Opinie

Ivo van Hove jongleert met maniertjes

Pas aan het slot, als hoofpersoon Marguerite op haar sterfbed wegteert, verstommen de luidsprekers. Het aanhoudend zeverend, knerpend, dreunend, salsa-, wals-, chachacha- of jazzyjengelend geluidstapijt schittert dan even door afwezigheid. Hoewel vermoedelijk bedoeld als sfeertekening voor het onbekommerde salonleven uit het Parijs van 1850, zet die repeterende klankmolen een onbedoelde toon van de laatste voorstelling die regisseur en artistiek leider Ivo van Hove met zijn Zuidelijk Toneel maakte. Een toon die het jongleren van maniertjes verraadt.

Voordat Van Hove noordwaarts trekt om artistiek en zakelijk leider van Toneelgroep Amsterdam te worden, en sceneerde hij met zijn zuidelijke troupe 'De dame met de camelia's' in de vertaling van Judith Herzberg.

Er valt lang en vooral ook heel kort over te twisten of dit toneelstuk nu wel of geen draak is. Niet alleen in de tijd dat Alexandre Dumas jr (zijn vader schreef 'De drie musketiers') zijn succesvolle roman tot het gelijknamige toneelstuk bewerkte (1852), maar ook in het voorjaar van 2000 viert drakerigheid bij Dumas hoogtij.

Kort door de bocht samengevat: man Armand (Steven van Watermolen) raakt verliefd op de courtisane Marguerite (Chris Nietvelt), die zijn liefde achtereenvolgens afwijst, omarmt, verloochent, en smartelijk van zowel zielenpijn als tering sterft.

Een gevallen vrouw kan zich in gelegenheidsliefde, maar door burgerlijke moraal verordonneerd nou eenmaal niet in ware liefde wentelen.

Op zoek naar een 'wensminnaar' zoals Herzberg mooi typeert, ,,komt een vrouw die eenmaal is gevallen, nooit meer overeind wat ze ook doet.''

In zijn gedragen voorwoord bij de vertaling stelt Van Hove 'de falende liefde' centraal: ,,De liefde is een slappe raket die eindeloos in het heelal rondzwalkt. Onaf is de mens, in de liefde zoekt hij zijn vervolmaking. Tevergeefs.''

Geen speld tussen te krijgen, zolang de toeschouwer die vergeefsheid ook te voelen en dus te verzuchten krijgt. Maar dat gebeurt in de enscenering van dit typische acteursstuk allerminst.

Paradoxaal genoeg ligt dat niet aan vaardigheid der acteurs, maar aan de maniertjes, standjes, pasjes en zotte dansjes die ze van hun regisseur voorgeschreven kregen.

Koddig bedoeld maar vruchteloos uitgewerkt valt er weinig te glimlachen als de geliefden na een zoveelste hopeloze twist met een tot prop verfrommelde brief voetballen. Zo'n beetje à la Art & Pro, van wie we de motorisch-maffe kunstjes al een decennium of wat kennen.

Van Hove laat zijn personages als troupe vertraagd in een kring huppelen, zoals hij eerder zijn grimmige 'Romeo en Julia' in het Holland Festival besloot. Niet onesthetisch, allerminst ondramatisch, maar onmiskenbaar onthand. Zielloos, en kil in plaats van speels.

Ook al zijn die maniertjes met mate gedoseerd en welbeschouwd ondergeschikt, ontnemen ze toch het zicht op de zielepijn waaraan Marguerite en Armand geacht worden tenonder te gaan. Vooralsnog valt te betwijfelen of de troupe van Toneelgroep Amsterdam om Van Hoves gejongleer zit te springen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden