Ivo van Hove en het festival als kameleon

'Laten we naar buiten, naar een terras gaan. Dat is prettiger als je hele dagen binnen zit, al heeft kunstlicht ook een zeer aangename kant: het leidt af van de buitenwereld en geeft je de sensatie samen echt hard te werken. We zijn bijna klaar en dat is een rustig gevoel. Vanmiddag nog een laatste repetitie, vanavond de eerste try-out.''

Hanny Alkema

Met een ontspannen gebaar zwaait Ivo van Hove (1958) de glazen deur van de Roosendaalse Schouwburg open. Tien dagen later zal het door hem geregisseerde 'India Song' van Marguerite Duras door Het Zuidelijk Toneel in première gaan, tijdens het Holland Festival dat vijf dagen eerder losbarst. Als artistiek leider van gezelschap èn festival is Van Hove gebaat bij een praktische planning, opdat niet een en ander onder druk komt te staan: ,,Zo hebben we dat vorig jaar ook gedaan met 'Romeo & Julia'. Ik kan me na de try-outs meteen helemaal aan het Holland Festival wijden en de acteurs hebben wat meer rust voor de première.''

,,Ik had vorig jaar absoluut een festivalgevoel en dat zit 'm dan in eigenlijk heel obligate dingen: dat je erbij wil zijn, dat je heel snel van het een naar het ander wil gaan, dat je hoort dat er iets bijzonders was en dat dat dan alweer voorbij blijkt. Inhoudelijk was het een vulkanische explosie van theater en concerten, tegelijk was het een implosie: alles geconcentreerd rondom het Leidseplein.''

,,Dat heeft goed gewerkt. Een beetje feest, hebben veel mensen tegen me gezegd. Natuurlijk zijn er dingen voor verbetering vatbaar, maar de concentratie in tijd en ruimte is gelukt: toen ruim twee weken, en nu drie weken. Feitelijk scheelt dit laatste maar twee dagen, maar dat geeft net iets meer rek: voorstellingen uit het buitenland hebben minimaal één dag extra nodig voor bouwen; veel buitenlandse gezelschappen zijn niet gewend om te reizen.''

,,Het festivalcentrum, de ontmoetingsplek van publiek en gasten, krijgt een iets andere sfeer. Het was er soms te rumoerig, met te snel te harde muziek. Er is, beseften we, ook spertijd nodig waarin mensen hun ervaringen kunnen delen, hun woede over of verliefdheid op een voorstelling kunnen uitspreken. Dan hebben ze misschien een uurtje later wel zin om lekker te swingen.''

,,Een festival is een plek waar je een scala aan verschillende kunstuitingen kunt laten zien. Daar gedijt dat goed. Een festival moet een smeltkroes zijn waar - en dat houd ik staande ondanks tegenstanders die voor alleen zogenaamde hogere kunsten pleiten - ook genres als pop of rock thuishoren. En wereldmuziek als inspiratiebron van de wisselwerking tussen verschillende culturen. Maar ook zoals vorig jaar een theatergroep als The Wooster Group, die door een ouder publiek als vervlogen avant-garde werd beschouwd, maar waarvan juist de nieuwe generatie diep onder de indruk bleek. Misschien is een festival wel de plek bij uitstek om ook anderen het theater in te krijgen. Toneel is daar in elk geval niet het beste medium voor, al denkt staatssecretaris Van der Ploeg daar anders over.''

,,Wat mij stoort bij Van der Ploeg is dat hij elke toespraak begint met dezelfde zin, dat de kwaliteit van het toneel buiten kijf is, en dan uitpakt met maatregelen tegen wat opeens de verarming van het toneel heet. Als toneel moet voldoen aan de smaak van het grote publiek, dan gaat dat ten koste van toneel. Is televisie daar beter van geworden? Het antwoord luidt simpel: Nee! Natuurlijk vind ik dat jong-allochtoon-gehandicapt in de theaters moet komen, maar om daar een strijdpunt van te maken is discriminatie van andere groepen. Bij veel tussen de vijfentwintig en veertig jaar, of tussen de veertig en vijftig. Bij vrije producties zie ik juist dat grijze publiek zitten. De cijfers van de staatssecretaris, die het tegendeel beweren, moeten mijns inziens gerelativeerd worden.''

,,Ik vind het wel logisch dat jongeren nu andere dingen leuk vinden en later misschien meer in toneel geïnteresseerd raken. Je maakt toch een evolutie mee in je leven en dat is een heel goede zaak. Ik hoor mezelf nog zeggen, jaren geleden, hoe ouderwets en belegen ik die O'Neill vond, en nu hoort hij tot mijn favoriete toneelschrijvers. Door het Holland Festival, omdat ik me er door mijn functie mee bezig moest houden, ben ik van verschillende stromingen muziek gaan houden. Omdat je leert begrijpen, leer je ook waarderen. Dat begint en hoort ook te beginnen op opleidingen.''

Met het hameren op meer jong en allochtoon in zaal en gezelschappen is Van der Ploeg doorgeschoten naar één kant, vindt Van Hove: ,,Hij is toch geen staatssecretaris van welzijn! Niet ieder die kan pianospelen is een goede pianist. Of een acteur nu Palestijn is of neger, daar ben ik nooit mee bezig. Wat kan het me schelen. Hij moet gewoon goed zijn. Daar kijk je naar, dat is je taak als artistiek leider, en niet naar kleur. Toneel is toch allang ver verwijderd van dat soort realisme. Omdat Van der Ploeg zo is verstard, verstarren ook de discussies daarover. Ons noemt ie artistieke leiders in hun pluchen zetels. Zo wens ik niet aangesproken te worden. Hij moet ons op niveau benaderen.''

,,Geen enkel land ter wereld heeft zoveel jeugdig artistiek elan in de leiding van grote gezelschappen. Duitsland dat tot in het vorige decennium qua structuren altijd voorop liep, loopt nu ver achter. Op dat vlak is Nederland leading. Ook lopen bij alle gezelschappen heel veel jonge acteurs rond. Daar moet ik wel iets over zeggen wat mij erg hoog zit. Wat ik essentieel vind, het heilige vuur, begint op de opleiding en daar zit iets structureel fout. De in- en uitstroom is veel te hoog en het lijkt wel of alle kritische brillen er zijn afgezet en de leerlingen na het eerste jaar een vrijkaartje hebben gekregen om af te studeren. Bij Het Zuidelijk Toneel kwam 's iemand stage doen die pas in het eerste trimester van het eerste jaar zat. Op het conservatorium, waar ikzelf les heb gegeven, zou dat ondenkbaar zijn geweest.''

,,Nu is het zo, dat leerlingen na de opleiding nog best zo'n tien tot twaalf jaar bezig kunnen zijn met ad hoc-projecten of in werkplaatsproducties. Maar dan, als die mogelijkheden zijn uitgeput, dan zijn ze op leeftijd en gefrustreerd, omdat ze geen werk meer hebben, gewoon omdat ze niet goed genoeg zijn. Aan die wansituatie moet hoognodig een einde komen. Een kritischer opstelling van de opleidingen is voorwaarde.''

Ivo van Hove is een eigengereide regisseur en programmeur, die het begrip 'voorspelbaar' uit zijn denken heeft geschrapt. Bij de toekenning van de Belgische Thaliaprijs 1995 prees de jury nadrukkelijk zijn weigering om risicoloze voorstellingen af te leveren. Graag haalt hij zelden gespeelde stukken uit de kast: ,,Ik ben geen regisseur in een ivoren torentje, heb altijd honger gehad naar andere dingen. Ik houd teveel van tegenstellingen en paradoxen. Daarom houd ik niet van themafestivals. Als het zich opdringt, is het goed, maar ik geloof dat je alles op zichzelf moet kunnen bekijken. Zo heb ik vorig jaar niet bedacht: ik ga drie Tsjechovs programmeren. Maar ik zag eerst 'Der Kirschgarten' van Peter Zadek, later 'Drei Schwestern' van Christoph Marthaler. Daarna pas heb ik 't Barre Land uitgenodigd. Het leek me leuk, en zoiets kan alleen op een festival, om drie totaal verschillende manieren van Tsjechov-spelen te laten zien.''

,,Vorig jaar was er minder muziektheater dan nu, omdat dat mijn eerste jaar was. Een festival blijft een kameleon. Het past zich aan aan wat je tegenkomt. Het is nooit een blauwdruk voor een volgend jaar. Dat er weer een eigen voorstelling in zit, is afspraak, omdat ik voor deze plek ook ben gevraagd omwille van mijn kwaliteiten als theatermaker. Dat hoef je niet onder het tapijt te stoppen. De Italiaanse regisseur Romeo Castelluci heb ik weer uitgenodigd - met 'Genesi', een wereldpremière - omdat ik zijn werk heel belangwekkend vind, toneel met weinig referentiekader, verwant aan het theater van de wreedheid van Antonin Artaud. Ik had hem toevallig op een festival ontdekt en was zeer verrast. Twee maanden later kreeg ik een faxje van Gerardjan Rijnders, dat hij iets heel bijzonders had gezien en of ik dat niet kon uitnodigen.''

,,Castelluci gelooft in de schoonheid van het leven. Wat die anorexiapatiënten van vorig jaar betreft, in 'Gulio Cesare', ik kon alleen maar constateren dat de voorstelling niet over anorexia ging, maar over de wereld. Castelluci's werk kun je alleen op een zintuiglijke manier ondergaan. Dat is compleet anders dan de akademisch psychologische manier van theatermaken van Andrea Breth van de Berlijnse Schaubühne of de kaalslag van de jonge New Yorker Richard Maxwell. Breth is teksttheater pur sang, Maxwell is een ontbeende speelstijl.''

,,Flitsend toneel mag nooit het doel zijn. Nee, geen MTV imiteren. Toneel moet zijn eigen waarde houden. Tekst en toneel hebben al sinds eeuwen een innige verwantschap. Dat moet je niet overboord gooien. Dat is een uniekheid die je nergens anders vindt. Het verlangen daar onbekende lagen in op te zoeken is hetzelfde als verliefdheid.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden