Islamitische partij Tunesië stelt zich pragmatisch op

Ennahda: sharia hoeft niet in de grondwet worden opgenomen Botsing met salafisten

MARIJN KRUK

Sharia of geen sharia? De vraag of de islamitische wet al dan niet zal figureren in de nieuwe grondwet, zette het publieke debat in Tunesië de afgelopen maanden herhaaldelijk op scherp.

Niet in de laatste plaats dankzij enkele duizenden salafisten. De ultra-orthodoxe moslims, gemakkelijk herkenbaar aan hun woeste baarden en zwarte vlaggen, liepen mee in strak georganiseerde betogingen in het centrum van de hoofdstad Tunis. Hun doel? Druk uitoefenen op de Constituante, de grondwetgevende vergadering, die de concepttekst van de nieuwe Tunesische grondwet opstelt.

De grote vraag was wat Ennahda zou gaan doen. De islamitische partij van Rached Ghannoechi won de verkiezingen van vorig jaar oktober met overmacht en vormt een coalitieregering met twee kleine centrumlinkse partijen. In aanloop naar de verkiezingen presenteerde Ennahda zich als een gematigde moslimpartij en wat Ghannoechi betrof volstond artikel 1 van de bestaande grondwet: 'Tunesië is een vrije, onafhankelijke en soevereine staat. Zijn religie is de islam, zijn taal het Arabisch, zijn staatsvorm een republiek'. Maar het feit dat een aantal afgevaardigden van de partij zich aan de zijde van de salafisten schaarde tijdens pro-shariabetogingen, voedde bij de seculiere oppositie de angst dat Ennahda alsnog voor de verleiding zou bezwijken. Die vrees is onterecht gebleken. Vorige week, na afloop van een stemming door het partijbestuur, werd duidelijk dat de partij niet zal ijveren voor opname van de sharia en haar initiële keuze voor het bestaande artikel 1 gestand doet. "De kwestie heeft in het land voor diepe verdeeldheid gezorgd", erkende Ghannoechi in een verklaring. "Wil een grondwet duurzaam zijn dan is een brede consensus vereist".

Analisten prijzen de beslissing. Zo heeft Ennahda volgens de Franse krant Le Monde laten zien dat zij haar verantwoordelijkheid als regeringspartij niet langer uit de weg gaat. De ironie van het verhaal is dat Ennahda min of meer door de salafisten tot deze keuze is gedwongen. De salafisten vormen in Tunesië een kleine minderheid, maar hun aantal neemt toe, niet in de plaats omdat zij een flink aantal moskeeën in handen hebben. Ze manifesteren zich steeds luidruchtiger én agressiever. De bezetting van de Manoeba-universiteit (uit protest tegen het verbod op de dracht van gezichtsbedekkende sluiers) is hier een voorbeeld van. De decaan werd gemolesteerd, docenten uitgescholden en geïntimideerd. Boekhandelaren worden bedreigd omdat zij islamkritische boeken in de kast hebben. 'Dood aan alle joden' scandeerde een groepje salafisten tijdens een recente betoging. Anderen hadden het gemunt op de voorstelling die op dat moment aan de gang was voor de stadsschouwburg. Terwijl de politie toekeek, werden de acteurs met stenen naar binnen gejaagd.

Deze incidenten wekten afschuw en verontwaardiging bij veel gewone Tunesiërs. Afschuw omdat het salafisme mijlenver afstaat van 's lands traditie van gematigdheid en tolerantie. Verontwaardiging omdat de salafisten vaak ongestraft hun gang kunnen gaan. Hoewel een deel van Ennahda niet per se afwijzend tegenover de salafisten staat, besefte de partijleiding dat het moment was aangebroken om eieren voor haar geld te kiezen. Voorafgaand aan de stemming van het partijbestuur over de sharia, erkenden partijprominenten en bewindslieden dat er 'fouten' zijn gemaakt. Fractieleider Sahba Atiq opperde dat de moskeeën weer onder staatstoezicht komen en minister van binnenlandse zaken Ali Larid bezwoer dat hij degenen die haatzaaiende teksten hebben geroepen of geweld hebben gebruikt zal opsporen en laten vervolgen. Partijleider Ghannoechi ging nog verder door te stellen dat de salafisten afkoersen op een 'burgeroorlog' en dat hun aanpak haaks staat op de 'pacifistische traditie' van Tunesië. Overigens ziet Ennahda geenszins af van haar ambitie om de rol van de islam in de Tunesische samenleving te vergroten. Maar de partij - wier leden onder het vorig jaar verjaagde regime van Ben Ali werden vervolgd en gemarteld - zegt dat te beogen via overtuiging, niet via dwang. "We zullen nooit naar de wet grijpen om de islam op te leggen", aldus Ghannoechi.

'We stevenen af op een confrontatie, dat is vrijwel onvermijdelijk'
Anders dan Egypte, zijn Tunesische salafisten niet verenigd in een erkende politieke partij. Maar binnen de regering gaan nu stemmen op hun de partijvergunning alsnog te verlenen - zelfs al verwerpen de salafisten de democratie uit principe. De reden blijkt vooral van praktische aard. "Op die manier kunnen we de minderheid die bereid is naar de wapens te grijpen, isoleren van de rest", zo stelde Ali Larid, de Tunesische minister van Binnenlandse Zaken (Ennahda). Deze groep, de zogeheten jihadistische salafisten, laat met enige regelmaat van zich spreken. Zo raakte de Tunesische politie in februari in vuurgevecht met drie zwaargewapende salafisten nabij de havenstad Sfax. Ze bleken te behoren tot een bescheiden netwerk van strijders dat wapens uit Libië smokkelt en traint in kampen nabij de Algerijnse grens. Een politieke handreiking richting de jihadistische salafisten acht Larid niet erg kansrijk. "Ze leveren hun wapens toch nooit in. We stevenen af op een confrontatie, dat is vrijwel onvermijdelijk."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden