Israël corrigeren is nog geen antisemitisme

Israël heeft vrienden in het Westen, maar stelt zich niet open voor kritiek.

Met slechts een rugzak ging ik in 1987 op een beurs naar Jeruzalem om aan de Hebrew University historisch onderzoek te doen. In mijn bagage had ik een gedegen joods-christelijke opvoeding, waar sympathie voor Israël een belangrijk deel van uitmaakte.

In datzelfde jaar brak de eerste Palestijnse opstand uit. Ik bezocht een Palestijns ziekenhuis, met pubers getroffen door Israëlische kogels. Hun stenen naar soldaten waren beantwoord met scherp. Mijn nogal eenzijdige houding ten opzichte van mijn gastland verdween toen ik een jongen van negen ontmoette, die mij zijn schotwond liet zien, net boven zijn rechterbil. Een soldaat had hem beschoten toen hij wegrende. Het ziekenhuis lag vol met zulke gevallen. Ik vond dat zo in strijd met alle ethiek dat ik mijn standpunt over Israël wel moest herzien. Was ik daarmee antisemiet geworden? Als ik professor Herman van Praag moet geloven wel. In Letter & Geest stelde hij dat de hedendaagse kritiek op Israël uit dezelfde bron voortkomt als de Jodenhaat uit het verleden.

Van Praag schreef onder andere over de de westerse beloften voor een joods nationaal tehuis. Anders dan hij suggereert, was deze Balfour Declaration van 1917 erg vaag. Het betrof in eerste instantie een puur Brits initiatief. Wat dat ‘tehuis’ precies was, en hoe groot het moest zijn stond nergens. Het was dus geenszins een blauwdruk voor een joodse staat. Bovendien waren ook toezeggingen gedaan aan de Arabische bevolking, wiens ’rechten’ niet aangetast mochten worden’.

De Volkerenbond had intussen een delingsplan voor Palestina opgesteld waarbij de joodse minderheid een groter stuk grond kreeg toegewezen dan de Arabische meerderheid. Om die reden verwierpen de Arabieren het plan. Direct na de machtsoverdracht in mei 1948 trokken Joodse troepen de kersverse grenzen over om meer grondgebied te veroveren dan hun was toebedeeld.

Van Praag stelt dat Israël niet expansionistisch is. De feiten: Israël stak sinds 1948 zes maal als eerste met leger en luchtmacht de grenzen van buurlanden over. Israël herbezette de autonome Palestijnse gebieden na de Oslo-akkoorden. De enige uitzondering vormt de oorlog van 1973 toen Israël aangevallen werd door vijf Arabische landen. Om dat ’antisemitisme’ te noemen, is een gotspe. Het is een politiek conflict. Om land. Geen oorlog van rassen.

Dan het westerse antisemitisme. Dat was en is een onuitroeibaar kwaad, dat bestreden dient te worden. Maar heeft Israël geen vrienden in het Westen, zoals Van Praag beweert? Tot de akkoorden van Camp David in 1977 en de eerste Libanon-oorlog was Israël de oogappel van het Westen. Dat veranderde na de Israëlische slachtpartijen in Sabra en Sjatilla. En de Intifada. En zelfs daarna had en heeft Israël nog vele vrienden.

Israël is een land met een eeuwenoud trauma, dat zich gedraagt als slachtoffer, maar tegelijkertijd de politiek kritiekloos wil beheersen. Het heeft het vijfde sterkste leger ter wereld, beschikt over kernwapens, maar onderwerpt een bevolking van 3,5 miljoen aan vernedering en armoede. Het schendt mensenrechten. Het lapt alle VN-resoluties nu al meer dan 60 jaar aan zijn laars. Op die politiek heb ik al jaren kritiek. Maar dat betekent niet dat ik joodse burgers de dood in wens en antisemiet ben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden