Israëliër of Palestijn, iedereen wil gewoon leven

Palestijnse vrouwen op weg naar de Al-Aqsamoskee worden bij een grensovergang tussen de Westelijke Jordaanoever en Jeruzalem gecontroleerd door een Israëlische soldaat.Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Hoe leven generaties Israëliërs en Palestijnen samen? Correspondent Monique van Hoogstraten praatte met hen over hun beeld van elkaar en over het conflict. 'Allemaal zijn ze betrokken, maar iedereen aan zijn eigen kant.'

Om de hoek van mijn huis is een hippe koffietent. Een cappuccino kost al gauw een kleine vier euro, dan snap je het wel. Het is een gerestaureerde kiosk uit de jaren twintig, toen Tel Aviv werd gebouwd door Joodse migranten die de overvolle, onfrisse en oude Arabische havenstad Jaffa ontvluchtten. Hetzelfde Jaffa dat nu zo trending is bij jonge Joodse Tel Avivers, omdat je bij de Arabieren zo lekker kunt eten.

Ik groet mijn buurvrouw, die een veganistische sandwich bestelt. Ze heeft een zomers jurkje aan. Ik ben in lange broek, blouse met mouwen. Want ik rij zo meteen naar de Westelijke Jordaanoever, daar bedek je jezelf iets meer. Als ik haar zou vertellen dat ik daarheen ga, zou ze zeggen: "Oh echt? Is dat niet gevaarlijk?!" Ze beseft niet dat de Arabieren in Jaffa dezelfde zijn als die op de Westbank. Soms letterlijk in Jaffa geboren, in 1948 gevlucht.

Een kwartier rijden buiten Tel Aviv zie je de heuvels van de Westelijke Jordaanoever al. Nog geen half uur later passeer je de grens.

Als je over de kolonistenweg rijdt, heb je nauwelijks door dat je bezet gebied binnenrijdt. Op de heuvels zie je nu Arabische dorpen, herkenbaar aan grijze betonbouw en de minaret van de moskee. Maar op andere heuvels gewoon nog Joodse stadjes en dorpen. Weelderig groen, rode daken. Dat zijn de nederzettingen. Voor de kolonisten voelt het hier als thuis. Zij zijn heldhaftig, niet bang voor een steen tegen hun voorruit, want God is met hen. Dat zeggen ze altijd.

Maar de meeste Israëliërs krijg je er met geen stok heen, naar het gebied van de Palestijnen, 'De Gebieden', zoals het in het Hebreeuws eufemistisch heet. Ook zachte dwang helpt niet. Ik ga in het weekend regelmatig wandelen op de Westelijke Jordaanoever, de natuur is daar ongerept. Maar Joodse vrienden willen nooit mee, wie ik ook vraag. Ze zijn bang dat iemand doorheeft dat ze van de andere kant zijn, en dan gaat het vast mis. "Als er straks een keer vrede is, ga ik met je mee", zeggen ze dan. "Tot die tijd: no way!"

Iets dergelijks andersom kan niet: kiezen of je wel of niet een kijkje neemt aan de andere kant. Een Palestijn kan niet over diezelfde snelweg naar Israël. Dan is er een checkpoint, waar je niet doorheen komt zonder vergunning voor werk of ziekenhuis. Veel Palestijnen kennen Israël alleen als het uitzicht vanaf de heuvels: de zee en de hoogbouw van Tel Aviv in de verte. En Israëliërs kennen ze alleen als kolonisten en soldaten. Niet als mensen.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Op de vlucht

Dat was niet altijd zo. De afstand is groter geworden. In het Palestijnse dorp Qarawet ga ik op bezoek bij Mahmoud Muali (79). Hij was destijds soldaat in het Jordaanse leger (de Westelijke Jordaanoever was deel van Jordanië), want veel ander werk was er in die dagen niet. 

Toen de oorlog van 1967 uitbrak was hij gelegerd bij Nablus. "Binnen de kortste keren sloegen de Jordaanse soldaten op de vlucht. Ik ben naar een dorp in de buurt gelopen, heb mijn uniform gedumpt, iemand gaf mij burgerkleren. We waren bang dat Israël wraak zou nemen. Maar dat gebeurde niet."

En toen begonnen de goede tijden. "Een jaar na de bezetting ging ik werken in Israël, ik en heel veel anderen van de Westbank. Tot de Eerste Intifada twintig jaar later werkte ik in de landbouw, in allerlei dorpen daar." Muali noemt de oude Arabische namen van de dorpen, niet de Hebreeuwse van de kibboetsen die na 1948 op die vernietigde dorpen zijn gebouwd. Maar daar zit niks politieks achter - dat zijn gewoon de namen zoals hij ze kent sinds zijn jeugd.

Op de vraag of het Israëlische gezag dan een verbetering was zegt hij zonder aarzelen 'jazeker'. "Wij Palestijnen hadden ineens volop werk, we bouwden de huizen in Israël." Hij leerde Hebreeuws, kreeg Joodse kennissen. De werknemer kwam bij de werkgever thuis op de koffie. Het is een verhaal dat ik hier de afgelopen jaren vaak heb gehoord. De eerste decennia van de bezetting was er een bijna gemoedelijk verkeer over en weer. Palestijnen gingen zwemmen in Jaffa, Joden gingen naar de markt in Ramallah of Gaza-Stad.

De intifada's en de bouw van de Muur brachten de omslag. Ontmoeting maakte plaats voor wantrouwen. Palestijnen hadden ineens vergunningen nodig om naar Israël te gaan, de economische samenwerking liep een zware deuk op, waar vooral de Palestijnse economie onder leed. De werelden raakten gescheiden. "Ik wil niet met Israëlische vredesactivisten samenwerken", zegt Arafat Daoud (34). 

"Elke Jood die in de staat Israël gelooft is een bezetter." Ik spreek hem in een cafeetje in Ramallah. Vijf jaar geleden kwam hij vrij uit de Israëlische gevangenis. Zeven jaar had hij vastgezeten. Een proces kreeg hij nooit. Hij was in 'administratieve detentie', wat betekent dat Israël de verdenkingen tegen iemand niet vrij hoeft te geven uit 'veiligheidsoverwegingen'.

De jaren in de cel hebben hem radicaler gemaakt. Hij is een overtuigd aanhanger van de boycotbeweging (BDS). "We moeten op alle fronten strijden, cultureel, economisch en ja, ook gewapend verzet." Als hij over Palestina spreekt, bedoelt hij het oude 'Palestina': van de zee tot de rivier. "Ik geloof in één staat, zonder de zionisten."

Een vriendin van Daoud, de vijfentwintigjarige Rama Yousef, schuift aan. Ze woont in een Arabische wijk in Jeruzalem, maar haar uitgaansleven is in Ramallah. "In Jeruzalem zijn de Israëliërs, dat maakt het leven voor ons daar veel moeilijker", zegt ze. Ramallah is het centrum geworden van hippe en trendy Palestijnen. Daar zijn ze onder elkaar.

Yousef ziet niks in actievoeren en protesteren. "Daar krijg je geen land mee. Schreeuwen geeft geen oplossing." Zij bedrijft andere vormen van activisme. Tijdens de laatste oorlog in Gaza zamelde ze bijvoorbeeld met vrienden spullen in voor de Palestijnen daar in dat andere stukje land, wat hemelsbreed dichtbij is, maar waar ze nooit heen kunnen omdat Israël ertussen ligt. "De boycotbeweging is vooral voor het buitenland. Palestijnen kopen graag Israëlische producten omdat ze denken dat die beter zijn."

Net als haar vriend Daoud heeft zij geen tweestatenoplossing voor ogen. "Palestina is ons land, we moeten het terug hebben." Ook zij bedoelt het historische Palestina, van rivier tot zee. "Jongeren hier zijn er verdeeld over. Sommigen zien Israël nog wel als een toekomstig buurland, anderen denken net als ik: we kunnen niet als buren leven. Ze behandelen ons als oud vuil. Dat gaat nooit werken."

Dat herinnert me aan een jonge vrouw die ik onlangs in Jeruzalem tegenkwam en aan wie ik vroeg waar ze vandaan kwam. "Het noorden van Palestina", zei ze. Ze bedoelde niet Nablus of Jenin, Palestijnse steden in het noorden van de Westbank. Ze bedoelde Haifa, sinds 1948 Israël.

"Bij ons is iedereen politiek betrokken", zegt Yousef. "Ook kinderen. Want iedereen leeft in de bezetting." Datzelfde hoor ik een paar dagen later aan de andere kant, als ik bij een coffeeshop in het hightech-centrum van Tel Aviv met David Shayan praat. "In Israël is iedereen al op de middelbare school betrokken. Kinderen snappen de realiteit al. Iedereen heeft soldaten in zijn familie." Allemaal zijn ze betrokken. Maar allemaal aan zijn eigen kant. Slechts een kleine minderheid kan over die Muur kijken, naar de ander.

Shayan (35) is voorzitter van de jongerenafdeling van de Likud, de partij van premier Netanyahu. Tien jaar geleden, net toen zijn diensttijd in het leger erop zat, was de terugtrekking van Israël uit Gaza. "Ik was daar erg op tegen, ging naar demonstraties. We verloren Gaza. Toen begreep ik dat ik politiek actief moest worden."

Nu geeft Shayan leiding aan de jeugdafdeling met zo'n 25.000 leden. Ze geven politieke cursussen, proberen de Knesset-leden te beïnvloeden, maar zijn ook internationaal actief: in de Brusselse politiek, in de VS waar ze samenwerken met de Jonge Republikeinen, ze hebben zelfs connecties met het Chinese Congres - daar was hij vorig jaar. 

De visie die Shayan daar uitdraagt: "Het Joodse volk heeft na duizenden jaren een eigen staat, die een voorbeeld voor de naties zal zijn. Daar werken we aan. Een economisch welvarend thuisland met veilige grenzen. Dezelfde grenzen die er nu zijn: van de rivier tot de zee." Ofwel: inclusief bezet gebied.

De bezetting is een term die in zijn vocabulaire niet bestaat. "We hebben ons land bevrijd", zegt Shayan. "Onze voorouders kwamen niet hier om in Tel Aviv te wonen. Ze kwamen hier voor Bet El en Shilo." Dat zijn twee nederzettingen, gebouwd op de bijbelse plekken in Judea en Samaria (de Westelijke Jordaanoever). Daar een Palestijnse staat toestaan is het domste wat je kunt doen, vindt hij. Dan krijg je hetzelfde als in Gaza: als dank raketten op je hoofd.

Zelf woont hij met zijn jonge gezin ook in een nederzetting, een nieuwe, pas vier jaar oud: Leshem. "Leshem is een gemeenschap van vooral nationaal-religieuze jonge families. Ik ben daar gelukkig, ik hou van de gemeenschap, ik geloof in wat ik doe."

En hoe belangrijk het is om je daar te vestigen begrijpt zijn bezoek uit Tel Aviv als hij hen het uitzicht laat zien. Daar ligt luchthaven Ben Gurion, daar staan de torens van Tel Aviv. "Makkelijk doelwit, je kan je de schade voorstellen."

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Beeld RV

Grap

Bang is Shayan niet voor de Palestijnen tussen wie hij woont. "Er zijn plekken waar je stenen kan verwachten, daar let je goed op. En verder hebben wij kolonisten de grap: 'Iedere nederzetting heeft zijn eigen Arabieren'. Je kent de dorpen om je heen, ik koop mijn hondevoer bij een Arabische winkel, breng mijn auto naar een Arabische garage. Maar in de andere dorpen waag je je niet."

Kolonisten kennen ironisch genoeg vaak veel meer Palestijnen - door hen steevast Arabieren genoemd, want Palestina is een verzinsel - dan mensen in Israël zelf. De kennis over De Gebieden is daar vaak stuitend afwezig. Vorige week werd me in een restaurant in Tel Aviv wijn uit Bet El voorgezet. 

Ik vroeg naar de herkomst en de ober beweerde: "Bet El is een buitenwijk van Jeruzalem". Maar hij was er nog nooit geweest, had geen idee dat Bet El tegen Ramallah aan ligt en een van de meest ideologische nederzettingen is.

Dor Cohen (30), een linkse vriend van me, keek me eens ongelovig aan toen ik vertelde dat de Palestijnen (of Arabieren) die in Jeruzalem wonen geen Israëlisch staatsburgerschap hebben. En dat ze hun verblijfsvergunning zelfs verliezen als ze te lang van huis zijn. Een paar weken later zei Dor: "Ik heb het opgezocht. Je hebt gelijk. Tjee, dat wist ik niet." Zelf naar de wijken in Oost-Jeruzalem gaan om daar eens te kijken en praten, daar moet hij niet aan denken. Veel te eng.

Sommige dingen blijven je verbazen, steeds opnieuw, ook na meer dan vijf jaar hier. Het contrast tussen afstand en nabijheid. Als buitenstaander passeer je de grenzen zo makkelijk. 's Ochtends ben je in de hippe koffietent in Tel Aviv, 's middags drink je muntthee in een Palestijns dorp, en 's avonds eet je falafel in de gemengde Oude Stad van Jeruzalem - die gefrituurde balletjes die ze beiden trots als nationaal gerecht zien. 

Jeruzalem, de stad waar welbeschouwd eigenlijk weinig geweld is, als je bedenkt hoe dicht iedereen daar op elkaar leeft, in het land van conflict. Maar da's eigenlijk niet meer dan logisch. De meeste mensen willen gewoon leven, hun kinderen naar een goede school sturen. Die vijftig jaar conflict, dat los je toch niet op. Je kan maar beter een prettig leven hebben.

Zesdaagse oorlog

Dit verhaal maakt deel uit van een serie over de gevolgen van de Zesdaagse Oorlog. Vijftig jaar geleden brak deze oorlog uit tussen de nog jonge, Joodse staat Israel en de Arabische landen. Israël kwam er gesterkt uit. De Palestijnen kwamen onder Israëlische militaire bezetting en die duurt voort tot op de dag van vandaag.

Lees ook de eerdere afleveringen uit de serie hier en hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden