Italiaanse schoorsteenveger is niet blij met Nederlandse puntdaken

AMSTERDAM - “De Amsterdamse schoorstenen zijn één grote nachtmerrie.” Schoorsteenveger Giovanni Vittali gaat er eens goed voor zitten. “Je hebt hier van die spitse puntdaken waarop precies in het midden een gammele schoorsteen staat van een paar meter. Dat vinden architecten mooi, maar zij vragen zich nooit af of een schoorsteenveger daar kan komen zonder zijn tanden in een dakpan te zetten.”

Na een korte pauze oppert Vittali: “Misschien door een touwtje aan een wolk te binden, heren architecten?”

Alles wat in het kantoor van de firma Vittali in Amsterdam-Noord staat of hangt, heeft te maken met schoorsteenvegen. Zo is het plafond gereserveerd voor souvenirs, die 'zijn zeven jongens' uit verstopte schoorstenen halen. Het is een bonte verzameling van oude onderbroeken, wc-ontstoppers, hamers en hakbijlen.

Verder sieren vier generaties schoorsteenvegers van de Italiaanse familie Vittali de muren. “Alleen de foto van de overgrootvader van mijn opa ontbreekt, omdat ze toen nog geen camera's hadden.”

Het was Vittali's bet-overgrootvader die in 1844 Valle Vigezzo, schoorsteenvegersvallei, achter zich liet en te voet naar Amsterdam vertrok. Dit zou het begin betekenen van een traditie die wel eens eeuwenoud zou kunnen worden, omdat het beroep al tientallen jaren van vader op zoon gaat. “Mijn zoon, Ramon, neemt het bedrijf over vijf jaar weer van mij over, zodat ik eens lekker van mijn vrije tijd kan genieten. Dat heb ik dan wel verdiend, na veertig jaar trouwe dienst”, glundert Vittali (50).

Hij wijst naar een andere muur waar een tiental reclamefolders van aartsvijand de beunhaas 'de boel opvrolijkt'. De strijd tegen beunhazerij is al jaren hét speerpunt van de Algemene schoorsteenvegers-patroonsbond (ASPB), die in 1946 is opgericht door een oom van Vittali.

Het aandeel van deze groep schoorsteenvegers schat Vittali, die zelf ruim twaalf jaar actief is bij de ASPB, op dertig procent. “Op een jaarlijkse omzet van 120 miljoen gulden is dat niet gering. Je moet ook niet vergeten dat die veertig miljoen gulden zwart de portemonnee in verdwijnt.”

Dit zal ook een van de discussiepunten zijn op het internationale congres van schoorsteenvegers, dat maandag in Volendam begint. De Amsterdamse koning van de schoorsteen denkt dat de opleiding tot schoorsteenveger, die volgend jaar van start gaat, een stap in de goede richting is. “Daar is een keurmerk aan verbonden, dat de overheid erkent. De beunhaas zal dan bijvoorbeeld niet meer voor bedrijven en woningbouwverenigingen kunnen werken.”

Jarenlang heeft de Nederlandse schoorsteenveger met afgunst naar de oosterburen gekeken. Voorheen was de Duitser verplicht zijn schoorsteen twee keer per jaar te laten reinigen. Deze verplichting wordt nu geschrapt. “Alleen België en Nederland hebben nooit zo'n verplichting gekend. De Deense schoorsteenvegers zullen helemaal klappen krijgen, omdat burgers daar hun schoorsteen ieder kwartaal moesten laten vegen.”

In Duitsland zal door de Europese wetgeving bovendien de monopoliepositie van schoorsteenvegers verdwijnen. Vittali: “Het land is opgedeeld in regio's, waar één schoorsteenveger de dienst uitmaakt. Voor de mensen die na drie jaar van de schoorsteenschool afkwamen, was dat heel frustrerend, omdat je moest wachten totdat iemand het bijltje erbij neerlegde.”

De schoorsteenveger klimt anno 1996 nog altijd het dak op met een ramoneur (een ketting om het roet te verwijderen) en een nesthaak (om de vogelnestjes weg te halen). Maar meetapparatuur, endoscopen en videocamera's behoren tegenwoordig ook tot de standaarduitrusting. Een pilvormige camera laat de veger aan een kabel in een rookkanaal zakken, om zo te kunnen zien wat de schade is.

Ook het eeuwenoude 'hoei' klinkt nog immer door de rookkanalen. De kreet kan, afhankelijk van de lengte en intonatie, verschillende dingen betekenen. Vittali begint te grijnzen. “Er gaat dan ook wel eens iets mis. Een paar jaar geleden begon ik, na een hoei van mijn collega die in de woonkamer stond, aan de schoorsteen te werken.” Kort daarna hoorde hij weer een hoei van beneden komen, wat wel erg snel was.

“Toen ik naar beneden ging, schreeuwde de vrouw des huizes het uit van ellende. Haar permanentje was verrijkt met een zwarte kleurspoeling. Het leek haar zo enig om ook eens hoei in de schoorsteen te roepen.”

Met de komst van het aardgas in de jaren zestig verdwenen veel schoorsteenvegers. “Dat is eigenlijk mijn geluk geweest”, zegt Vittali, die zijn bedrijf tot een van de grootste heeft zien uitgroeien. “Omdat weinigen er toen nog brood in zagen om de schoorstenen van woningbouwverenigingen schoon te maken. Nu vegen we dagelijks van april tot november zo'n 200 schoorstenen van veertien coöperaties, die tienduizenden woningen beheren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden