat duister verleden. Wanneer hij haar ontdekt, vat hij sympathie op voor haar vrijheidsdrang, die hem aan zijn eigen jeugd doet denken. Samen reizen zij verder, over de Middellandse Zee en tot in Zuid-Amerika, totdat het schip strandt en ook de schipper zelf aan lager wal raakt. De schipper sterft, terwijl het meisje de boot met gasflessen opblaast om te voorkomen dat anderen ermee zullen kunnen gaan varen.

De beschrijvingen van de ongerepte natuur en het eenvoudige leven op zee in dit boek zijn prachtig als altijd bij Le Clézio, maar het verhaal en de personages blijven nogal schematisch, en hangen een beetje in de lucht. Dat belet de schrijver niet hun gedragingen soms nog eens omstandig uit te leggen, en een enkele maal zelfs ook nog een toelichting op die uitleg te geven. Het is alsof hij ditmaal weinig vertrouwen heeft in zijn lezers - een schrijverszonde die zich altijd wreekt. Met ’Omwentelingen’ bewijst Le Clézio dat het ook anders kan, en dat hij in staat is een roman te schrijven die niet alleen wereldomspannend, maar ook universeel is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden