Israël: uniek en doodgewoon

In Oz'kleurrijke verhalen zien we het oude Israël langzaam veranderen: er komen souvenirwinkels, restaurants. ( FOTO TIVADAR DOMANICZKY, HH ) Beeld
In Oz'kleurrijke verhalen zien we het oude Israël langzaam veranderen: er komen souvenirwinkels, restaurants. ( FOTO TIVADAR DOMANICZKY, HH )

Ze zijn allebei ’vredesduiven’, maar maken in de literatuur heel verschillende keuzes: David Grossman verplaatst je in de wanhopige moeder van een Israëlische soldaat, Amos Oz tilt zijn nieuwe boek juist boven de typisch nationale problematiek uit.

Als het om buitenlandse literatuur gaat zijn wij in zekere zin bijziende lezers. Terwijl we in onze eigen letteren alle diversiteit en differentiaties prima kunnen onderscheiden (AFTh van der Heijden is een heel ander schrijver dan Anna Enquist, Renate Dorrestein líjkt niet op Cees Nooteboom) raakt die scherpte verloren naarmate ook de betreffende literatuur verder verwijderd is. Vooral als het om kleine culturen gaat, neigen we tot kortzichtigheid.

Neem nu de Israëlische literatuur. Door de specifieke en pregnante omstandigheden van het land waarin ze geschreven wordt, hebben we al gauw een vermoeden welke kant het opgaat, zonder iets gelezen te hebben. Komt nog een vaag vermoeden bij omtrent de eeuwenoude wortels van die literatuur en voor je het weet heb je een prefab-idee over wat je te wachten staat, iets over tradities, de erfenis van de Holocaust, moeizame leefomstandigheden, angst voor de vijand, de weg naar vrede, noem maar op.

Dan zijn er David Grossman en Amos Oz om je uit de droom van die vermeende eenheidsworst te helpen. Twee Israëlische schrijvers van naam en faam, in politiek-maatschappelijk opzicht verwant want allebei vredesduiven, maar literair gesproken zijn de verschillen aanzienlijk.

David Grossman is de empathische en persoonlijke schrijver die zijn lezers meesleept, de wereld van zijn boek en van het huidige Israël in, die hem of haar uitnodigt mee te voelen en te ervaren, tot in de kleinste details aan toe. Amos Oz is meer de man van de wereld, gepokt en gemazeld, lid van de Republiek der Letteren, met een scherp oog voor de universele kanten van de mens, ook als die in Israël woont.

Grossmans epos ’Een vrouw op de vlucht voor een bericht’ dompelt je een kleine zevenhonderd pagina’s onder in het gevoelsleven van Ora, de moeder die haar zoon Ofer de oorlog in ziet gaan en probeert hem te beschermen door zoveel mogelijk aan hem te denken en over hem te praten, want ’ze behoort ook helemaal niet tot de moeders die hun zoons de strijd in sturen’.

Ofers geschiedenis, zijn hele wezen, en dat van zijn familie passeert de revue tot in de kleinste details, tot in de drie moedervlekjes op zijn hand.

Samen met haar oude vriend, de door een shellshock in een vorige oorlog getekende Avram, die ook nog eens de biologische vader van Ofer is, trekt Ora door Israël om maar niet te hoeven horen hoe het haar zoon vergaat. Onderweg vertelt ze Avram over haar gezin met man Ilan en zoons Adam en Ofer in een haast onstelpbare behoefte aan ontboezeming. En mét Avram wordt ook de lezer op de hoogte gebracht van het leven en karakter van Ofer.

Maar bij alles wat ze, gevraagd en ongevraagd, haar medewandelaar vertelt, blijf je denken wat ook zijzelf ergens verzucht: „Hoe vertel je zoiets, en wat kan hij, in zijn toestand, begrijpen, wat gaat het hem ook eigenlijk aan.” Zo gaat dit boek onder meer over de moeilijkheid iemand in absentie op te roepen, tot leven te brengen en in leven te houden. Wat kan literatuur uitrichten tegen de wetten van het leven?

Intussen worden we overspoeld met Ora’s herinneringen, van charmante kinderkiekjes tot politiek-maatschappelijke bewustwordingsmomenten. Van het lootjes trekken om Ora’s liefde door Avram en Ilan tot oorlogsverslagen uit de Suez-crisis. Ora’s behoefte om te blijven vertellen, geen pauze te laten vallen, verstikt de lezer zo nu en dan, maar geeft op die manier ook precies aan hoe hevig en noodzakelijk haar getuigenis is.

Zo zegt de gewetensvolle soldaat Ofer tegen zijn ouders over de zelfmoordterrorist bij de controlepost: „Maar, papa, dat is mijn taak. Ik sta daar juist om ervoor te zorgen dat hij zichzelf bij mij opblaast en niet in Tel Aviv.” Die zin blijft maar in Ora wringen en geen wonder: moet haar moederschap, haar menselijke emotie om het mogelijk verlies van een zoon, het afleggen tegen het nationale heil?

Grossman geeft zijn boek een bittere nasmaak mee door te vertellen dat zijn eigen jongste zoon Uri in de oorlog in Libanon gesneuveld is. Ofer sneuvelt in dit boek niet, voorzover wij weten, maar Ora’s angst daarvoor, ongetwijfeld ingegeven door de ervaringen van de schrijver zelf, is op de slotpagina’s dramatisch voelbaar:

„‘Misschien maakte ik een denkfout en is het net andersom,’ zegt ze in zichzelf, verbijsterd.

’Hoe andersom?’

Haar handen gaan langzaam open.’want ik dacht dat als we over hem zouden praten met zijn tweeën, als we de hele tijd over hem zouden praten – dat we hem dan samen zouden beschermen, toch?’

’Ja ja, zo is het, Ora, je zult zien dat... _’

’Maar misschien is het precies het tegenovergestelde.’”

Zo is deze roman een geweldig maar in zichzelf verknoopt memento mori voor iemand die niet eens gestorven is.

Hoe volslagen anders komt het hedendaagse Israël naar voren in ’Dorpsleven’ van Amos Oz. Tegenover de monolitische kracht van Grossmanns epos staat het kleurrijke palet van Oz. In acht afzonderlijke maar onderling samenhangende verhalen beschrijft hij het dorpsleven in Tel Ilan, een dorpje in het noorden van Israël. Voor Israëlische begrippen een oud dorpje, uit de tijd dat de staat werd gesticht. Maar het oude en authentieke karakter verandert langzaam onder invloed van de moderne tijd, er komen restaurants en souvenirwinkeltjes: het wordt een trekpleister voor toeristen.

Schijnbaar van een afstandje, maar met een levendige pen, beschrijft Oz de wederwaardigheden van de bewoners, de kleine verdrietjes en tegenslagen, hun angsten en liefdes. Israël is hier een doodgewoon land, net als alle andere landen ten prooi aan een boeiende maar tegelijkertijd onzekere vooruitgang.

Misschien wel het meest karakteristieke verhaal is ’Graven’ waarin de oude hoofdpersoon ’s nachts uit de slaap wordt gehouden door graafgeluiden. Maar niemand gelooft hem. Oz verraadt, net als in zijn andere verhalen, het geheim niet: de geschiedenis eindigt pointeloos maar in dat open einde schuilt juist de kracht: wat is er aan de hand? Graven vijanden een tunnel onder het huis of wordt er aan de onvermijdelijke vooruitgang van Tel Ilan gewerkt?

Ook ’Erfgenamen’ heeft een surrealistische toets. Een vreemdeling komt op een dag bij Arjee Tselnik langs, beweert dat hij mede-erfgenaam van diens huis en goed is en het verhaal eindigt ermee dat hij samen met Arjee naast diens moeder in bed ligt. Het is haast onvermijdelijk dat je dit verhaal leest als een korte samenvatting van het Israëlisch-Palestijnse conflict (en wie weet ook de oplossing) maar Oz hoedt zich ervoor het een expliciet-politieke lading te geven. Hij tilt zijn geschiedenissen steeds een klein eind boven de dagelijkse realiteit uit en maak ze zo tot polyinterpretabele moderne parabels.

Amos Oz en David Grossman gaan allebei uit van het zelfde land, dezelfde geschiedenis en cultuur, maar ze belichamen twee uitersten aan vertelkunst, de een in korte veelzeggende verhaaltjes, de ander in minutieuze hoofdstukken van soms meer dan honderd pagina’s. Oz zet met zijn superieure pen Israël neer als spannend en soms grappig land vol kleurrijke tegenstrijdigheden, bij Grossman is datzelfde land doordrenkt van emotionele zwaarte, twijfel en wanhoop.

Gelukkig hoeven wij niet te kiezen, de literatuur schenkt ons beide mogelijkheden en nog veel meer. Dat is een vrijheid die ook een benard land als Israël oplevert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden