Italië moet veel financieel puin ruimen

Oeso prijst economische hervormingen, maar vraagt ook daden om torenhoge staatsschuld te verlagen

Italië heeft een veelbelovend begin gemaakt met economische hervormingen en sanering van zijn enorme staatsschuld, maar de weg is nog lang. Dat was de dubbele boodschap die de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) gisteren meegaf aan de nieuwe premier van Italië, Enrico Letta.

De Oeso prijst de hervormingen die Letta's voorganger Mario Monti in gang heeft gezet, maar de meeste daarvan moeten nog in praktijk worden gebracht. Het landenrapport heeft dan ook een hoog 'eerst-zien-dan-geloven'-gehalte.

De Oeso wrijft het er nog even fijntjes in: van alle 34 leden van deze club van welgestelde industrielanden presteerde Italië tussen 2000 en 2011 het slechtst. Het was over die hele periode zelfs de enige Oeso-economie die kromp. Griekenland, Spanje en Portugal deden het sinds de eeuwwisseling allemaal beter.

De staatsschuld van Italië zal volgend jaar zijn gestegen naar 134,2 procent van het bruto binnenlands product, op Griekenland na het hoogste percentage van de zeventien eurolanden. De Europese Unie schrijft maximaal 60 procent voor.

Iets rooskleuriger zijn de cijfers voor het begrotingstekort, het jaarlijkse verschil tussen uitgaven en inkomsten. Premier Letta sprak gisteren in Brussel met Europese Commissie-voorzitter Barroso, en zei dat Italië dit jaar waarschijnlijk zal voldoen aan de 3-procentsnorm van Brussel. Dat kunnen veel andere eurolanden, waaronder Nederland, niet zeggen, al gaat de Oeso nog uit van een Italiaans tekort van 3,3 procent dit jaar en 3,8 in 2014.

De staatsschuld blijft voorlopig een blok aan het been voor Rome. Volgens de Oeso zal Italië pas in 2030 in de buurt komen van het EU-plafond van 60 procent. Voorwaarde daarvoor is dat het land vanaf 2017 geen begrotingstekort meer heeft, maar een structureel overschot van 2 procent per jaar.

Dat lijkt te mooi om waar te zijn, zeker tegen de achtergrond van de opmerkingen van de Italiaanse hoofdeconoom van de Oeso. Tegen dagblad La Repubblica zei Pier Carlo Padoan gisteren dat Italië nu keurig gaat voldoen aan de 3-procentsnorm, en juist daardoor aanspraak kan maken op de soepelheid die Brussel ook hanteert bij andere landen met een gedisciplineerd beleid. Padoan zinspeelt daarmee op Italiaanse begrotingstekorten van boven diezelfde 3 procent, om de sociale gevolgen van de saneringen te beperken.

Voor dit jaar verwacht de Oeso nog een krimp van 1,5 procent voor de hele Italiaanse economie. Volgend jaar is de hoop gevestigd op een groei van 0,5 procent.

"Te midden van een recessie en stijgende werkloosheid is het soms moeilijk om licht te zien aan het einde van de tunnel", zei de Mexicaanse Oeso-secretaris-generaal Angel Gurría gisteren in Rome. "Maar ik ben ervan overtuigd dat een sterke betrokkenheid bij de huidige hervormingsstrategie zal leiden tot een hogere levensstandaard en een sterkere, meer dynamische Italiaanse economie."

Om de overheidsfinanciën op orde te krijgen, adviseert de Oeso om níet de belastingdruk te verhogen - die is al zo hoog - maar om te snijden in de uitgaven. Sommige belastingen zouden zelfs omlaag moeten, zoals de inkomstenbelasting op lagere inkomens. Die zijn hoger dan in de meeste andere Oeso-landen. Ook de belasting op tweeverdienersinkomens kan wat de Oeso betreft dalen, want die zet een rem op de toetreding van vrouwen tot de arbeidsmarkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden