Interview

'Israël wordt meer en meer gezien als een koloniaal project'

Fotograaf en documentairemaker Marcel Prins: "Israël wordt meer en meer gezien als een koloniaal project." Beeld Patrick Post

Israël was ooit Neêrlands troetelkind, maar anno 2017 is kritiek op Israël, zeker in linkse kringen, de norm. Hoe is het zover gekomen? Filmer Marcel Prins onderzoekt het in een documentaire-reeks vanuit Joods-Nederlands perspectief.

Gespannen tuurt Marcel Prins door zijn camera naar een meute met Palestijnse vlaggetjes en sjaals. Flarden Arabisch klinken. “…en op die dag zal Palestina vrij zijn, zonder die gore Israëli’s!” Het zijn de openingsbeelden van Prins’ documentaire over de Nederlandse kijk op Israël, gemaakt niet in het Midden-Oosten, maar gewoon in Nederland, waar activisten die niets Arabisch hebben, oproepen tot een boycot van Israël op alle universiteiten. Een Hamas-activist spreekt, in het Nederlands en Arabisch, op furieuze toon.

Onbegrijpelijk vindt Prins zulke demonstraties, waarin “veelal linkse mensen, inclusief Kamerleden, meelopen, terwijl er Hamas Hamas wordt geroepen, soms met Joden aan het gas erachteraan. Zelfs zonder die leus is het voor mij onbegrijpelijk: Hamas is ook voor niet-Joden echt niet zo’n gezellige organisatie. Denk je dat ze voor vrije meningsuiting zijn, of de gelijkheid van man en vrouw, of voor al die andere dingen die wij in Nederland bevochten hebben? In Gaza ga je voor een biertje de gevangenis in. Het is een kalifaat. Hoe zien die Nederlandse sympathisanten dat?”

De EO vroeg Marcel Prins om in beeld te brengen hoe de houding van Nederlanders jegens Israël veranderd is sinds de Zesdaagse Oorlog in 1967. Toen gingen Nederlanders de straat op, zamelden geld in en doneerden bloed voor de Joodse staat. En nu? Prins: “De oorspronkelijke liefde en solidariteit hebben plaatsgemaakt voor openlijke weerzin.”

Tijdens die oorlog dreigden zo ongeveer alle buurlanden Israël van de kaart vegen, maar Israël viel aan en veroverde in zes dagen zoveel terrein, dat het land driemaal zo groot werd. Dat diende, aldus Prins, als wisselgeld om vrede mee af te dwingen, maar van teruggave kwam het niet, zeker niet op de Westbank. Dat kwam Israël op veel kritiek te staan. “Voor het eerst veranderden de Joden van slachtoffer in dader, van onderdrukte in onderdrukker.”

U laat Joodse Nederlanders aan het woord die zich in Israël vestigden, maar geen Palestijnen of andere Arabieren. Waarom niet?

“Het is een bewuste keuze. Dit is een film vanuit een Joods-Nederlands perspectief. Ik vind het belangrijk dat dit perspectief, dit narratief, er is. En dat het er mag zijn. Dat wil niet zeggen dat het niet genuanceerd is, volgens mij is geen van de sprekers reactionair. Maar ik wilde, naast de Nederlandse publieke opinie en de archiefbeelden, Israël laten zien door de ogen van Joodse Nederlanders die het land hebben opgebouwd. Ik heb slechts één uitzondering gemaakt: de vriendschap tussen de Palestijnse Arafat en de Israëlische kolonist Uri vond ik zo opvallend dat ik die wilde laten zien.

“Met meer Palestijnen erin had ik de suggestie gewekt van journalistieke evenwichtigheid, hoor- en wederhoor, op zoek naar de objectieve waarheid. Maar daar gaat deze film niet over. Die gaat over het veranderende perspectief vanuit Nederland. Daarnaast: op het Idfa worden we al een jaar of twintig overspoeld met films over Palestijns onrecht. En niemand die vraagt: moeten we niet ook eens een Joods slachtoffer laten zien, of überhaupt iets vertellen over wat er aan de andere kant van de muur aan de hand is?”

De ongemakkelijke verhouding tot Israël is niet van vandaag of gisteren, zegt Prins, maar dateert al van 1948, het jaar waarin de staat Israël werd uitgeroepen. Nederland was toen nog ’s werelds grootste moslimland, hoopte dat het ‘ons Indië’ als kolonie kon houden en wilde de islamitische bevolking niet voor het hoofd stoten. Nadat Indonesië onafhankelijk werd, erkende Nederland Israël pas, in 1950, als een van de laatste westerse landen. “In die jaren was hier meer antisemitisme dan vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ontvangst van de weinige Joden die de kampen hadden overleefd was uitermate kil. Joodse slachtoffers werden niet herdacht. Dit kantelde pas in de vroege jaren zestig, toen de aard en omvang van de Holocaust breed doordrongen. Toen werd Israël ineens heel populair, de socialistische staat Israël werd een soort utopisch experiment, een land dat de hartelijkste steun verdiende.”

Beter laat dan nooit?

“Ja, maar die betrokkenheid had wel iets hysterisch en kwam misschien voort uit schuldgevoel. Nergens was de Holocaust procentueel gezien zo goed gelukt als in Nederland. Dus er was op zijn minst wat ambivalentie. En misschien waren sommige Nederlanders stiekem ook wel een beetje opgelucht dat die lastige Joden weg wilden. Een prachtige oplossing, zo’n eigen land, lekker exotisch en ook nog eens een land met zulke mooie idealen, wie kon daar nou tegen zijn? Daar zat wel een dynamiek onder die niet helemaal fris is, kijk maar naar die over-identificatie die in de plaats kwam van de onverschilligheid. In mijn film vertelt een man dat hij om die reden vertrokken is uit Nederland, hij had er genoeg van om steeds maar als de super-bijzondere Joodse jongen te worden gezien.”

Volgens u droeg die idealisering ook bij aan de harde afkeuring daarna.

“Zeker. Een jaartje kibboets hoorde voor Nederlanders lange tijd als vanzelfsprekend bij een socialistische opvoeding. Maar het militaire optreden van Israël paste niet in het gedroomde plaatje. Het kind gedroeg zich niet zoals de ouders het zich hadden voorgesteld. Zeker bij links Nederlands speelt die teleurstelling nog steeds mee in de bekritisering of zelfs veroordeling van Israël. Terwijl die teleurstelling natuurlijk meer zegt over de utopie die buitenstaanders van Israël gemaakt hebben, dan over de Israëliërs zelf en hun dagelijkse problemen. Bijvoorbeeld dat ze van meet af aan omringd zijn door landen en groeperingen die hen dood wensen, en die elke dag bereid zijn om daar naar te handelen. De Israëliërs bewaken al hun buitengrenzen permanent en dat doen ze niet voor de lol.”

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Patrick Post

Israël-critici wijzen erop dat er bij conflicten steevast vele malen meer slachtoffers vallen in Gaza dan in Israël.

“Inderdaad. Tijdens de laatste grote geweldsgolf, in 2014, was de balans grofweg 2200 slachtoffers in Gaza tegenover 69 in Israël. Dat komt door de geavanceerde raketafweer van Israël. Maar mag ik een wedervraag stellen? Zou het Nederlandse gevoel anders zijn als die Palestijnse raketten vaker op de hoofden van mensen vielen in Israël? Zou dat de Israëliërs meer recht op zelfverdediging geven?

“Vergeet niet dat de verslaggeving in Gaza niet is zoals die in Israël. Heb je ooit een gedode Palestijnse strijder gezien? Nee, want dat verbiedt Hamas. Terwijl ongeveer de helft van die doden strijders betreft. Hamas filmt uitsluitend gedode kinderen en burgers, die de strijders zelf onder bedreiging van geweld hebben geposteerd rond hun raketinstallaties, op ziekenhuizen en scholen.

“Maar los daarvan: waarom is de verontwaardiging in Nederland zo groot over uitgerekend dít geweld van Israël? Er zijn tienduizend vluchtelingen aan het creperen in een vluchtelingenkamp in Jarmuk, in Syrië. In dat land hebben moslims tot nu toe een half miljoen andere moslims vermoord. In Egypte liggen koptische christenen voortdurend onder vuur. Gaat daar in Nederland iemand voor de straat op?”

De verontwaardiging is u te selectief. Ook als die voortkomt uit betrokkenheid?

“Betrokkenheid is mooi en uiteraard is het goed om elke vorm van staatsgeweld kritisch te volgen. Maar in het geval van Israël is de kritiek wel opmerkelijk eenzijdig, ook internationaal. In het afgelopen jaar zijn er in de VN meer resoluties tegen Israël aangenomen dan tegen alle andere landen van de wereld bij elkaar. Dat is over-fixatie.

Na de aanslagen van 11 september 2001 was het onder deskundigen als Maarten van Rossem en Paul Aarts heel gewoon om te stellen dat het conflict tussen Israël en Palestina de voedingsbodem vormde voor die aanslagen. Aarts noemde het Israëlisch-Palestijnse conflict ‘het hart van het probleem’. Dus als het in Israël vrede zou zijn, dan zou het hele Midden-Oosten vredig en harmonieus worden.

“Ik noem dat een judaïsering van de problemen. Alle ellende komt van Joden, en de mogelijke verlossing moet óók van hen komen. Tegelijkertijd moet Israël nog steeds zijn eigen bestaansrecht verdedigen, ook tegenover de kritische Nederlanders. Terwijl Israël het enige land ter wereld is dat met instemming van de VN gesticht is. Israël wordt meer en meer gezien als een koloniaal project. Terwijl je net zo gemakkelijk kunt betogen dat de stichting van Israël past in een dekoloniserende wereld, waarbij tal van landen ontstonden in het Midden-Oosten. Het oude Ottomaanse rijk, dat een groot deel van het Midden-Oosten besloeg, was na de Eerste Wereldoorlog in Franse en Britse handen. Was dat logischer of minder koloniaal dan een Joodse staat op een plek waar altijd - ook toen - Joden woonden?”

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Patrick Post

Is kritiek op Israël in uw ogen vaak een verhulde vorm van antisemitisme?

“Het is vaak een lastig te ontwarren kluwen. Feit is dat het antisemitisme een behoorlijke opbloei maakt in Nederland, de protocollen van Zion worden weer driftig gelezen en we zijn er al bijna aan gewend dat een Jood in Amsterdam-West niet meer met een keppeltje over straat kan. Daar dragen ze dan maar een petje overheen. Antisemitisme is een continuüm. Het golft op en neer en is niet plotseling verdwenen na de Tweede Wereldoorlog. Eerst werden de Joden gehaat om hun geloof, toen om hun ras, nu om hun staat.”

Ondanks de felheid van de argumenten die in Prins’ documentairereeks aan bod komen, waarin zionisme (het streven van Joden naar een eigen staat) een scheldwoord is en Israël van apartheid wordt beticht, spreekt er ook liefde en ontroering in door. Bij de bejaarde vrouw die na de Duitse concentratiekampen en een naoorlogs kamp eindelijk terechtkon in het Beloofde Land. Bij een Marokkaanse Jood die net als honderdduizenden andere Joden uit Arabische landen een leven als tweederangs burger leidde totdat Israël uitkomst bood. En bij Prins zelf. Als de filmmaker tijdens een interview achteloos het woord ‘wij’ gebruikt in een zin over Israël, spreekt de geïnterviewde jonge boer hem daarop aan: hij hoort er ook bij en als hij wil, is hij altijd welkom.

Prins: “Dat ontroerde me hevig, ja. Omdat ik weet dat ik in Israël een omgeving kan vinden waarin ik mij nooit zal hoeven verdedigen om mijn Joods-zijn. Maar ook omdat ik me realiseer dat die aardappelboer aan de grens met Gaza bereid is om voor het behoud van die omgeving een kogel te vangen. Hetzelfde geldt voor de jonge Nederlandse die soldaat is geworden, omdat ze het zo belangrijk vindt dat Israël bestaat. Ik vind dat ook, maar ik doe er zelf niets voor. Daar kan ik me wel schuldig over voelen. Ik moet er ook niet aan denken dat mijn kinderen die driejarige Israëlische dienstplicht zouden moeten vervullen.”

U vertelt dit verhaal.

“Misschien is dat ook iets, inderdaad.” 

Marcel Prins’ driedelige documentaire ‘Daarom ben ik hier. Een Joodse filmmaker en de kwestie Israël’ is te zien op NPO 2, 11/6, 18/6 en 25/6 om 23.15u

Fotograaf en documentairemaker Marcel Prins (1962) maakte een film over zijn grootvader die op het allereerste transport van Westerbork naar Auschwitz werd gezet, om daar te worden vermoord. Met Trouw-journalist Henk Steenhuis, maakte hij ‘Andere Achterhuizen’, een project over de onderduikgeschiedenis van zijn moeder en talrijke anderen. Over Israël liet hij zich nooit eerder publiekelijk uit.

Lees ook de column van Stevo Akkerman: De twee volken in Israël zijn met elkaar verweven, en niet in positieve zin

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden