ISRAEL - Hossen lukt niet echt op feestdag Israël

“Het is hartstikke in”, antwoordt de man op de kennelijk onnozele vraag wat die Amerikaanse vlaggetjes daar doen. “Ik ben verkoper, ik verkoop wat de mensen willen”, legt hij uit.

Hij is eigenaar van een winkeltje op het kleine pleintje in Hadar Josef. Hadar Josef was ooit een afgelegen, verwaarloosde buitenwijk van Tel Aviv. In de jaren vijftig werden de immigranten uit de Arabische landen er onder gebracht in kleine huisjes. Daartussen werden nog enige afgrijselijke flatgebouwen gestouwd om de ergste woningnood te lenigen.

Maar Tel Aviv groeide, de grond werd duurder, de trek naar buiten zette in. De yuppen en nouveaux riches rukten op en hadden al gauw hun oog gevestigd op die leuke petiterige huisjes met die verwaarloosde stukjes grond. De huisjes werden uitgebouwd of neergehaald en op de lapjes grond verschenen de villa's. Hadar Josef veranderde in een gemengde buurt van nieuwe welgestelden en oude arme immigranten die eigenaar waren geworden van grond, die tot de duurste ter wereld behoort. Want op de wereldranglijst van huisprijzen hoort Tel Aviv bij de eerste tien.

Alleen op het kleine pleintje van Hadar Josef - en het grote pleintje even verderop - ging onaangeroerd de tijd voorbij. De winkeltjes kunnen zo dienen als decor in een film uit de jaren vijftig. Op de hoek is de lekkerste falaffel uit de hele stad - al zou de keuringsdienst van waren zich daar niet door laten overtuigen. Dan is er het lingeriezaakje, qua modellen ook niet echt met de tijd meegegaan. Het vlaggenwinkeltje van Jossi houdt, net als de andere zaakjes, het midden tussen een marktkraam en een pakhuis.

'Tamroekia' staat er nog in vage letters op de eens witte luifel: 'Parfumerie'. Klopt, hij verkoopt nagellak en crème, zelfs de handcrème van dat merk dat elders allang niet meer te krijgen is haalt hij ergens vandaan. Maar Jossi is zoals hij zelf zegt een koopman en zijn nering beperkt zich niet tot geurtjes en smeersels. Vandaar dus de vlaggen in alle soorten en maten, want het loopt tegen onafhankelijkheidsdag, de 48ste. Een beetje Israëliër siert zijn auto dan met de blauwwitte vaantjes met de Davidster.

Maar waarom verkoopt Jossi dit jaar ook Amerikaanse vlaggen - een hele grote hangt zelfs temidden van de Israëlische aan de luifel. “Ik verkoop alleen maar.” Maar waarom denk je dat de mensen dat willen?

Nu steekt Jossi van wal, aanmoediging is overbodig. En op zijn vragen verwacht hij geen antwoord. “Omdat de Amerikanen ons helpen, waarschijnlijk. Je denkt toch niet dat we in Libanon zonder toestemming van Amerika bezig zijn. Zij geven ons de wapens, vullen de voorraden aan. Dat is niet mis. Wat dacht je dat er in zo'n Amerikaans vrachtvliegtuig allemaal niet kan? Voor miljoenen zit daar in. Hoeveel smart bombs hebben we al niet verschoten, hoeveel munitie zijn we al niet kwijt.... De Amerikanen vullen dat weer aan. Dat is goed ook hoor, want het is met munitie net als met kaas, het heeft een uiterste verkoopdatum. Daarna moet het ververst, moet je nieuwe hebben.... Weet je waar ze dit besloten hebben? In Sjarm (de anti-terreurconferentie in Sjarm al Sjeikh in maart - red.) Daar besloten ze dat we de vrije hand krijgen op te treden tegen de terreur, dat we ze ervan langs mogen geven. En denk maar niet dat dat in Kana met die vluchtelingen een vergissing was. Want zo hebben we ze laten zien dat ze zich niet achter burgers kunnen verschuilen. Zonder dat leren ze het niet. Het is toch te gek dat bij ons het halve land plat ligt, het hele noorden. Ik ben er het weekend zelf heen geweest, uit nieuwsgierigheid. Nou, het was er leeg. De mensen zijn vertrokken, de industrie ligt plat. Weet je hoeveel dat kost! Dat kunnen ze toch niet maken. Al die mensen en kinderen die uit hun huizen zijn. Sinds die doden daar in Kana is er internationale druk op alle partijen. En nu moeten de Amerikanen zorgen dat er een akkoord komt, dat er een einde komt aan die Katjoesja-beschietingen....”

“...Hoeveel ze kosten? Die grote Amerikaanse vlag is 25 piek, de kleintjes zijn een riks.”

Toch, twee dagen later, onafhankelijkheidsdag, zijn er nauwelijks Amerikaanse vlaggen te bekennen. Wel Israëlische vlaggen, al lijkt het minder dan andere jaren. De stemming zit er niet in. “Waarom zouden de mensen nog iets willen vieren”, zegt Ilana, een sociaal werkster en zelf even oud als de staat. “Het is oorlog, Rabin is vermoord, de vrede wil maar niet komen, er zijn al die aanslagen geweest - en wie weet komen die weer. We staan voor hele moeilijke verkiezingen. Het is gewoon een pokkejaar.”

's Avonds heeft de gemeente feest georganiseerd op het plein dat al vijf maanden Rabin-plein heet. Vlakbij houden de mensen stil bij de plek waar de premier werd vermoord. Er liggen bloemen, verse en verwelkte. Er branden kaarsjes. Er klinkt muziek van de optredens op het plein. Jongetjes rennen elkaar achterna met spuitbussen met schuim of een gekleurd soort schuimplastic. Sinds jaren een van de meest bizarre tradities: op onafhankelijkheidsdag mag (moet) je elkaar bespuiten.

Het heeft al bijna de nog oudere (niet minder bizarre) traditie verdrongen van het elkaar met felgekleurde plastic hamertjes op de rug of op het hoofd tikken. Op het podium probeert een bekende folkgroep met oude Israëlische liedjes het publiek mee te krijgen. Daarna doet een dansmeester zijn best de mensen, als vanouds, te laten hossen. Het lukt matig. Nieuwsgierigen komen kijken en gaan weer weg. Het is een beetje koud en een beetje oorlog.

Terug in Hadar Josef is het pleintje uitgestorven, Jossi's luifel ingetrokken. Bovenop de enorme hijskraan van het nieuwbouwproject (luxe flats met sauna en een gezamenlijk zwembad) wappert een Israëlische vlag. De tv toont beelden uit Kirjat Sjmona, mensen in een schuilkelder die manmoedig zeggen dat ze daar niet weggaan. Dan maar onafhankelijkheidsdag onder de grond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden