Israël verwacht zelfde koers van nieuwe paus

Israël kijkt deze dagen met weemoed terug naar het bezoek van de paus vijf jaar geleden aan de Joodse staat. Het betekende een mijlpaal in de eeuwenlange -'zacht gezegd'- problematische relatie tussen de rk kerk en de Joden.

De paus kon zijn tranen niet bedwingen, zo vertelde deze week de Israëlische oud-premier Barak over het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Jad-Vasjem in Jeruzalem. Het was niet eens zijn bezoek aan het museum voor de holocaust, maar de ontmoeting daar, die de aanwezigen tot tranen toe roerde. In Jad-Vasjem wachtte een vrouw van achter in de zestig op de paus. Vijfenvijftig jaar eerder hadden ze elkaar voor het eerst en voor het laatst gezien.

Geen radioprogramma dat deze week niet stilstond bij het verhaal. Edith Zierer was dertien toen ze meer dood dan levend in januari 1945 uit het nazi-werkkamp 'bevrijd' werd. Ze strandde onderweg naar Krakau, niet meer in staat te lopen, toen een jonge priester-in-opleiding haar aantrof. Hij gaf haar thee en brood met kaas. Droeg haar op zijn rug -ze woog 29 kilo- vier kilometer ver naar een trein verderop. Een Joods gezin dat ze tegenkwam waarschuwde haar dat die priester haar misschien in een klooster wilde stoppen. Tegen het eind van de reis verstopte ze zich. Ze beantwoordde het geroep van de priester niet. Die priester was Karol Wojtyla, de latere Johannes Paulus II.

Het is geen toeval dat de president van Israël de begrafenis bijwoont. Voor Israël gaat deze paus de geschiedenis in als de kerkleider die het Joodse volk 'als oudere broeder' van het christendom heeft aanvaard -in plaats van als moordenaar van de zoon van God- en die de staat Israël, de Joodse staat, heeft erkend.

De aanzet was al gegeven in de jaren zestig toen het Tweede Vaticaans Concilie onder leiding van paus Paulus VI de idee verwierp dat de Joden schuldig zijn aan de dood van Jezus, en opriep tot wederzijds begrip. Maar dezelfde Paulus VI kon tijdens een bezoek aan het Heilige Land de naam Israël niet over zijn lippen krijgen. Hij sprak president Sjazar aan met 'excellentie', niet met president, en reisde dezelfde avond nog terug naar Jordanië om toch vooral niet in Israël te hoeven overnachten. Bij terugkeer in het Vaticaan zond Paulus VI een bedankbriefje aan: 'Mr. Sjazar'.

Het was Johannes Paulus II die de afgelopen 25 jaar de verklaring van Vaticanum II inhoud heeft gegeven. Hoogtepunten waren zijn bezoek aan Auschwitz en aan de Grote Synagoge in Rome -het eerste van een paus aan een synagoge. En ten slotte het historische bezoek aan Israël.

Negentig jaar eerder had de grondlegger van het zionisme, Theodor Herzl, nul op het rekest gekregen toen hij paus Pius X om diens steun vroeg. Deze had hem geantwoord: ,,Non possumus (dat kunnen we niet doen), de joden hebben de Heer niet erkend, wij kunnen het joodse volk niet erkennen.'' Pius X waarschuwde dat ,,als de heer Herzl naar Palestina gaat en hij en de joden zich daar vestigen, wij de kerken en priesters erop zullen voorbereiden hen te dopen.''

Niet alle Israëlische vaticanologen kunnen zich deze dagen vinden in de loftuitingen in de Israëlische media. Zij wijzen erop dat het Vaticaan nog altijd weigert de archieven open te stellen, en daarmee het onderzoek naar de discutabele houding van de kerk tijdens de oorlog tegenhoudt. Zij wijzen ook op de heiligverklaring van Edith Stein -een non van Joodse afkomst, die in Auschwitz door de nazi's werd vermoord- en het besluit tot de bouw van een klooster in Auschwitz. De rede van de paus indertijd bij zijn bezoek aan Auschwitz, waarin hij slechts sprak van 'leden van de Poolse natie' die waren omgekomen, is nog altijd een schrijnend twistpunt, al zou de paus dat later 'goedmaken' met zijn rede in Jad-Vasjem en het briefje dat hij in de Klaagmuur stak.

Toch werd ook na zijn bezoek op de opiniepagina's nog de vraag opgeworpen of de paus nou wel of niet zijn excuses voor het gedrag van de kerk had aangeboden.

Tot ene Joseef Bienenstock de deskundigen de mond snoerde. Deze paus déugde, hij was een echte vriend van de Joden, stelde hij. Bienenstock kon het weten. Op school in Polen had hij naast de paus, toen nog Lolek, in de klas gezeten.

Hij had meer dan eens gespiekt bij zijn knappe vriendje en had hem wel eens mee naar sjoel genomen, want Lolek was dol op de liturgische muziek. Lolek viel ook wel in als keeper in het joodse voetbalteam van Wadowice, dat bijna altijd spelers tekortkwam. Wadowice had een grote joodse gemeenschap. Bienenstock wist als een van de weinigen de vernietigingskampen te overleven en emigreerde naar het toenmalige Palestina.

Het is de vraag die de Israëliërs nu opnieuw bezighoudt: was deze paus een uitzondering vanwege zijn achtergrond, zijn persoonlijke vriendschappen met Joden? Zal zijn opvolger zijn beleid voortzetten? 'Wat kan Israël verwachten na Johannes Paulus II?', luidde de kop deze week boven een lang artikel in de krant Ha'arets. Het voorzichtige antwoord luidde dat de katholieke kerk er niet op is gebouwd het roer drastisch om te gooien en dus de door Johannes Paulus II ingeslagen weg zal vervolgen -wie ook de komende kerkvorst moge zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden