Ivan Rebroff 1931-2008

Met bontmuts en -jas, volle baard en een enorme gestalte was Ivan Rebroff voor het grote publiek jarenlang de vleesgeworden zingende Rus.

De bekendste Rus ter wereld, althans in de jaren zestig en zeventig, was een Duitser. Ivan Rebroff, zoals zijn artiestennaam luidt, werd ooit in het Berlijnse Spandau geboren als Hans Rolf Rippert. Volgens de legende zou zijn moeder, een Russische immigrant, bevallen zijn op een treinperron, twee maanden te vroeg. Zijn vader zou uit Hessen komen en ingenieur zijn. Maar ook hij zou Russische voorouders hebben gehad.

Zou, want wat er nu eigenlijk waar is van de spaarzame biografische feiten die over Ivan Rebroff de ronde doen, is niet duidelijk. De Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ), niet de minste onder de Duitse kranten, sneerde een kleine twintig jaar geleden al eens dat Rebroff „zich de laatste tijd eigenlijk vooral nog bezighield met het uitbouwen van zijn eigen mythe”.

Hans Rippert studeerde (op een Fulbright beurs) zang, piano en viool aan het conservatorium van Hamburg. Daarna ging hij zingen bij het Schwarzmeer- en het Ural-Kosakenchor. Kozakkenkoren waren in West-Europa ontstaan na de Russische revolutie. Ze bestonden aanvankelijk uit tsaar-getrouwen, die voor de revolutie waren gevlucht en nu zingend hun heimwee naar het verloren vaderland bestreden. Om de koren van elkaar te kunnen onderscheiden noemden ze zich naar een Russische rivier (Don) of streek (Oeral, Zwarte Zee). Na de Tweede Wereldoorlog professionaliseerden ze en begonnen geschoolde zangers aan te trekken. Zoals Hans Rippert.

Het kozakkenkoor waar de bas-bariton Rippert ging werken, het Zwarte Zee kozakkenkoor, had in de jaren vijftig de naam dat het „zingend bad, en biddend zong”, want grondlegger Nikolaj Orloff was een gelovig man. Het koor trad doorgaans op in kerken en begon z’n concerten met Russisch-orthodoxe kerkliederen. Deel twee van een concert zette het romantische beeld van het oude Rusland neer: melancholie, vaderlandsliefde, heldendaden uit het verleden.

Maar voor Rippert was een positie van solist in een koor, hoe goed dat koor ook was, niet het beoogde eindstation. Hij wilde een voet tussen de deur krijgen in de operawereld. Dat lukte ook wel, maar triomfen vieren, nee. Hij debuteerde als Don Basilio in ’De barbier van Sevilla’. Later, toen hij de baritonrol van Jupiter zong in ’Orpheus in de onderwereld’ van Jacques Offenbach, scheurde hij op het toneel zijn achillespees.

Het bleek een geluk bij een ongeluk. Omdat hij zijn werk in het Münchener operahuis nu niet kon voortzetten, concentreerde hij zich op zijn eerste plaatopnames. In Frankrijk bleken de luisteraars wild te worden toen ze, op het radiostation Europe 1, hem voor het eerst ’Die Legende von den zwölf Rüubern’ horen zingen. Het station werd platgebeld: wie was die zanger? Draaien jullie dat nog eens!

Daarmee begon Rebroffs internationale carrière in het genre ’licht klassiek’. Ivan Rebroff, zoals hij zich inmiddels noemde - een russificering van Rippert - kreeg in 1968 de uitnodiging om in de Franse versie van de musical Fiddler on the roof, die daar Un Violon Sur Le Toit heette, de rol van Tevje te gaan zingen (In Nederland speelde Lex Goudsmit de rol van de melkboer Tevje uit het dorp Anatevka, wiens huwbare dochters maar niet blieven te trouwen met de mannen die vader voor hen in gedachten heeft). In het Parijse Marigny-theater, op de Champs Elysées, zong Rebroff bijna 1500 keer ’Ah! Si j’etais riche’ (If I were a rich man/Als ik toch eens rijk was).

Hij was niet alleen fysiek groot en indrukwekkend - 1 meter 96 en 115 kilo; dat laatste moet in de loop der jaren beduidend meer geworden zijn - hij had ook een grote stem. In het lied over de twaalf rovers waarvoor de Franse radioluisteraars waren gesmolten, wandelt Rebroff bijvoorbeeld van een lage E naar een falset-E vier octaven hoger.

In promotieteksten beweerde Rebroff zelfs dat hij viereneenhalve octaaf kon overbruggen. Zoals de Peruaanse zangeres Yma Sumac in de jaren vijftig beroemd werd om haar enorme bereik - ook zij draaide haar hand niet om voor vier octaven - en het gezicht werd van ’Inca-muziek’, zo werd Ivan Rebroff het gezicht van een in werkelijkheid niet meer bestaand Rusland. Maar Rebroff was meer dan een Yma Sumac met een baard, waarschuwden de Franse musicalrecensenten: In Fiddler on the roof kon je zien hoe goed hij als acteur was.

Rebroff verscheen jarenlang overal ter wereld op het televisiescherm, in muziekprogramma’s van het type waar in Nederland Tros en Avro het patent op hebben - ’klassiek maar toch gezellig’ - en meestal in vol Russisch ornaat: tuniek, heupband, Russisch kruis om de hals. Onvermoeibaar zong hij dan weer eens ’Kalinka’ - met die lang, lang aangehouden noot erin'- of het tranentrekkende Wolgalied. Dat hij dat menigmaal playbackte, deerde het publiek totaal niet. Het kocht zijn werk toch wel. Rebroff maakte zo’n honderd langspeelplaten, won er wereldwijd 49 keer een gouden plaat mee en deed volgens de Duitse autoriteiten met zijn werk veel goed voor de betrekkingen tussen Oost en West. Zelf voelde hij zich, zei hij nu eens, ’Duitser met een Russische ziel’. Dan weer noemde hij zich ’wereldburger’, die beurtelings in Offenburg woonde en op Skopélos, een van de Griekse Sporaden. Voor zijn rol bij de toenadering tussen Oost en West beloonde Duitsland hem in 1985 met het Bundesverdienstkreuz.

De neergang in zijn carrière was toen al ingezet. De komst van de cd, begin jaren tachtig, werd hem in zekere zin noodlottig. Van de bijna honderd langspeelplaten die hij had opgenomen zijn er beduidend minder over de drempel van het cd-tijdperk geraakt. Het belette Rebroff niet om aanhoudend op te treden - ook toen zijn stem nog maar weinig voorstelde. Toen hij in 2001 in de Goudse Sint-Jan optrad, was hij volgens de recensent, nu met 70 jaar, een hese kikker geworden en was zijn stembereik gekrompen tot een octaaf of twee. Van de grootse zanger en het uitstekende theaterdier was slechts een magere afdruk over - „als een afgezette tsaar die met machteloze kracht zijn hofhouding in stand tracht te houden.”

Rebroff zelf, financieel al lang en breed ’binnen’, is kennelijk minder zelfkritisch geweest. Hij bleef concerten geven, inmiddels meestal in kerken. In december, toen hij in de Votivkirche in Wenen optrad, moest hij om gezondheidsredenen de toernee afbreken. Hij dacht dat hij met een paar maanden rust in juli wel weer sterk genoeg zou zijn om een toernee door Frankrijk te gaan doen. Die concerten moet de jonge bas-bariton Ronny Weiland nu gaan geven; Rebroff wees hem aan als zijn artistieke opvolger. Rebroffs as, bepaalde hij, moet over de Griekse zee worden uitgestrooid.

Ivan Rebroff, artiestennaam van Hans Rolf Rippert, werd op 31 juli 1931 geboren in Berlijn. Hij overleed op 27 februari 2008 in Frankfurt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden