Israël is bang voor de ban

In Israël groeit de vrees voor een internationaal isolement, nu het maar niet lukt om het vredesproces op gang te krijgen. Popartiesten laten het land al links liggen. Vergaat het Israël net als Zuid-Afrika?

Wat hebben zanger Elvis Costello, rockband The Pixies, actrice Meg Ryan, rocklegende Carlos Santana en filmregisseur Mike Leigh met elkaar gemeen? Antwoord: ze behoren tot de artiesten die de afgelopen tijd om politieke redenen hun bezoek aan Israël hebben afgezegd.

Nog voor de rechtse regering van premier Netanjahoe in de lente van 2009 aantrad, wezen commentatoren in Israëlische media op het gevaar dat een gebrek aan voortgang in het vredesproces Israël verder in zijn isolement zou drijven. In feite waren toen, na een jaar onderhandelen, de gesprekken tussen Israël en de Palestijnen door de oorlog in de Gazastrook enkele maanden eerder al op de sluimerstand gezet.

Anderhalf jaar later verkeert het vredesproces in een diep coma. De Israëliërs weigeren de bouw van de nederzettingen te staken, de Palestijnen willen niet verder praten zonder zo’n bouwstop. De VS proberen de zaak nog altijd vlot te trekken, omdat, zoals onderhandelaar George Mitchell uitlegde, helemaal niets doen gevaarlijker is.

De Palestijnse premier Salam Fajad maakt er intussen geen geheim van dat hij hard bezig is ’de Palestijnse staat’ op poten te zetten en deze volgend jaar officieel uit te roepen. Dit ’Palestina’ werd enkele weken geleden als eerste door Brazilië erkend; een voorbeeld dat inmiddels door een vijftal Zuid-Amerikaanse landen is gevolgd. In Europa hebben Frankrijk en Spanje intussen de status van de Palestijnse gezantschappen in hun landen verhoogd.

Een van de instrumenten die de Palestijnse regering op de Westelijke Jordaanoever gebruikt om de Palestijnse gebieden los te weken van Israël, is de boycot. Begin dit jaar zette het ministerie van economische zaken een campagne op om de eigen steden te zuiveren van producten die gefabriceerd zijn in de Israëlische nederzettingen. Inspecteurs in burger vallen Palestijnse supermarkten en winkels binnen en nemen de kolonistenwaren in. Aan het slot van de razzia krijgt de eigenaar een preek en een handgeschreven rapport met daarop alle ingenomen producten. Wordt hij vaker betrapt, dan volgt een geldboete tot omgerekend 12.000 euro of zelfs een gevangenisstraf van tweeënhalf tot vijf jaar. De winkel zelf krijgt een gele sticker op de deur met daarop het symbool van de campagne, een indringend wijzende hand, zodat iedereen weet dat de desbetreffende zaak vrij is van kolonistenproducten.

Gelijktijdig wint ook internationaal de oproep Israël onder druk te zetten met een boycot – economisch, cultureel en academisch – terrein. In een televisie-interview waarschuwde Israëls minister van handel en industrie onlangs dat zonder vredesproces een boycot van Israëlische goederen à la Zuid-Afrika een reële mogelijkheid is.

Het wapen van de boycot is niet nieuw. De zogeheten Boycot, Desinvestering en Sanctie-beweging – de BDS – tegen Israël ging van start in 2005, een jaar nadat het in het Haagse Vredespaleis zetelende Internationaal Gerechtshof van de Verenigde Naties Israëls nederzettingen en bouw van de afscheidingsbarrière illegaal had verklaard. Omar Barghouti, medeoprichter van de Palestijnse tak, beschrijft de beweging als een geweldloze vorm van verzet met als doel de Israëlische bezetting te beëindigen, de gelijke rechten van Palestijnse burgers in Israël te verzekeren en het recht van de Palestijnse vluchtelingen naar hun huizen terug te laten keren te realiseren.

Het idee van de boycot als wapen, zo stellen de aanhangers, heeft vooral aan populariteit gewonnen na de Israëlische aanval op de Gazastrook van twee jaar geleden, en de actie tegen het door Turkije geleide zee-konvooi van afgelopen mei, waarbij negen Turkse activisten werden gedood.

Tot nu toe heeft de BDS-campagne geleid tot een boycot van Israëlische producten door voedselketen Olympia in de Amerikaanse staat Washington en twee voedselketens in Italië. Scandinavische pensioenfondsen hebben hun investeringen teruggetrokken uit het Israëlische elektronicabedrijf Elbit, dat veel levert aan de Israëlische strijdkrachten; en de Britse vakbond TUC heeft zich aangesloten bij de boycot.

Kunstenaars en intellectuelen uit veel landen hebben zich, evenals een aantal Nobelprijswinnaars, openlijk uitgesproken voor een boycot. Met name in Groot-Brittannië roeren universiteiten zich met besluiten om Israëlische academische instellingen te boycotten, zij het dat die – tot nu toe – vervolgens werden teruggedraaid. Ook een klein aantal Israëlische academici heeft zich voor een boycot verklaard. Ironisch genoeg was het de Palestijnse hoogleraar en vredesactivist Sari Nusseibeh, president van de Palestijnse Al-Quds-Universiteit in Jeruzalem, die zich ertegen keerde, onder andere omdat zijns inziens juist Israëls academische wereldje er ’de meest uitgesproken standpunten voor de vrede’ op na houdt, en ’zij dus de laatste zijn die je zou moeten straffen’.

In Nederland keert het BDS-platform zich volgens zijn site vooral tegen de verkoop van Israëlische producten in de supermarkten. Het richt zijn pijlen in eerste instantie op ’marktleider Albert Heijn’. BDS zegt weliswaar dat het daarbij vaak gaat om producten uit de illegale nederzettingen, maar de boycotoproep geldt álle producten uit Israël.

Merav Amir, directeur van ’Who Profits from the Occupation’ (Wie heeft baat bij de bezetting) – een project van de Israëlische Coalitie van Vrouwen voor Vrede – stelt dat het belangrijkste effect tot nu toe is dat ’de campagne elke organisatie in het buitenland dwingt een standpunt in te nemen’.

De mate waarin de BDS-campagne invloed heeft, is moeilijk te bepalen, vooral ook doordat de bedrijven die onder vuur liggen weigeren commentaar te leveren.

De directeur-generaal van Israëls ministerie van handel en industrie zegde tot twee maal toe op het laatste nippertje een interview met deze krant af. Het werpt de vraag op of de Israëlische strategie erop gericht is zo min mogelijk ruchtbaarheid te geven aan de schade die de boycot toebrengt. Maar minstens zo aannemelijk is dat Israël de BDS-campagne om zeep wil helpen door de actievoerders op geen enkele wijze een podium te geven.

David Schneeweiss van het Israëlisch ministerie van buitenlandse zaken doet de beweging af als ’marginaal, extremistisch en niet synchroon met de essentie van het vredesproces’. Wat de economische invloed betreft wijst Schneeweiss op de gestage groei van de Israëlische economie en de toenemende buitenlandse investeringen ondanks de recessie in de westerse wereld. „BDS poogt ons te isoleren van de internationale gemeenschap, terwijl wij ons erin verankeren”, zegt Schneeweiss en hij wijst op Israëls recente toetreden tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de in Parijs zetelende club van 34 welvarende landen. „Hier en daar halen ze het nieuws, en dan nog voornamelijk in Israël zelf, maar in wezen is het een onbeduidende beweging.”

Waarom toont Israël zich dan bevreesd voor een omvangrijker boycot die echt schade kan berokkenen? De verklaring van Schneeweiss: „Israël is overgevoelig, dat zit nu eenmaal in ons DNA.” Maar echt bezorgd is Israël vooral vanwege de vermeende verborgen agenda van BDS.

Volgens Schneeweiss is de ware bedoeling van de campagne niet om het Israëlische beleid te wijzigen, maar om Israëls bestaansrecht te ondergraven. „De wijze waarop zij de Palestijnse zaak willen oplossen, is de radicale versie van de Palestijnse rechten, waarbij Israël als Joodse staat geen enkel recht heeft.” Zo eisen ze het recht voor de Palestijnse vluchtelingen naar hun huizen in Israël zelf terug te keren. Dat is, aldus Schneeweiss, zelfs volgens de VN-resolutie (194) niet een recht, maar slechts een optie. Een recht zou, als de Palestijnen daarvan gebruik zouden maken leiden tot een drastische wijziging van Israëls demografische balans. Schneeweiss: „BDS pleit niet voor twee staten voor twee volken, maar voor twee staten voor één volk: de Palestijnen.”

De valstrik voor Israël, aldus het Reutinstituut, een Tel-Avivse denktank, is dat BDS in zijn vocabulaire schermt met rechten en mensenrechten. Dat vindt weerklank in het Westen. „De BDS weet op die manier de critici van Israëls beleid achter zich te scharen, naast de Israël-ontkenners, die menen dat Israël geen recht van bestaan heeft. En dat hoewel die eerste groep niet beseft wat de eigenlijke betekenis is van de radicale ideeën van BDS”, aldus de denktank die zich tot doel stelt de Israëlische beleidsmakers te ondersteunen.

Die Israëlische beleidsmakers, een uitzondering daargelaten, zeggen het liever niet hardop. Maar binnenskamers en in de media klinkt de vrees dat Israël in een steeds groter isolement zal geraken, waarbij het idee van de boycot wel eens het effect van een sneeuwbal zou kunnen krijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden