Israël, dat kleine stukje aarde

De Palestijnse stad Abu Dis wordt door een muur afgescheiden van Jeruzalem. ©AP

Veertig jaar na Bomans' bezoek aan het Beloofde Land is de sprookjesachtigheid verdwenen.

De Nederlandse schrijvers Abdelkader Benali en P.F. Thomése bezochten onlangs Israël. De ellende die zij kenden van televisie bleek in het echt nog veel dwazer en naargeestiger te zijn.

Het begon met kruisvaarders die het Heilig Graf wilden bevrijden, daarna volgden pelgrims die eens wat anders wilden dan Rome of Santiago de Compostela. Vervolgens kwamen de kibboetsgangers en vrienden van het 'oude volk'. Ten slotte -- aan het eind van de geschiedenis van Israël als bijbels openlucht museum ¿ arriveerde Gretta Duisenberg.

Anders gezegd: Wie naar Palestina, of later naar Israël, afreisde, ging om iets te vinden: de bevestiging van zichzelf, als christen, als sympathisant met het jodendom of als anti-imperialist, op zoek naar een nieuwe solidariteitsbestemming na het discutabel worden van klassiek linkse reisdoelen als China en Cuba.

Het beloofde land, kortom, is het land van de fellow-travellers, ofwel van 'medereizigers' in Jezus, Mozes, Arafat of Hamas. Zo was EO-coryfee Henk Binnendijk er niet weg te slaan, woont Anja Meulenbelt min of meer permanent in Palestijns gebied, en ging de roomse Godfried Bomans in 1969 - een kleine twee jaar na de Zesdaagse Oorlog - voor de NCRV-televisie kijken 'waar Christus werkelijk geweest is'. En juist hem, de twijfelende katholiek, overkwam wat later velen zou overkomen: hij voelde zich steeds meer Kuifje in het verkeerde wonderland. Hij vertrok als fellow-traveller, maar wist gaandeweg niet meer zo zeker of hij wel 'medereiziger' was van de kitsch bij de geboortekerk in Bethlehem of van die bij de Heilig Grafkerk in Jeruzalem, waar over elk losliggend steen-tje werd gekibbeld.

Onlangs traden twee auteurs in het spoor van Bomans: P.F. Thomése en Abdelkader Benali. Het wonderland is er intussen niet sprookjesachtiger op geworden. Was Bomans' relaas (te vinden in 'Van dichtbij gezien') nog getekend door het optimisme van de ontroering, bij Thomése en Benali overheerst de verbazing over zoveel menselijk leed en geweld op zo weinig vierkante kilometer. Schreef Bomans nog olijk over zijn ontmoeting met 'echte Arabieren', veertig jaar later is de lol er af.

"Het bouwen van tunnels gebeurt met dezelfde ernst als waarmee in deze regio de piramiden moeten zijn gebouwd", constateert Benali bij de Palestijnse onderaardse gangen in Gaza. Thomése schrijft bij het zien van de negen meter hoge muur die Bethlehem scheidt van het Israëlische territorium: "Baf. Midden in de bebouwde kom. Wie zoiets neerzet, wil datgene wat daarachter is nooit meer terug hoeven zien."

De vraag rijst derhalve wat voor soort fellow-travellers zij zijn, en of je ze wel als zodanig mag benoemen. Maar eerst moet gezegd dat de beide auteurs verschillende boeken hebben geschreven.

Benali verbleef voor zijn boek ook in het gebied waar niet veel later de Arabische Lente uitbrak. Zijn reportages zijn er als het ware een voorbode achteraf van. Hij beschrijft met warmte de tekens van hoop en bevrijding ter plaatse ¿ seks, lingerie, disco, toneel en kunst. In Israël en Gaza daarentegen valt zijn oog op het verdriet, niet omdat hij dat graag wil, maar omdat er weinig is om mee te sympathiseren (wat iets anders is dan solidair zijn). Thomése bezoekt uitsluitend Israël en de Palestijnse gebieden en heeft dramatische slapstick geschreven, alsof Kuifje een kwade bui heeft.

Het onderscheid tussen de twee komt hier op neer: Benali is de Oriënt, Thomése is West-Europa. Benali kijkt welwillend naar de wereld die hij vanuit zijn achtergrond probeert te begrijpen. Thomése schrijft ongeduldiger en confronterender. Hij wil wel objectief zijn, maar kan hij het helpen dat je gekken in een gekkenhuis gek mag noemen, ook al is hun gekte uit naam van een of andere godheid.

Christelijk Europa loopt met Thomése mee, in de personen van drie schrijvende vaderlandse reisgenoten: Jan Siebelink, de zoon van een door godsdienst geslagen vader, Rosita Steenbeek, die ooit dominee wilde worden, en priester-schrijver Antoine Bodar. De aanwezigheid van dit drietal levert bij voortduring vrolijke kortsluiting op met de atheïst Thomése.

Wanneer het trio achter oude vrouwtjes aan de kerk induikt waar Christus geboren zou zijn, weet Thomése niet wat hij ziet. Evenmin begrijpt hij 'de raar soort opwinding' van de drie in Jeruzalem. "Hier is het gebeurd", fluistert Bodar bij Golgotha, dat niet meer is dan een stenen trap. En Thomése vervolgt zijn beschrijving: "Hij kijkt erbij of hij het slechte nieuws net heeft gehoord en het nog helemaal moet verwerken."

De schrijver moet een raar soort dubbel isolement hebben gevoeld. Zijn redelijke Europa raakt bij alle historische heiligheid met regelmaat de kluts kwijt. En dan is er nog de wanhopig makende en onbevattelijke actualiteit zelf. Want overal waar Thomése komt, treft hij de ellende aan die hij al kent van de televisie, maar in het echt blijkt het allemaal nog dwazer en naargeestiger.

"Om God zijn zin gedaan te krijgen moet je wel een rotzak worden, dat is de oosterse paradox", concludeert de auteur. In de heilige stad, schrijft Benali, is 'het elkaar dood wensen tot een hoge kunst verheven, het is een van de laatste plekken op aarde waar het middeleeuwse denken van harte wordt aangemoedigd'.

Ondertussen blijft het gissen naar het antwoord op de vraag wat Thomése en Benali zoeken in het Beloofde Land. Als het niet zo goedkoop klonk, zou je iets kunnen mompelen over fellow-travellers van de humaniteit. Maar misschien zijn ze veeleer fellow-travellers van de Europese onthandheid met dat kleine stukje aarde, waar Joden naartoe zijn gevlucht, Palestijnen nauwelijks kunnen ademen, en waar nog altijd een christelijk theater wordt opgevoerd dat Bomans, ondanks zijn kritiek, terugvoerde naar zijn kindertijd van het kribje en het kerststukje.

Abdelkader Benali: Oost = West. Reizen door de Arabische wereld en het Westen. De Arbeiderspers, Amsterdam. ISBN 9789029575010; 265 blz. € 15

P.F. Thomése: Grillroom Jeruzalem. Contact, Amsterdam. ISBN 9789025436810; 141 blz. € 10

De Palestijnse stad Abu Dis wordt door een muur afgescheiden van Jeruzalem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden