Israël / Niemand droomt nog van een vreedzame oplossing

Hoe leer je mensen in oorlogstijd in vrede leven? 'Door elkaar te leren kennen', denken 'vredesdocenten' van het Givat Haviva Onderwijs Instituut, winnnaar van de Unesco-prijs voor vredeseducatie 2001. De Joodse directeur Danny Wieler was samen met de aan Givat Haviva verbonden Palestijnse psychologe Sanaa Abu Asbeh-Wated in Amsterdam. ,,Goed om even weg te zijn uit het gestoorde land.''

Kun je mensen vrede leren? En hoe dan? Daarover bestaat minder overeenstemming dan over de stelling van Pythagoras. Voor de een is een groot-Israël zonder Palestijnen een visioen van vrede, voor een ander juist een groot-Palestina zonder Joden.

Directeur Wieler pretendeert niet dat hij met zijn Givat Haviva het politieke geschil tussen Palestijnen en Joden kan oplossen. ,,We bieden een dialoog, we openen mensen voor elkaar. Ze gaan weg met meer vragen dan antwoorden. Het conflict ligt niet zwart-wit, het is grijs, merken ze. Maar daar is geen media-aandacht voor. In de media is het: 'Sharon is een nazi' of 'Arafat is een terrorist', niet de nuance.''

Het Joods-Arabische centrum voor vredeseducatie heeft het tij niet mee. Volgens de directeur en zijn staf wil ,,een ruime meerderheid'' van de Israëlische Joden en Palestijnen vrede -driekwart van de Palestijnse Israëliers zou tegen de zelfmoordaanslagen zijn, en driekwart van de Joden zou de nederzettingen een beletsel voor vrede vinden-, geeft het nieuws weinig reden tot optimisme. Israëliërs keren, gedesillusioneerd door het aanhoudende geweld, de vredesbeweging de rug toe. Wieler geeft de politiek de schuld. ,,Niemand biedt nog de droom van een niet-gewelddadige oplossing''.

Naast hem aan tafel zit Sanaa Abu Asbeh-Wated. Zij is een van de ongeveer één miljoen Palestijnen met een Israëlische nationaliteit (18 procent van de bevolking). Zij traint vrouwen om geweld, gebaseerd op geslacht, te bestrijden en ijvert voor de rechten van vrouwen in hun gemeenschappen. De islam hoeft vrouwenemancipatie niet in de weg te staan, gelooft ze. ,,Ik vecht niet tegen de islam. Maar religies zijn tot nu toe steeds geïnterpreteerd door mannen. Er is behoefte aan een feministisch perspectief op de Koran.''

Ze is moslim, maar niet erg religieus, geen hoofddoek. Ze vindt de angst voor het fundamentalisme soms wat overdreven. ,,Wie zijn hoofd bedekt, is nog geen fundamentalist.''

Israël, land van zelfmoordaanslagen op bussen, pizzeria's en supermarkten, doelwit van een internationale haatcampagne met antisemitische trekken, heeft dit leed grotendeels over zichzelf afgeroepen door de voortdurende, verstikkende en knechtende bezetting, zegt Israëlisch links. Deze geslonken 'politiek-correcte' groep, waaronder Givat Haviva, wil de hand in eigen boezem steken om de andere partij in levende lijve te ontmoeten.

,,Je bent bang voor de andere kant, omdat je die niet kent'', zegt Wieler. ,,Arabieren weten meer van Joden, dan Joden van Arabieren'', zegt Sanaa, ,,Dat komt doordat het jodendom de dominante cultuur is. Wij spreken Hebreeuws, zíj geen Arabisch.''

Een van de Arabische kinderen die meededen aan het programma 'Kinderen leren van kinderen', waar Sanaa ook werkt, vertelde: ,,We hebben Joden ontmoet. Een Jood is niet iets engs, maar een ander mens, iemand met wie je kan praten, en waarmee je het ook wel eens kan worden, zelfs al zijn we niet in alles hetzelfde. Soms begrijpen we meer dan hij -hij weet gewoon niet alles.'' Een Joods kind: ,,Ik kijk nu anders aan tegen de Arabische uitbarsting van woede. Ik zie nu hoe de Arabieren hier moeten leven.''

Volwassenen en kinderen krijgen van Givat Haviva de kans Joodse of Palestijnse leeftijdsgenoten te ontmoeten. De gemeenschappen wonen afgezonderd van elkaar, zonder echt contact. Sanaa komt zelf uit een klein Arabisch dorp, waar Joden niet snel op bezoek zullen durven, denkt Wieler. ,,Het kan wél'', zegt Sanaa. ,,Ik had laatst nog Joodse vrienden op bezoek. En we hebben hard op straat lopen lachen!'' Toch merkt Givat Haviva ,,groeiende kloof en van vervreemding sinds de gewelddadige gebeurtenissen van oktober 2000''. Een kleine minderheid onder de Palestijnse Israëliërs is aan het radicaliseren, erkent Wieler. Sanaa noemt het liever emancipatie: Palestijnen durven meer dan vroeger voor hun rechten op te komen.

Sanaa: ,,Het is een strijd, en mensen proberen elk middel. In mijn dorp zijn dertien mensen neergeschoten. Ik kan dan wraak nemen of ik kan zeggen dat er niet nog meer doden mogen vallen. Wij werken samen met Joodse Israëliërs die allemaal tegen de bezetting zijn. Maar ik accepteer het zionisme en de Joodse staat niet. Wij zijn één volk, en wij ondersteunen het gevecht voor vrijheid voor de Palestijnen. Maar wij willen niet behoren tot de Palestijnse staat. Haifa is ook mijn thuisland.''

Zo legt ze uit wat de twee belangrijkste punten zijn op de politieke agenda van de Palestijnse Israëliërs: een onafhankelijke Palestijnse staat naast een onafhankelijke Israëlische staat die niet langer exclusief Joods is. ,,Mensen praten veel over discriminatie (Zo krijgenArabische dorpen structureel minder van de regering dan de Joodse, red.) Maar voor mij is dat niet het allerbelangrijkste. Het grootste probleem is dat Israël een Joodse staat is.''

Wieler: ,,We zijn het niet over alles eens. ,,Ik denk wel dat je welvaart moet creëren voor de Arabieren. Zij moeten ook sociaal-economisch emanciperen. De democratie versterken, met gelijke rechten voor iedereen, daar gaat het om. 40 procent van de Arabieren is nu werkloos.''

Waarom geven ze de hoop niet op? Wieler: ,,Zelfs als er geen licht is, dan moet het er toch zijn. Ik ben Joods, en voor mij wil dat zeggen dat ik voor vrede ben én voor gelijke rechten in Israël. Het is heel belangrijk voor mij te zeggen dat dit soort werk mogelijk is, dat niet alles verloren is. Ik ben ziek van optimisme en geen dokter kan mij genezen.''

Sanaa: ,,We kunnen niet anders dan vechten voor vrede. Toch is het goed: even weg uit het gestoorde land.''

Wieler: ,,Helemaal afstand nemen, lukt niet. Je blijft ongerust over je familie.''

Sanaa: ,,Ik heb mijn man en kinderen gebeld. (Naar de interviewer:) Palestijnen zijn ook mensen, weet je, wij zijn ook bang.''

Wieler: ,,Aanslagen treffen ook de Palestijnen.''

Sanaa: ,,Ja, laatst nog: een Arabisch meisje van de universiteit in Haifa waar ik gestudeerd heb. Iedereen ging kaarsjes voor haar branden.''

Uitkijken op het casino aan de overkant. Wat zou je doen als je daar een miljoen zou winnen?

Sana: ,,Ik mag niet gokken van mijn geloof, maar stel. Ik zou het niet aan onze Givat Haviva geven. Er is zoveel armoede onder mijn volk. Laatst kwamen ze collecteren voor de slachtoffers van Jenin, maar ik had geen geld. Ik heb ze mijn gouden armbandje gegeven. Als ik nu een miljoen had, zou ik die geven aan mijn volk.''

Stichting Vrienden van Givat Haviva. 030-6039343; batja@hetnet.nl

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden