Israël zet veganisme op de kaart

Humus, erg populair in Israël, hoort als kikkererwtenpuree van nature thuis in de veganistische keuken.Beeld afp

"Mainstream is het nog niet, maar veganisme is heel populair", zegt Barry Sibel. Hij is eigenaar van het enige puur veganistische restaurant in Jeruzalem. In het links-mondaine Tel Aviv zijn er inmiddels talloze van die plekken. En zelfs bij de grote ketens in Israël zijn veganistische maaltijden op de menukaart volstrekt normaal.

Sibel was al veganist toen het nog een wereldvreemde hobby van vage figuren was. Zijn ouders voedden hem zo op. Uit eten konden ze nooit. Tot ze zelf een restaurant begonnen. In het jaar 1980 was dat. "Niemand wist wat het was. We waren pioniers."

Het restaurant Village Green bestaat nog steeds en het eten is er goed. Op tafel staat een salade met seitan, een groenteschotel met tahina, een curry met rijst, burgers van tofu, quinoa en boekweit. Alles is kruidig en kleurrijk.

'Veganistische revolutie'
Een van de gasten vandaag is Ori Shavit. Ook zij heeft van veganisme haar beroep gemaakt. Schreef ze vroeger recensies over vlees- en visrestaurants, vijf jaar geleden ging haar wereldbeeld om. En daarmee ook haar bron van inkomsten. Ze is nu een bekende blogger, geeft kooklessen, runt het veganistisch restaurant Miss Kaplan in Tel Aviv en vliegt regelmatig naar de VS om daar te spreken over de 'veganistische revolutie' in Israël, zoals zij het noemt.

Ongeveer 5 procent van de bevolking is veganist, bleek uit een onderzoek van de Israëlische krant Globes en de tv-zender Channel 2 in 2015. Daarmee zou Israël wereldwijd heel hoog scoren. De grootste zuivelfabrikant Tnuva maakt veganistische toetjes. In het leger worden speciale maaltijden, maar ook schoenen en baretten zonder leer aangeboden voor veganistische soldaten. Veganisten gebruiken geen enkel dierlijk product.

Ori Shavit denkt dat bij die hoge vlucht een rol speelt dat Israël een jong land is, dat met migranten en invloeden van over de hele wereld nog steeds een nieuwe cultuur aan het opbouwen is. "Er is veel flexibiliteit, er is niet één specifieke nationale keuken. En we zijn met acht miljoen mensen een klein land, waar nieuwe trends heel snel rondgaan."

Invloed van geloof
Belangrijker wellicht is de invloed van het jodendom. "In de keuken thuis denken mensen altijd al na over het eten, over het scheiden van vlees en melk, kijken ze naar de ingrediënten om te weten of het koosjer is." Dat betekent trouwens ook dat nieuwe veganistische producten, zoals yoghurt zonder melk, een veel grotere markt hebben dan alleen veganisten. "Een religieus gezin kan nu yoghurt eten na een vleesmaaltijd. Ook zij varen mee op de veganistische revolutie."

Bovendien: waar je in Nederland een kroket uit de muur trekt, zijn hier falafel en humus de snelle hap. "Tot in het kleinste gehucht in Israël vind je dit veganistische menu. De overgang is dus niet groot."

Groeiende markt
Een grote en groeiende markt betekent ook dat nieuwe bedrijfjes makkelijk aan startkapitaal komen. Daniel en Eliya Bareket begonnen drie maanden geleden het eerste veganistische chocoladefabriekje van Israël, Panda - het koosnaampje van Eliya voor Daniel, vertelt hij aandoenlijk. Met crowdfunding haalden ze in 30 dagen tijd bijna 48.000 euro op, waarna de bank hen een lening gaf om machines te kopen. In hun eenvoudige fabriekje in Jeruzalem produceert het echtpaar nu 20.000 tot 30.000 repen per maand. Het recept willen ze best vertellen: sodapoeder en kokosnoot in plaats van melk. Proeven mag ook. Er valt geen kwaad woord over te zeggen, het smaakt als volle chocolade.

Veganistisch eten gaat zo in de toekomst steeds meer lijken op de traditionele keuken, met chocolade, kaas en yoghurt en wie weet, (zie kader onderaan) 'vlees'. Ze zeggen het allemaal, de veganisten hier: we willen de wereld sparen, maar we zijn niet tegen lekker eten. Integendeel.

120.000 dollar voor kweekvlees

Vlees voor wie geen vlees wil eten. Daaraan werkt de startup 'Supermeat' samen met de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. In twee weken tijd kwam 120.000 dollar binnen via crowdfunding, om een vleesgroeimachine voor kippenborst te ontwikkelen, vertelt Ido Savir (zelf veganist) in het lab. Een langetermijninvestering voor de donoren: ze krijgen een voucher waarmee ze over vijf jaar een stuk gekweekt vlees kunnen ophalen.

Eerder al hoopt Savir een kippenlever te presenteren op een voedselfestival. "Kom maar kijken, over anderhalf jaar ligt die er. En ja, dat gaat smaken naar echt vlees, want het is echt vlees. Gekweekt uit slechts één cel waarvoor we het dier niet hoeven doden en waardoor het milieu nauwelijks wordt belast", zegt hij. Ofwel: een type vlees dat volgens hem voor veel veganisten aanvaardbaar zal zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden