Israëlische Arabieren zeggen nee tegen Barak

Bij de vorige verkiezingen stemde maar liefst 95 procent van de Arabische kiezers op Ehoed Barak. Bij de verkiezingen van volgende week kan hij het wel vergeten. 'Boycot de verkiezingen' luiden de verkiezings plakkaten in de Arabische steden en dorpen. Barak is er niet welkom, nadat in oktober de Israëlische politie dertien Arabische demonstranten heeft doodgeschoten. Zelfs bij een met grote moeite en uiterst zorgvuldig georganiseerde eerste bijeenkomst in Nazareth vorige week wachtten de demonstranten de premier op met foto's van hun gedode familieleden en scholden ze de deelnemers aan de bijeenkomst uit voor 'verraders'.

'Wij, Israëlische Palestijnen, horen nergens bij', zegt Ali Zbidat. ,,Ons land wordt ons afgenomen, we hebben geen goede scholen, geen kans op goede banen en politiek mogen we niet meepraten. Terwijl ze het nu toch ook over ons hebben, over onze toekomst. De vluchtelingen over wie ze praten, zijn van hier. Mijn eigen moeder is in 1948 gevlucht, maar 'toevallig' bij de grens weer teruggestuurd. In Israël zelf wonen honderdduizenden mensen die uit hun dorpen zijn verdreven. Maar daar hebben ze het helemaal niet over.'

Op het zeer gedetailleerde landkaartje laat Ali zien hoe zijn woonplaats Sachnien al van drie kanten omsingeld is door 'nederzettingen'. Sachnien is een Arabisch stadje, de 'nederzettingen' zijn Joods. Maar dit is geen westelijke Jordaanoever of Gazastrook, die de toekomstige Palestijnse staat moeten gaan vormen. Sachnien ligt in het noorden van Israël midden in Galilea tussen Akko en Nazareth, zijn ruim 24000 Pales tijnse inwoners zijn staatsburgers van Israël.

In de woorden van Ali klinkt niet door dat hij de Joden als medeburgers ziet met wie hij samen in één land woont. Integendeel, ook voor Ali zijn de Joden bezetters met wie hij in een haast voortdurend conflict leeft. ,,Hoe kun je over coëxistentie praten met mensen die hun fabrieken op jouw grond zetten, en van wie je zelfs niet je eigen huis op je eigen grond mag bouwen?'

Vanuit het raam van zijn 'illegale' huis wijst hij op de fabrieken en dorpjes op de heuvels aan de overkant. En op de kaart wijst hij aan hoe aan de andere kant van Sachnien vlakbij de school de Israëliërs een nieuw militair kamp willen neerzetten, kennelijk een opslagplaats voor wapens. En de ervaring leert dat elke Israëlische onteigening van grond voor militaire doeleinden uiteindelijk uitmondt in de bouw van nieuwe Joodse nederzettingen. ,,Sachnien telde ooit zevenduizend hectare, dat is nu al minder dan duizend voor 25000 inwoners. Het Joodse regionale gebied Misgav heeft zich ruim achttienduizend hectare toegeëigend voor tienduizend inwoners.' Op hun tekeningen is ook de duizend vierkante meter van Ali al bij Misgav getrokken, en 'helaas', zo is hem uitgelegd ,,het is geen bouwgrond', ook al ligt het aan de rand van Sachnien.

Veel meer dan het aanwijzen vanuit het raam en op de kaart kan hij niet, want Ali Zbidat heeft nu al maanden huisarrest. Hij wordt beschuldigd van opruiing en het gooien van stenen naar Israëlische politieagenten. Dat was eind maart verleden jaar, op de jaarlijks terugkerende landdag als de Israëlische Arabieren demonstreren tegen de landconfiscaties en zij de dood herdenken van zeven van de demonstranten tijdens zo'n protest in 1976. Ali werd opgepakt, en zat eerst een maand in de cel, daarna volgde het huisarrest, een vreemd soort huisarrest want de Israëlische politie durft sinds het uitbreken van de intifada Sachnien niet in, uit angst dat ze bekogeld wordt met stenen. Ze kan dus alleen maar telefonisch controleren of Ali zich wel aan alle re stricties houdt. Intussen sleept het proces zich voort en zijn er volgens Ali en zijn Nederlandse vrouw Trees geen echt harde bewijzen. ,,Het is puur pesterij', weet Trees, ,,omdat Ali niet zoals zoveel anderen zijn mond houdt.'

Achtenveertig jaren telt Ali Zbidat, waarvan hij de laatste 25 jaar veelvuldig de Israëlische gevangenis van binnen heeft gezien. Als student aan de universiteit van Haifa had hij niet zoals vele Arabische medestudenten Kamal Abdl Nasser aan de muur hangen, de voorman van het pan-arabisme. Ali koos voor Che Guevara, alleen was het bij hem geen studentikoze flirt. De afloop van de oorlog van 1973 kwam als een schok, hij had echt gedacht dat de Arabische legers hem zouden bevrijden van Israël. Ali ging in Europa op zoek naar revolutionaire internationale bewegingen. Het waren de jaren van Cohn-Bendit, Ulrike Meinhof en Carlos. Uiteindelijk belandde hij in Libanon, waar de Palestijnen over een deel van het land heersten en net de burgeroorlog uitbrak. Ali was er lid van de Fatahbeweging van Jasser Arafat. Hij wordt wat vaag als het gaat om de vraag wat hij daar heeft gedaan. ,,Wat training en veel discussies.' In 1975 keerde hij terug naar Israël, met de opdracht ,,hier ook wat te organiseren'. De Israëlische geheime dienst stond hem al op het vliegveld op te wachten. Hij kreeg zes jaar en vier jaar voorwaardelijk wegens lidmaatschap van een vijandige organisatie en deelname aan illegale militaire training. De gevangenen hadden zich georganiseerd volgens partijen en bewegingen. Ali wendde zich af van de Fatah en sloot zich aan bij de revolutionairen uit Europa. In de cel leerde hij talen, vertaalde hij boeken van onder anderen Régis Debray, en bestudeerde hij Marx en Lenin. In 1981 kwam hij vrij, met allerlei restricties, om in 1984 weer voor een jaar de bak in te gaan wegens het organiseren van demonstraties.

Hij had intussen Trees Kosterman leren kennen, een Nederlandse verpleegster die naar Israël/Palestina was gekomen om meer te leren over het lot van de Palestijnen. Als tienjarige had ze nog op school in Wijk bij Duurstede de overwinning van Israël in de zesdaagse oorlog meegevierd. ,,Ik had me nooit gerealiseerd wat er met de Palestijnen was gebeurd, wat vluchtelingen zijn.'

In 1986 vertrekken ze - ze zijn inmiddels getrouwd en Trees is moslim geworden (,,een kwestie van een minuutje') - naar Nederland. Zij werkt in de zwakzinnigenzorg, hij kan er zijn draai niet vinden. In 1994 keren ze terug naar Sachnien. Ali tart de autoriteiten door bij gebrek aan bouwvergunning het voorbeeld van de Joodse kolonisten te volgen: ze zetten een caravan op hun stukje grond. De volgende dag staat de politie voor de deur. Tijdens de rechtszaak wordt hun toegezegd dat ze uiteindelijk een bouwvergunning krijgen. Die blijft uit. Ze besluiten toch hun huis neer te zetten. Het hele dorp helpt mee en binnen enkele dagen staat hun huis er. Dus volgt er boete op boete vanwege de illegale bouw, en tussendoor wordt Ali ook nog opgepakt vanwege zijn politieke activiteiten.

Het verhaal van Ali Zbidat is niet dat van de doorsnee Israëlische Palestijn, geven ook hij en Trees toe. En niet alleen omdat hij thuis veertien broertjes en zusjes had en nu 'slechts' de vader is van twee meisjes. Trees: ,,Ze vragen nog altijd wanneer er nu eindelijk een zoon komt.' Of omdat Ali uit Nederland terugkwam met een ringetje in zijn oor en zijn moeder hem bijna verstootte.

Politiek hebben de meeste Israëlische Arabieren zich tot nu toe doorgaans gedeisd gehouden. Ze vormen twintig procent van de bevolking, maar zijn op alle gebieden achtergesteld. Dezer dagen wordt hen weer het hof gemaakt door de politici die hun stemmen nodig hebben. Vooral Ehoed Barak kan niet zonder hun stembiljetten. Maar voor het eerst krijgt de leider van de Arbeiderspartij een heel luid nee te horen. Barak zegt n£ dat hem dat zeer spijt dat er dertien Israëlische Arabieren zijn doodgeschoten bij de demonstraties. 'Te laat', reageert de Arabische gemeenschap. Haar leiders roepen op en masse de verkiezingen te boycotten. Wat is het verschil tussen de ene moordenaar (Sjaron) en de andere (Barak), vragen ze zich hardop af.

De relatie met de Joodse buren is aangetast. Voor de intifada waren er nog wel uitwisselingen. Sindsdien zijn alle mooie projecten voor coëxistentie gestaakt. Trees: ,,We kunnen toch moeilijk gezellig samen zitten en recepten uitwisselen, maar niet over het conflict praten, want dat is politiek! En moeten onze kinderen dan soms samen Joodse en Arabische liedjes zingen? Als ik met gasten uit het buitenland naar het zwembad van een van die nederzettingen in de buurt ga, is er niks aan de hand. Maar als ik met mijn schoonzus kom, zeggen ze ineens dat dat niet kan!' Ali: ,,De meeste mensen zijn passief, ze zijn bang om echt in opstand te komen. Maar als je in Akko in het gerechtshof komt, dan zie je dat tachtig procent van de gevallen Arabieren betreft en altijd gaat het over landonteigeningen. De wetten hier zijn alleen voor de Joden. Zij hebben het recht aan hun kant, omdat ze zelf de wetten maken. En dan willen ze met de verkiezingen ook nog dat we op ze stemmen!'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden