Israëls hoop in bange dagen

De vrede met Egypte is voor Israël van levensbelang. Geen wonder dat Jeruzalem het Tahrir-plein tijdens de achttien dagen durende volksopstand angstvallig in de gaten hield. Nu blijkt dat de militairen in Egypte de touwtjes nog altijd strak in handen hebben, slaapt men in Israël iets rustiger.

Vanuit de studio in Tel Aviv klonk maar telkens weer de vraag: „Hebben ze het ook over ons, wordt Israël genoemd?” De Israëlische correspondenten op het Tahrir-plein herhaalden maar weer eens dat de opstand niet tegen Israël gericht was, om een uur later toch weer dezelfde vraag voorgelegd te krijgen van een ongelovig thuisfront.

Dat was vooral in de eerste week van de revolutie op het Tahrir-plein van Caïro. Geleidelijk klonk de vraag minder, al kregen de hangende poppen met de Davidster die Moebarak moesten voorstellen volop aandacht op de journaals, net als iedere andere mogelijke verwijzing naar Israël.

Toen donderdag Moebarak liet weten dat hij niet opstapte, slaakte Israël een zucht van verlichting, zo schreef Alex Fishman in zijn krant Jediot Achronot. De opluchting bleek van korte duur. Terwijl vrijdagnacht het Tahrir-plein zinderde met een uitgelaten menigte, slingerden in Israël de emoties heen en weer. Enerzijds hadden vele Israëliërs meegeleefd met de jonge demonstranten, anderzijds vreesden ze de toekomst; vreesden ze een Egypte zonder de steunpilaar van de afgelopen dertig jaar; vreesden ze de ongewisse uitkomst in Egypte en daarbuiten.

Israëls terugkerende nachtmerrie is dat het zich omsloten weet door de Hezbollah in Libanon, in het noorden, een wankelend Egypte waar de Moslimbroederschap zijn kans zou grijpen in het zuiden, een nog sterker met Iran gelieerd Syrië in het noordoosten, en een eveneens wankelend Jordanië, de enige andere vredespartner, aan zijn lange oostgrens.

Als om de nachtmerrie te voeden kregen de Israëliërs zaterdag – op hun rustdag – voor het ontbijt op de radio een overzicht uit de Arabische bladen.

Al-Koeds al-Arabi, een pan-arabistisch blad, meldde dat de val van Moebarak ook de val van de Camp David-akkoorden (de vredesakkoorden van Egypte met Israel, red.) betekende. Al-Tisjrin in Syrië sprak van de val van het regime van Camp David, de val van een regime dat de Egyptische eer en het Egyptische gas aan Israël had verkocht. Overigens had de Syrische staatstelevisie voor de zekerheid vrijdagavond een voetbalwedstrijd uitgezonden, in plaats van de beelden van het plein (de burgers mochten eens op een idee komen).

Voor Israëlische oren iets geruststellender geluiden kwamen juist uit Egypte waar de media – voor het eerst zonder censuur – de nadruk legden op de noodzaak voor een legitieme regering, maar van de vrede met Israël geen punt van discussie leken te maken.

De echte opluchting volgde pas in de middaguren, toen in een speciaal communiqué de militaire machthebbers in Egypte de wereld verzekerden dat zij alle regionale en internationale verplichtingen en akkoorden zullen naleven. Het was duidelijk dat ze daarmee de vredesakkoorden met Israël bedoelden.

Van hoe groot belang de vrede met Egypte voor Israël is, valt in twee woorden samen te vatten: van levensbelang. Israëls politieke en strategische positie is nu al dertig jaar gebaseerd op die vrede. Het sluiten van de vredesakkoorden in 1979 vormt de belangrijkste strategische ontwikkeling in het 63-jarig bestaan van Israël. Door die vrede hoefde Israël niet meer te vrezen voor zijn zuidflank en is de dreiging van een omvangrijke oorlog weggenomen. Door die vrede kon ook Jordanië zijn akkoord met Israël sluiten en werd de weg geëffend voor – niet-officiële – banden met andere Arabische landen. De vrede met Egypte reduceerde het alomvattende Arabisch-Israëlische conflict tot een conflict met de Palestijnen en een grensgeschil met Syrië. Daarnaast trad Egypte ook op als de bemiddelaar en steunpilaar in de onderhandelingen met de Palestijnen.

Economisch betekende het eveneens een omwenteling. Vergden voor die tijd de defensie-uitgaven circa een derde van Israëls begroting, dan is dat nu onder de tien procent. Zowel Israël als Egypte wist zich ook rijkelijk beloond door de Verenigde Staten, dat de beide landen sindsdien jaarlijks miljarden toekent. En als voetnoot: Israël betrekt zo’n veertig procent van zijn gas vanuit Egypte.

Israëlische commentatoren benadrukken deze dagen dat óók Egypte wezenlijk belang heeft bij die stabiliteit en de steun van de VS. De vrees dat een nieuw bewind in Caïro dat allemaal op het spel zou zetten, is daarom wellicht overdreven.

Na de achttien dagen van vrees voor een ware omslag voerden gisteren in Israël wat soberder analyses de boventoon. Niet in de laatste plaats omdat menig commentator tot de conclusie kwam dat de revolte van de straat – tot nu toe – eigenlijk slechts had geresulteerd in een een soort interne militaire herverdeling: de militairen hadden nog altijd – weliswaar nu zonder Moebarak – de touwtjes strak in handen. En belangrijker: zij zouden die touwtjes niet snel uit handen geven – net als de afgelopen decennia.

Het betekent allerminst dat het nu business as usual is. De regio schudt op zijn grondvesten en Israël schudt mee. Het land is – als gewoonlijk – verdeeld over de vraag welke conclusie het moet trekken. President Sjimon Peres roept op zo snel mogelijk het Israëlisch-Palestijnse conflict van de regionale agenda af te voeren, ook al omdat dit conflict gebruikt wordt door Israëls vijanden. „Een waar compromis, hoe pijnlijk ook, is te prefereren boven de gevaren die er ontstaan bij gebrek aan vrede”, zo meent Peres.

Dat is niet de conclusie van zijn premier, Benjamin Netanjahoe. De formule is altijd geweest dat Israël land opgeeft (teruggeeft) in ruil voor vrede. In de Israëlische optiek heeft Israël de Sinaï-woestijn – met drie keer de omvang van Israël een belangrijke buffer – indertijd uit handen gegeven, in ruil voor vrede met Egypte. Maar wat, zo redeneert Netanjahoe, als het gebied eenmaal uit handen is gegeven en die vrede na dertig jaar alsnog op losse schroeven kan komen te staan? De Israëlische premier trekt er zijn conclusie uit: „We moeten begrijpen dat de basis voor elke toekomstige regeling de versterking van Israëls kracht moet zijn. Veiligheidsregelingen zijn noodzakelijk in geval de akkoorden worden geschonden of als er sprake is van regeringswisselingen. Een vredesakkoord moet stand kunnen houden met het oog op de ingrijpende veranderingen die deze regio karakteriseren.” Dat duidt niet op grotere souplesse.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden