'Israëliërs moeten anders gaan denken'

Mosje Karif is een van de oprichters van Kesjet, een beweging van intellectuelen en kunstenaars van oriëntaalse origine. Zij strijdt voor een omwenteling in het denken van de Israëliërs.

“Na mijn diensttijd heb ik onder meer een tijdje als misdaadverslaggever gewerkt. Daarna was ik media-adviseur van twee ministers van de Likoed. Maar ik kon me niet vinden in hun politieke lijn. Intussen had ik gestudeerd en toen heb ik hier in Tel Aviv een pr-bureau opgezet. De laatste tijd ben ik actief bij Kesjet, want al ben ik dan in mijn eigen leven geslaagd, de sociale vraagstukken laten me niet los. Er zijn nog te veel mensen buitengesloten die als ze de kans hadden gekregen, het minstens zo ver hadden geschopt als ik.

Mijn vader komt uit Tunesië, mijn moeder uit Perzië. Het onderwijs deelt je dan meteen in. Je wordt ongeschikt geacht voor hoger onderwijs en naar een beroepsopleiding afgevoerd. Het valt allemaal terug te voeren op de ontstaansgeschiedenis hier.

De Joden uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika kwamen naar het Heilige Land vanwege hun geloof; niet zoals de Joden uit Oost-Europa, om te discussiëren over de opbouw van het land volgens de idealen van Marx. Mijn grootouders leefden vrij goed met hun Arabische buren en kwamen ineens terecht in een atheïstische maatschappij die een nieuwe Jood wilde scheppen. In die creatie was geen plek voor de godsdienst. Ook de cultuur was westers, in feite Oost-Europees, met Russische volksliedjes, met een zionistisch Oost-Europes ethos. Als je uit een Arabisch land kwam, deed het er niet toe wat je daar was geweest. Hier kwam je op de onderste tree terecht. Je leefde in armoe en je was a priori een 'mislukkeling'.

Ik was thuis een soort agent van het zionisme. Mijn vader was dol op de Arabische zangeres Oem Kalsoem, maar ik vroeg hem altijd haar vooral niet te hard te zetten, of mee te zingen. Want de Arabier was de vijand. Ik schaamde me voor mijn grootmoeder die er Arabisch uitzag.

Wij waren het negatief van het ideaal. Dat was blond, liefst kibboetslid, met korte broek en open sandalen. Om daar aan te voldoen moest je je van alles ontdoen waarmee je gekomen was. Je moest niet met keelklanken praten, je moest je naam aanpassen. Ik ken zelfs iemand die heeft geprobeerd haar huid af te schuren met een afwassponsje, omdat ze dacht dat het daaronder witter was.

Op school kreeg je te horen dat je blij mocht zijn een vak te mogen leren, omdat je anders in de goot terechtkwam. Je moet niet denken dat het nu veel anders is. Er is zogenaamd integratie. Maar het kind komt per bus uit het armere zuiden van Tel Aviv naar het rijkere noorden, het heeft geen Levi's op zijn broek staan, en z'n schoenen zijn geen Nikes. Het schoolreisje is te duur. Binnen een jaar is het kind mislukt.

En wat gebeurt er met al die frustratie, al die woede? In 1977 is Begin in dat vacuüm gedoken, met zijn nationalistische boodschap. Nu is het de orthodoxe Sjas-partij. Want wat moet een moeder in een uithoek in Galilea, waar van alle leerlingen er maar drie eindexamen doen? Ze kan haar kind naar een vrome school van Sjas sturen; het alternatief is dat het kind op straat zwerft. De staat doet daar niets. Dus stuurt ze haar kind naar Sjas.

Israël is op weg een fundamentalistische maatschappij te worden, tenzij we zorgen voor een sociale omwenteling. Want Sjas absorbeert alle woede, alle frustraties. Sjas heeft zich ontpopt als dé sociale partij. Ze biedt de mensen geloof, plus een tolerantie die de Oost-Europese orthodoxie niet kent. Sjas-volgelingen kunnen vrijdagavond de sjabbat inzegenen, zaterdagochtend naar de synagoge en 's middags naar het voetballen. Het grote probleem, en het grote gevaar, is dat het Sjas-leiderschap zelf fundamentalisme uitdraagt, dat ze op hun scholen de leerlingen dogmatisch lesgeven, ze onwetend maken.

Met Kesjet proberen we een ander voorbeeld te geven, van mensen die het gemaakt hebben. We proberen op het niveau van het zelfbewustzijn te werken, we trachten een culturele omwenteling te bewerkstelligen. Dat is niet eenvoudig, want alle boodschappen die de maatschappij uitzendt zijn 'blank'. Kijk maar naar al die commercials met al die blonde modellen, naar de soapseries op de tv.

En daarentegen schilderen ze in haast alle films en boeken, oriëntaalse Joden af als sociale mislukkelingen. We willen ook het taalgebruik veranderen. We zijn geen 'tweede Israël' zoals dat in de volksmond heet. Wij proberen de publieke agenda te bepalen, maar we bedelen niet van 'geef ons zus of zo, want we zijn zo zielig'. Integendeel ze mogen met ons samenwerken, maar we maken duidelijk dat wij gelijkwaardige partners zijn, en eigelijk nog beter leiding weten te geven. Zo hebben we nu, met succes, campagne gevoerd op het gebied van de woningnood. Want waarom zouden de kibboetsen wel enorme winsten mogen opstrijken door land te verkopen dat ze van de staat hebben gekregen voor de landbouw en dat nu dure bouwgrond is? Terwijl de kinderen van de oriëntaalse Joden niet in de huizen mogen blijven wonen die hun ouders als immigranten toegewezen hebben gekregen.

Ik ben de enige kans van de Israëlische maatschappij, mijn model biedt kans te ontsnappen aan het fundamentalisme van Sjas en de oligarchie van de westerse elite. Mijn model zegt dat je het bewustzijn moet veranderen, al is dat een lang en uitputtend proces. Het kan zijn dat het fundamentalisme me inhaalt. Ze zijn sterker, ze hebben meer geld. Ik zie het thuis, bij mijn broer, die eerst met een ringetje in zijn wenkbrauw liep, maar nu ineens het licht heeft gezien en me voorleest uit de Bijbel.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden