Izis en Chagall: meekijken over de schouder

Een expositie met het werk van de schilder Marc Chagall is vanwege de extreem hoge kosten in Nederland niet meer mogelijk. Des te interessanter is het dat het Joods Historisch Museum in Amsterdam een expositie in huis heeft die Chagall aan het werk laat zien, gevangen in reeksen beelden die de fotograaf Izis in een tijdsbestek van twintig jaar van hem heeft gemaakt. Izis, in eigen land een beroemde naam, is hier nog vrijwel onbekend. Daar kan na deze tentoonstelling verandering in komen. 'Izis fotografeert Chagall - De schepping van een wereld' t/m 10 april in het Joods Historisch Museum, Jonas Daniel Meijerplein 2-4, Amsterdam, dag. 11-17 uur, ook op beide kerstdagen en 1 jan. De catalogus is een uitgave van Waanders in Zwolle, en kost f 35. In het kader van de Chagall-Izistentoonstelling wordt een programma van activiteiten geboden. Op 16 jan. en 20 maart wordt de film 'Chagall, de schilder die de wereld op zijn kop zette' van Dominik Rimbault in het museum vertoond. Divendal en Botman geven 30 jan. een lezing over hun expositie, met aansluitend een rondleiding over de tentoonstelling (13 uur). Op 20 februari een lezing door Jaap Nijstad over Chagall: 'Kunstenaar of kunstwerk', op 13 maart een lezing door Edward van Voolen: 'Chagall, symboliek in de ramen van Jeruzalem'. Aanvang alle zondagen om 13 uur. Op 10 april gratis rondleidingen over de tentoonstelling en de hele dag films over Chagall.

CEES STRAUS

Izis fotografeerde Chagall bij voorkeur in zijn atelier, als hij hem kon volgen in zijn werk. Poseren wilde Chagall niet, dan werd hij verlegen, trok een serieus gezicht dat hem slecht stond. Izis moest hem in actie vangen, als de schilder zich niet van de aanwezigheid van de camera bewust was. Dan was hij op zijn best, onbekommerd met zijn scheppend werk bezig. Izis legde hem vast tijdens de allereerste invallen, volgde het hele traject van de tekening, van de eerste krabbel tot de allerlaatste lijn. Hij keek voor die vele anderen die Chagall bewonderden om zijn unieke schilderstijl.

In 1949, toen Izis hem voor het eerst voor zijn camera kreeg, was de 62 jaar oude Chagall volop beroemd. Izis daarentegen genoot slechts in kleine kring bekendheid. Naam zou hij echter snel gaan maken: in 1950 verscheen zijn fotoboek 'Paris des Reves' (Parijs der dromen) dat in een oplage van 170 000 exemplaren als een groot succes beschouwd kon worden. Izis is niet alleen door zijn foto's van Chagall bekend geworden, maar ook als de fotograaf die het Parijse leven vastlegde. Hij zwierf over straat om scenes te registreren op een al even ongedwongen wijze als hij later Chagall zou gaan fotograferen. Met deze documents humains verried hij zijn voorkeur voor Brassai die al vroeg in deze eeuw het Parijse straat- en nachtleven vastlegde.

Met Chagall had Izis gemeen dat hij uit Oost-Europa kwam en van joodse afkomst was. Chagall kwam uit Vitebsk, dat noordelijker in Rusland ligt dan Mariampole, waar Izis als Israel Biderman in 1911 werd geboren. Mariampole ligt in Litouwen dat al in 1918 zelfstandig werd (om later weer door de Sovjet-Unie te worden opgeslorpt en opnieuw onafhankelijk te worden). Als gevolg van de zelfstandigheid heette hij voortaan Izraelis Bidermanas. Onder die naam kwam hij in 1930 in Parijs aan, twintig jaar nadat Chagall daar als jongeman was gearriveerd. In Parijs bestond een grote kolonie Oost-Europeanen die daar als emigres, hetzij tijdelijk, hetzij voor goed bleven. Sommige kunstenaars kwamen er in contact met de grote vernieuwers die Parijs toen in overvloed kende en keerden terug naar Rusland, waar ze de moderne kunst naar OostEuropese snit wisten te vervoegen. Izis daarentegen moest van begin af aan van plan zijn geweest zich voorgoed in Parijs te vestigen. Hij had in zijn eigen land het vak van fotograaf geleerd en slaagde er in om in de Franse hoofdstad een studio te vinden waar hij artiesten zou portretteren. Dat gebeurde nog voordat hij zich als familiefotograaf wist te vestigen in een eigen atelier.

De oorlog werd een zwarte periode voor hem. In Litouwen werden eerst zijn ouders door de nazis' omgebracht, later stierf ook een broer met zijn gezin. Zelf wist hij aan de Duitsers te ontkomen door naar het platteland te vluchten.

Zo kwam hij op in de Limousin terecht, het gebied rond de stad Limoges waar het betrekkelijk veilig was. Als onderduiker heette hij voortaan Izis, de naam die hij als fotograaf bleef gebruiken. Inmiddels was zijn atelier in het dertiende arrondissement in Parijs beklad met het opschrift 'joodse winkel'. Na de oorlog zou hij er niet meer gaan werken; in de Rue Vouille in het vijftiende kwartier betrok hij een nieuw atelier.

Het zou zijn uitvalsbasis worden voor de straatreportages die vanaf 1949 in de Paris-Match werden afgedrukt. De Match was in dat jaar opgericht volgens een Amerikaanse formule met veel foto's en korte teksten a la de Amerikaanse Life. Izis verkeerde meteen in goed gezelschap: toen hij in 1951 werd gevraagd voor deelname aan de tentoonstelling 'Five French Photographers' in het MoMA in New York had hij als collega's de beroemde reportagefotografen Henri Cartier-Bresson, Willy Ronis, Robert Doisneau en Brassai.

Op sommige terreinen was Izis zijn collega's ver vooruit. Zo bedacht hij voor het boek 'Paris des Reves' een opzet die later veelvuldig is nagevolgd, maar die voor die tijd nieuw was. De foto's werden geflankeerd door teksten van in die tijd al vermaarde kunstenaars die een bijzondere band met Parijs hadden. Andre Breton, Blaise Cendrars, Aragon, Paul Eluard en Henry Miller kregen foto's onder ogen waarop ze in hun eigen stijl konden reageren. Wie het boek bijna 45 jaar na dato ziet, wordt overvallen door heftige nostalgie. De naviteit waarmee deze kunstenaars naar hun stad kijken, is aandoenlijk. Ze hebben de zelfde onbevangenheid die uit de romantische beelden spreekt.

Zou Izis zich bewust zijn geweest van het feit dat zijn eerste ontmoeting met Chagall een historisch moment was? Leo Divendal, die met Machiel Botman de tentoonstelling 'Izis fotografeert Chagall' in het Joods Historisch Museum heeft samengesteld en met Izis in zijn laatste levensjaren bevriend was, moet het antwoord op die vraag schuldig blijven. Zelf fotograaf kan hij zich wel wat voorstellen bij die ontmoeting: “Chagall was in 1949 uit Amerika in Frankrijk teruggekomen. Izis kreeg van de ParisMatch als een van de eerste keren de opdracht om een reportage over de schilder te maken. Het moet een goed contact zijn geweest, beiden waren ze joods met een Oosteuropese achtergrond. De wijze waarop Izis werkte, beviel Chagall wel. Izis was nauwelijks aanwezig, was onzichtbaar als hij in Chagalls atelier fotografeerde. Het zijn spontane beelden, met een blik van grote concentratie. Toch moet er niet direct sprake van vriendschap zijn geweest. Het heeft jaren geduurd, voordat Izis weer bij Chagall op bezoek kwam. Pas halverwege de jaren vijftig heeft hun relatie zich kunnen ontwikkelen, daarvoor was het gewoon werk voor Izis.”

Het ging Izis om zelfstandige reportages die los van de begeleidende tekst konden staan. Niet een portretje bij een artikel, maar een reeks foto's die een proces vastlegde, zo was zijn werkstijl. Bij Chagall was Izis aan het goede adres. In de jaren vijftig werkte Chagall aan een reeks uiteenlopende projecten. Hij schilderde niet alleen, maar zocht ook nieuwe uitdrukkingsmiddelen als lithograferen, keramiek, theaterdecors, tapijten en glas-in-lood maken. Op elk van die terreinen was Chagall onbekend, moest er zijn weg in vinden. Izis fotografeerde zijn schuchterheid waarmee hij nieuwe technieken onder de knie trachtte te krijgen, hoe hij bekende dat soms iets niet lukte. Vanaf 1956 was Izis altijd in de buurt als Chagall een project onder handen had. Onder voeten is beter gezegd: decorstukken legde hij in grote stukken papier op de grond om er lopend over heen te gaan, zijn kwasten aan een stok gebonden opdat hij niet door de knieen hoefde te gaan. Als een moderne Michelangelo schilderde hij het plafond van de Opera Garnier, maakte tapijten voor de Knesseth, het Israelische parlement in Jeruzalem, en ramen voor de kathdraal van Metz, met Izis als reporter in de buurt.

In 1968 bundelde Izis zijn foto's in het boek 'De wereld van Marc Chagall'. Dit boek, dat een een belangrijk moment in Izis' leven markeert, kwam kort uit voordat hij bij de Match zou opstappen en ook zijn interesse voor Chagall als onderwerp voor zijn foto's zou verliezen. Hij had in anderhalf decennium zijn onderwerp zo vaak gevolgd op zijn zoektocht door de kunsten dat hij volledig op hem was uitgekeken.

Toen Leo Divendal op zijn beurt met Izis bevriend raakte op basis van wederzijdse belangstelling, leerde hij de techniek van Izis uit de eerste hand kennen. “Ik kende hem natuurlijk van zijn publicaties, was een liefhebber van zijn werk. Op een gegeven moment ben ik naar Parijs gegaan, heb hem gevraagd of hij mijn werk wilde becommentarieren. Izis nam het heel serieus, stak er veel tijd in en werd zo een soort meester voor me. Elke keer als ik in Parijs was, ging ik bij hem langs om over elkaars foto's te praten. We wisselden ook werk uit, zo bezit ik nu een paar van zijn mooiste foto's. Ik vind Izis het sterkst in zijn portretten. Over zijn benadering zou hij eens zeggen: 'Als een portret feitelijk kijkt, is het niet interessant. Iemand moet kijken op een wijze die uit zijn binnenste komt. Je moet laten zien wat er achter een blik schuilgaat'. Tot een maand voor zijn dood in mei 1980 hebben we contact met elkaar gehad.”

De goede relatie met Izis en zijn bekendheid met de familie, zou hem later van pas komen. In 1988 was er in de Parijse Mois de la Photo een retrospectief van Izis dat Divendal maar matig kon bekoren. “Het hele Chagall-verhaal ontbrak op die tentoonstelling. Ik vond dat dat aspect aan het werk van Izis beter moest worden uitgelicht. Het is ten slotte uniek dat een fotograaf Chagall zo lang in zijn werk heeft gevolgd.” De idee voor een nieuwe tentoonstelling was snel ontwikkeld, zeker toen de weduwe van Izis samenwerking toezegde. Divendal trok met vriend en collega Machiel Botman naar Parijs om in het archief van Izis, dat door zijn weduwe op orde was gebracht, een keus uit de negatieven te maken en die vervolgens in de doka zelf af te drukken. De foto's op de expositie in het Joods Historisch Museum zijn dus niet rechtstreeks van de hand van Izis, die overigens van een paar ook in het verleden geen druk heeft gemaakt. Het is de vraag of Izis de foto's zoals ze op de tentoonstelling hangen zo zou hebben gedrukt; formaat en de zwarting (die hoog is opgevoerd in tegenstelling tot het nogal grijzige karakter van Izis' prints) zijn keuzes die bij de afwerking zijn gedaan. Ze geven hier en daar een licht dramatisch accent aan de toch al zo monumentale opvatting van Izis. Divendal: “De foto's laten zien hoe Chagall als kunstenaar sterk fysiek bezig was - ondanks zijn hoge leeftijd. Hij schilderde met kwasten, maar drukte ook zijn handen op het doek en het papier.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden