Israël bepaalt ons hele leven

Uit de Arabische wereld, dit jaar eregast op de Frankfurter Buchmesse, bereikt ons weinig literatuur. Dat ligt niet alleen aan óns, de Arabische markt is klein en de censuur bepaalt het aanbod. De contact met het westen verlopen moeizaam. De Brits-Egyptische schrijfster Ahdaf Soueif sprak met Palestijnse schrijvers in  Ramallah - een brandpunt van het Arabisch-Westerse conflict. Hoe verwerk je politieke frustraties tot literatuur? En hoe zien deze schrijvers hun Israëlische collega's? Als vijanden of als bondgenoten?

Ahdaf Soueif

Als ik Liana Badr eindelijk bereikt heb op haar mobiele telefoon, staat ze met haar auto in het centrum van Ramallah; ze kan haar kantoor niet meer bereiken, ze kan ook niet meer omkeren naar huis. Ze klinkt radeloos: ,,Ze vallen de stad binnen. De kinderen gooien stenen en ze zeggen dat er iemand gedood is.''

Mijn vragen klinken nogal theoretisch, maar we spreken af dat ik ze toch zal doorfaxen: ,,Beïnvloedt de bezetting je als schrijver?''

,,Ja, het beïnvloedt mijn schrijven. Ik kan niet lang achter elkaar werken. Het is alsof je clau s trofobisch wordt als je je concentreert. De situatie beheerst je. Het tast je aan als een koorts; het is er altijd. Het is heel moeilijk je op één ding te concentreren. Ik merk dat ik liever aan verschillende projecten tegelijk werk.''

Toen ik Badr voor het eerst ontmoette, tien jaar geleden, was ik onder de indruk van haar energie, haar productiviteit, haar uiterlijk, haar positieve instelling. Toen ik haar vorig jaar terugzag had ze donkere kringen onder de ogen. Ze sprak gejaagd en maakte een broze indruk.

Badr werd geboren in Jeruzalem en groeide op in Arija (Jericho). In 1967 vluchtte ze met haar ouders naar Amman, maar na de Zwarte September in 1970 week haar familie uit naar Beiroet. De Israëlische inval van 1972 dreef hen daar weer vandaan. Badr ging wonen in Damascus en Tunis. Pas na de het akkoord van Oslo (1994), keerde ze weer terug naar Palestina.

,,Als schrijver,'' zegt ze ,,wil je de wereld steeds opnieuw scheppen - en die drang wordt alleen maar sterker als je jouw wereld voor je ogen ziet verdwijnen.''

Van stad naar stad trekkend produceerde Badr vier romans, drie novelles en drie verhalenbundels. De laatste tijd ervaart ze het schrijven als een bijzondere uitdaging: ,,Het staat er slecht voor. Ik ben geobsedeerd geraakt door de emoties die iemand heeft die onder alle omstandigheden probeert zijn menselijkheid te bewaren. Het is heel spannend om je onder zulke omstandigheden bezig te houden met vorm, met esthetiek.''

Die uitdaging is er een waarmee elke Palestijnse schrijver vertrouwd is. Adania Shibli vertelt me dat ze zich terugtrekt 'in een soort autistische toestand'. Shibli is de meest getalenteerde jonge schrijver van de West Bank. In haar kleine witte auto sluist de tengere, jongensachtige schrijfster me door de straten van Ramallah.

Ze komt uit Al-Jalil (Galilea), maar legt uit dat ze niet kan leven in de 'volkomen consumptiegerichte wereld' van een Israëlische stad. Ze werkt met andere jonge kunstenaars in een Palestijnse culturele stichting.

In haar korte verhaal 'Performing with Many Particles of Dust' (2002) volgt ze een dag lang een gewone vrouw: Deze gaat naar het postkantoor in Jeruzalem om een pakket op te sturen, ze bezoekt een vriend in Ramallah en vraagt zich af of ze vlees zal kopen. Dat is alles. Maar ze moet over de concentratie van een koorddanser beschikken om haar neutraliteit te bewaren, cool te blijven, om de dag door te komen zonder ongelukken. Het volgen van al die gedetailleerde gedachtengangen, tegenwerpingen en nadere overwegingen laat je als lezer uitgeput achter.

Shibli publiceert in Al-Karmel, een literair tijdschrift dat, sinds de oprichting in Beiroet in 1981 door dichter Mahmoud Darwish, verbonden is met het Palestijnse verzet. De hoofdredacteur is schrijver en vertaler Hassan  Khader; de redactie is sinds 1996 gevestigd in Ramallah. Khader heeft altijd deel uitgemaakt van het Palestijnse verzet en heeft het geweld van de laatste drie decennia aan den lijve ondervonden.

Al-Karmel is een goed voorbeeld van hoe de Palestijnse cultuur zichzelf ziet: geworteld in de Arabische cultuur, maar met een internationale uitstraling. De afgelopen zes maanden heeft het artikelen geplaatst van Herbert Baker, Russell Banks, John Coetzee, José Saramago, Efrat ben-Ze'ev en vele Arabische auteurs.

Darwish, nog steeds de mentor van het tijdschrift, vindt dat een schrijver de taak heeft zijn werk zó vorm te geven dat het in een andere tijden en onder een ander bewustzijn voort kan leven. Maar hoofdredacteur Hassan Khader ziet wel in dat de huidige chaos lijkt te vragen om een literair antwoord. ,,Dat is verleidelijk, maar ook verradelijk.'' Het gevaar dreigt dat het product te rauw, te prematuur is.

Khaders strategie is dan ook: afstand scheppen tussen jezelf en wat er om je heen gebeurt. ,,Probeer de gebeurtenissen een beetje te laten 'afkoelen', laat wat tijd voorbijgaan neem afstand en niet alleen psychologisch en emotioneel - zo verminder je het risico.''

Khader is behalve redacteur ook schrijver - tijdens de avondklok heeft hij een keer drukproeven per ambulance naar de drukker gestuurd - maar het lukt nog steeds om al-Karmel twee keer per jaar uit te laten komen. Is er nog ruimte om niét over politiek te schrijven? Darwish heeft altijd het recht bedongen over dingen te schrijven die niet Palestijns zijn, het recht om te spelen, het recht onredelijk te zijn. Maar in zijn necrologie van de Palestijnse dichteres Fadwa Touqan, die vorig jaar november overleed, vraagt hij zich af of dichters in tijden van crisis hun blik niet naar buiten moeten richten in plaats van naar binnen, of poëzie geen getuigenis moet afleggen.

De dichter Mourid Barghouti slaagde er na 30 jaar eindelijk in een visum te krijgen voor Ramallah, zijn geboorteplaats. Hij bleef er twee weken, in 1997. En schreef het ook in het Nederlands vertaalde 'Weerzien met Ramallah'. ,,Als je schrijft als deel van een collectief, zal dat geen literatuur opleveren, tenzij de politieke situatie echt deel is gaan uitmaken van jezelf. Literatuur ontstaat pas wanneer een gebeurtenis je ziel raakt''

VERVOLG OP PAGINA 40

Schrijven in Ramallah '

VERVOLG VAN PAGINA 39

Elke Palestijnse schrijver met wie ik heb gesproken, benadrukte dat zij of hij op professionele of esthetische gronden het recht heeft níet over de bezetting te schrijven. Maar dat is theorie. De gebeurtenissen die de ziel raken komen er altijd uit voort. ,,Elk deel van mijn leven staat onder Israelische controle'' zegt Liana Badr. ,,Israël bepaalt onze gezondheid, onze vriendschappen. Ik heb Fadwa Touqan niet meer gezien voordat ze stierf in Nabloes, omdat ik er niet heen mocht.''

Misschien verklaart dat waarom er nu zoveel essays of 'fragmenten' worden geschreven: literaire antwoorden op gebeurtenissen waarover gesproken moet worden voordat ze de vereiste transfiguratie tot fictie of poëzie hebben ondergaan. In 'Splinters of Reality and Glass'(2002) onderzoekt Khader hoe het is om de bezetting tegelijkertijd op straat en op televisie mee te maken. Het is een prachtig geformuleerd verslag van de relatie tussen geweld tegen én geweld door de Palestijnen, en de rol van de media - de Palestijnse, de Arabische, de internationale: het laat zien hoe beeldvorming de realiteit heeft gevormd en overvleugeld.

Ik vraag de Palestijnse schrijvers hoe ze aankijken tegen Israëlische schrijvers. Hun eerste reactie is literair: Badr zegt dat ze ze allemaal heeft gelezen en sommigen briljant vindt. Ze voegt daaraan toe dat ze niet gelooft dat ze één nationaliteit vertegenwoordigen; de verschillende auteurs staan in verband met verschillende culturen. Barghouti zegt dat de poëzie van Yeduha Amichai hem altijd ontroert. Khader prijst David Grossman en Aharon Appelfeld.

Wordt dit beeld niet gekleurd door de politieke voorkeuren van de respectievelijke schrijvers? Shibli zegt dat ze van alle Israëlische schrijvers de meest bewondering heeft voor Shai Agnon, hoewel hij ,,niet aardig is voor de Palestijnen''.

Khader vertaalde in 1993 'De glimlach van het lam' van David Grossman, waarin deze zich kritisch uitlaat over de Israëlische politiek. Nadien bleven de twee schrijvers met elkaar in contact. Een paar dagen nadat Camp David was mislukt, in oktober 2000, belde Grossman Khader op: hij wilde in Jeruzalem een bijeenkomst organiseren tussen Palestijnse en Israëlische schrijvers. ,,Hij zei dat A.B. Yehoshua, Amoz Oz en zelfs Yitzhar Simlanski wilden komen. Ik ging akkoord maar zei dat we het, als het om een officiële bijeenkomst ging, vooraf eens zouden moeten worden over een paar punten. Ik somde op: Israëlische terugtrekking tot de grenzen van 1967, ontmanteling van de nederzettingen, Jeruzalem een gezamenlijke hoofdstad voor twee staten, Israëls morele verantwoordelijkheid voor het probleem van de Palestijnse vluchtelingen. Ik deed er wat uitleg bij en faxte het. Een paar dagen later reageerde Grossman: mijn brief, liet hij weten, maakte de indruk geschreven te zijn door een advocaat. Dus die bijeenkomst is nooit van de grond gekomen.''

Khader heeft een boek geschreven over wat hij noemt 'de identiteitscrisis in de Israëlische literatuur'. ,,Hun werk vertelt meer dan de verklaringen die ze aan de pers geven. Amoz Oz zegt altijd dat hij vrede wil - misschien is dat ook wel zo. Maar ik heb moeite met de manier waarop hij in zijn werk Arabieren en Palestijnen uitbeeldt. Yehoshua gebruikt verhalen om de joodse identeitscrisis onder woorden te brengen; hij zoekt literaire oplossingen die haaks staan op de politieke standpunten die hij verkondigt. Hij wordt beschouwd als een politieke hardliner, maar zijn werk ademt juist een echt besef van crisis en kwetsbaarheid. Grossman ging met 'De glimlach van het lam' tegen de stroom in en schreef een roman die kritisch staat tegenover de bezetting - en werd daarop aangevallen. Zijn literaire behandeling van Palestijnen getuigt van grote gevoeligheid. Ik bewonder zijn eerlijkheid, ik bewonder ook 'Zie 'Liefde' ', het prachtige boek dat hij schreef over de Holocaust.''

Barghouti formuleert het scherper: ,,Al die schrijvers hebben een hang naar establishment. Kijk naar Zuid-Afrika: de blanke schrijvers die zich hadden verbonden met de zwarte bevrijdingsbeweging, verwierpen de apartheid, duidelijk en publiekelijk. Sommigen werden lid van het ANC. Zo lang een Israëlische schrijver akkoord gaat met de officiele Israëlische ideologie klopt er iets niet met zijn 'bondgenootschap' met Palestijnse schrijvers. Je kunt niet aan je ideologie vasthouden en dan lid worden van de Vereniging ter Bestrijding van Wreedheid ten opzichte van de Palestijnen. Schrijvers met een goed hart - daar zijn er veel van, we ontmoeten hen, we spreken hen. Maar in politiek opzicht leidt het nergens toe. Het komt hun goed uit - de Israëliërs - het sust hun geweten, het levert wat op, het doet het goed op het wereldtoneel. Maar het doet niets voor de Palestijnen.''

Badr is diplomatieker: ,,Hun literatuur is beter ontwikkeld dan hun ideologie. We moeten toegeven dat ze echt vrede willen, en democratie, en dat het kunstenaars zijn. Tegelijkertijd kunnen ze hun zionisme niet loslaten. Dat is een grote tegenspraak in hun leven. Daarom schrijven ze over het strikt persoonlijke. Yehoshua schept in 'De minnaar' een Arabisch personage, Naim, dat echt overkomt. In een interview heeft hij gezegd dat het personage met hem aan de haal is gegaan; briljante schrijvers, gevangen in ideologische rechtvaardigingen. Maar we moeten erkennen dat ze voor vrede zijn - voor een bepaald soort vrede.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden