Israëliërs en Arabieren trappen om het hardst op elkaars tenen

JERUZALEM - De zenuwen zijn nog steeds gespannen in Jeruzalem en Cairo, in Gaza en Islamabad. Twee diplomatieke incidenten hebben getoond dat ondanks het voortdurende vredesproces Israëliërs en Arabieren nog veel moeten leren over elkaars cultuur en gevoeligheden.

Het eerste incident kwam voort uit verwikkelingen bij de uitvoering van het Gaza-Jericho akkoord. Dat bepaalt dat de Palestijnen bezoeken aan de autonome gebieden uit landen waarmee Israël geen diplomatieke banden onderhoudt, coördineert met de Israëlische autoriteiten. De eerste kwestie die in deze categorie viel, betrof de Pakistaanse premier Benazir Bhutto. Komende week, als ze toch in de buurt is voor de bevolkingsconferentie in Cairo, wilde zij de Gaza bezoeken. Het zou het eerste bezoek aan de Gaza zijn van een islamitisch staatshoofd, en de PLO-leider Jasser Arafat verheugde zich al op deze opsteker voor het prestige van zijn Palestijnse Nationale Autoriteit (PNA).

Het probleem was dat de PNA naliet de Isarëliërs te informeren voordat Bhutto haar voornemen zelf bekendmaakte. Jeruzalem verklaarde prompt dat Bhutto niet over de grens zou komen zonder Israëlische toestemming vooraf. Dodelijk getroffen door deze klap voor zijn prestige noemde een grimmige Arafat Israëls gedrag een 'zware schending van het Gaza-Jericho akkoord'. Veel minder terughoudend was Bhutto zelf, die stelde dat ze niet van plan was contact op te nemen met welke Israëliër dan ook, en geen Israëlische toestemming nodig had om Gaza te bezoeken.

Dat was te veel voor Israëls premier Jitschak Rabin, die zijn besluit verdedigde als een manier “om de dame van Pakistan een lesje in manieren te leren”. De volgende dag werden de stekeligheden bijgelegd in een telefoongesprek tussen Arafat en de Israëlische minster van buitenlandse zaken, Shimon Peres, die toegaf dat het probleem was voortgekomen uit vergissingen aan beide kanten, en die Israëls toestemming voor het bezoek bekendmaakte.

Maar Bhutto weigerde zich door deze geste te laten lijmen. In plaats daarvan verweet ze in een regeringsverklaring Rabin “gebrek aan manieren, gebrek aan beoordelingsvermogen en arrogantie”, en zag ze af van het bezoek.

Zelfs leden van Rabins eigen regering vonden dat de onstuimige premier te ver was gegaan. Minister van communicatie Sjoelamit Aloni (die ook kritiek had op het seksistische aspect van Rabins opmerking) stelde dat de premier 'grootmoediger' had moeten zijn jegens een persoon van Bhutto's statuur, en ze schreef zijn misstap toe aan zijn 'volhardende dominante houding jegens de Palestijnen'. De in Irak geboren minister van politie Mosje Sjalal veroordeelde het gebrek aan waardering “voor het belang van gebaren” in de omringende staten. “Helaas begrijpt niet ieder van ons de mentaliteit van onze buren”, wees hij Rabin terecht, “en dat is de bron van misverstanden”.

Toch waren Israëliërs niet de enigen in het gebied die publiekelijk hun stompzinnigheid ten toon spreidden. De Egyptische minister van buitenlandse zaken Amr Moessa zette zijn beste diplomatieke beentje voor toen hij zijn eerste staatsbezoek aan Israël vooraf liet gaan door een affront. Tot pal voor zijn bezoek aan Jeruzalm weigerde hij om in zijn reisschema een bezoek op te nemen aan het Israëlische gedenkteken voor de Holocaust, Jad Vasjem.

Een dergelijk bezoek is een standaard-procedure voor elke hoogwaardigheidsbekleder op staatsbezoek in Israël. De Egyptische president Anwar Sadat betuigde er zijn respect in 1977. Zelfs de voormalige secretaris-generaal Kurt Waldheim, door veel Israëliërs beschouwd als een oorlogsmisdadiger, maakte een gang door het museum en woonde een herdenkingsdienst bij (hoewel hij tegenstribbelde tegen de noodzaak zijn schedel te bedekken).

Drie telefoontjes van zijn Israëlische evenknie konden Moessa niet vermurwen. Pas tijdens de rit van het vliegveld naar Jeruzalem kon Peres hem overhalen toe te geven, met het argument dat zijn bezoek anders zou uitdraaien op een diplomatieke ramp. Uiteindelijk zag de Egyptenaar af van de gebruikelijke rondtocht door het museum, dat gruwelijke foto's toont van de holocaust, en aan de gedenkruimte (waar ook hij had moeten geloven aan een hoofddeksel). Hij beperkte zijn bezoek tot de Laan der Rechtvaardigen (ter herinnering aan degenen die joden van de holocaust hebben gered) en het Kinderpaviljoen, een donkere kamer waarin vijf kaarsvlammetjes duizenden keren door spiegels worden weerkaatst, en waar de namen van omgebrachte kinderen een voor een worden voorgelezen.

Het hele bezoek besloeg twintig minuten, en uiteindelijk scheen niemand tevreden met het compromis. Moessa zei in het openbaar alle dingen die gezegd moeten worden, en sprak zelfs van de noodzaak 'gevoelig te zijn voor de gevoeligheden van anderen'. Maar achter gesloten deuren gaf hij Jossi Beilin, vice-minister van buitenlandse zaken, een veeg uit de pan omdat deze de zaak buiten proporties had opgeblazen.

Ook vele Israëliërs brachten hun irritatie naar buiten over hun eigen ministers, die de Egyptenaar eerst 'smeekten' en daarna 'dwongen' het altaar van de holocaust te bezoeken. “Ze hadden hem moeten zeggen: 'U wilt niet naar Jad Vasjem? Prima, dan komt u maar helemaal niet”', knarsetandde een van de bewakers van het gedenteken.

Deze staaltjes van Middenoosterse diplomatie dwingen tot de conclusie dat Israëliërs en Arabieren enige studie zouden kunnen spenderen aan elkaars gevoelens, totdat wederzijdse hoffelijkheid hun tweede natuur wordt.

Maar voor de Israëliërs gaat de les van Moessa's bezoek veel dieper dan dat. “De Arabieren willen de holocaust niet erkennen omdat hierin het morele en ideologische fundament van de tot standkoming van Israël schuilt”, schreef de links georiënteerde columnist van het dagblad Ha'aretz, Uzi Benzman. “Het is zonneklaar dat ze ons tot in lengte van vele jaren zullen blijven beschouwen als een stalen doorn in hun territorium. Hun verzoening met Israël is het resultaat van politieke noodzaak en militaire overwegingen, niet van een oprechte wijziging van inzicht.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden