ITALIE - Ze hebben iets stugs, de Calabrezen. Iets sombers net als het landschap

A piedi? Telkens als we een Calabrees dorpje binnenlopen en uitleggen dat we te voet op weg zijn naar het noorden, is ongeloof ons deel. Welwillend verbaasd, soms ronduit spottend, kijkt men ons aan. Hoe halen we het in ons hoofd, zoveel inspanning uit vrije wil.

Wat de inspanning betreft hebben de Italianen gelijk. Deze eerste zeven dagen hebben we negen tot tien uur gelopen, rust meegerekend, over lastige paden die regelmatig tot valpartijen leidden. Daar komt bij dat van het troostende comfort van de Franse grandes randonnées - altijd een hotel aan het einde van de dag - voorlopig geen sprake is. Zuidelijk Italië is toeristisch gezien nog nauwelijks ontgonnen.

De eerste avond vonden we onderdak in een Maria-heiligdom dat bewaakt werd door twee stokoude lekenbroeders. Schoorvoetend wezen ze ons een pelgrimskamertje waar de muizenkeutels nog op de matrassen lagen. Zo mogelijk nog soberder waren de dagen erna: kamperen in het wild, letterlijk op een rantsoen van water en brood met, toegegeven, een flink stuk kaas. Maar geen wijn want de rugzakken wogen al zwaar genoeg, en zelfs geen warme thee. Een gastankje, verboden in het vliegtuig, bleek nergens te koop.

Het landschap maakt veel goed. Het Aspromonte-gebergte is ongelooflijk woest en somber, met steile erosiewanden doorsneden door talloze riviertjes. Maar er is ook een weelde aan begroeiing op de open plekken tussen de uitgestrekte beukenbossen. Wat in Nederlandse tuinen keurig van de kweker komt, groeit hier uitbundig in het wild. Op de Montalto, met 1955 meter de hoogste berg in het gebied, lag nog sneeuw.

Maar vijfhonderd meter lager waren de weiden al overtrokken met een paarsblauw waas van hyacinten en krokussen, terwijl weer een stuk lager helleborus en wolfsmelk in grote pollen stonden te pronken en de geur van majoraan ons tegemoet woei.

Minstens zo aangenaam is de volstrekte eenzaamheid. Eenmaal op weg komen we dag na dag geen mens tegen, zelfs niet op de smalle asfaltwegen die het landschap doorsnijden. Alleen op tweede paasdag, Pasquetta (Klein Pasen) genoemd, toonden de Calabrezen zich plotseling natuurliefhebbers. Overal op onze route troffen we picknickende en voetballende families aan die ons incidenteel toewuifden maar meestal langs ons heen keken.

ENG

Ze hebben iets stugs, de Calabrezen die we tot nu toe zijn tegengekomen. Iets sombers ook, net als het landschap. De verklaring ligt wellicht in het karige bestaan, de werkeloosheid bedraagt 35 procent, maar misschien nog meer in de geslotenheid van een gemeenschap die eeuwenlang onderdrukt en verwaarloosd is. Een vreemdeling is eng, lijkt het wel.

Aan het einde van de etappe van Mongiana naar Serra San Bruno bijvoorbeeld zijn we ernstig verdwaald doordat we niet over een gedetailleerde kaart beschikten. Toen we in het donker om acht uur 's avonds eindelijk in de totale verlatenheid een verlicht venster zagen opdoemen van een huis - als in een sprookje - haalden we opgelucht adem. Klappertandend van de uitputting vroeg ik aan de vrouw des huizes of ze ons naar het hotel kon brengen waar we een kamer hadden gereserveerd. Nee, dat kon ze niet. Tot ons geluk kwam uit het duister haar zoon te voorschijn. Hij bleek - onder protest van zijn moeder - wel bereid om taxichauffeur voor ons te spelen. Waarmee meteen het evenwicht was hersteld, zoals eigenlijk steeds.

Het ene moment komen we een café binnen en valt het gesprek onmiddellijk ijzig stil. Het volgende moment komen we moeizaam zwoegend een dorp binnen en biedt een vrouw ons meteen koffie aan met zelfgebakken cake en fruit voor onderweg. Viola Rullo heette ze, 67 jaar, ooit met haar man naar het noorden van Italië geëmigreerd, nu weer terug in het voorouderlijke huis in Fabrizia. Ondeugend glimlachend vertelt ze dat zij en haar man volle neef en nicht zijn. Maar dat mag toch niet van de paus, vraag ik. Ze kijkt nog tevredener: ze hadden gewoon wat meer geld betaald voor het huwelijk en basta.

TINEKE STRAATMAN Serra San Bruno 16 april 1998.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden