Islamitische basisschool/alles is verboden

Als juf op een islamitische basisschool hoopte Fenny Brinkman de integratie van moslimkinderen te bevorderen. Een naïeve gedachte, constateert ze zes jaar later. "Deze kinderen groeien volkomen geïsoleerd op."

Brinkman (46) hield het tot 1998 vol op de omstreden Amsterdamse basisschool As Siddieq. Pas achteraf realiseerde ze zich hoe extreem deze school is. Ze besloot haar ervaringen op te schrijven in een boek, opdat ook anderen, binnen en buiten het onderwijs, kunnen lezen hoe gevaarlijk zo'n school kan zijn.

"Ik besefte dat ik kennis heb waar andere mensen geen weet van hebben. Ik voelde een sterke drang om te vertellen. Niet om onrust te zaaien, maar om te waarschuwen. Er is een aantal moslims dat niets liever wil doen dan Nederland in een islamitische staat veranderen."

Brinkman benadrukt dat ze één islamitische school beschrijft. Ze weet dat niet alle islamitische scholen zich tegen de westerse samenleving afzetten. Ze is ook niet tegen de islam, of tegen islamitische scholen . "Ik ben tegen alle vormen van extreme geloofsovertuigingen, of die nou christelijk, joods of islamitisch zijn."

'Haram' heet haar boek, dat sinds gisteren in de winkel ligt. Dit is het Arabische woord voor zondig en daarmee ook, betreurt Brinkman, het meest gebruikte woord op school. Niet alleen kerst en sinterklaas zijn haram, maar ook lessen over de holocauast, knutselwerkjes waarin mensen of dieren worden afgebeeld en Nederlandse kinderliedjes.

Brinkman beschrijft hoeveel plezier haar kinderen - groep 1 en 2 - hadden toen ze het bekende liedje Osewiesewose leerden. De gezichtjes straalden bij de abstracte woorden: osewiesewo, sewiese walla kristalla, kristo sewiesewo, sewiese wies, wies, wies, wies.

Juist zo'n fantasietekst, dacht Brinkman, kan onmogelijk aanstoot geven. De volgende dag hoorde ze stomverbaasd hoe een van haar leerlingen thuis van zijn vader op zijn kop gekregen had omdat hij de naam van Allah in het woord 'kristalla' meende te hekennen.

Elke keer weer was Brinkman verbaasd over wat er nou weer 'haram' was volgens ouders, collega's of bestuursleden. Ze was geschokt toen een collega van de bovenbouw te horen kreeg dat hij geen lessen over de holocaust meer mocht geven. De ouders vonden dit 'haram' en lieten de leerkracht weten dat je met joden niet moet omgaan. De schoolleiding steunde deze ouders, waarna de leerkracht de school verlaat.

Nog een voorbeeld. Op een mooie lentedag plakten Brinkmans leerlingen de fraaiste bloemen in elkaar. Omdat sommigen nog niet zo behendig zijn met de schaar, plakten ze twee verticaal geplaatste blaadjes aan de horizontale steeltjes. Een bestuurslid herkende hier een kruis in - een christelijk symbool, dus haram - en verscheurde, voor de ogen van de leerlingen alle werkjes.

Brinkmans boek bestaat uit vijftig korte hoofdstukjes waarin zulke schrijnende voorvallen met humor worden beschreven. Voor de lezer wordt het beeld steeds beklemmender, omdat duidelijk wordt dat zowel leerlingen als leerkrachten geen moment aan alle ge- en verboden kunnen ontsnappen. "Het is een leven vol beperkingen", verzucht Brinkman. "Als Sinterklaas komt, worden de ramen afgeplakt met zwart papier, een vrouwelijke schooltandarts mag geen jongens uit de hogere klassen behandelen. Zelfs de notulen van een gewone teamvergadering moesten worden voorgelegd aan het bestuur. Leerlingen en docenten worden voortdurend, in alles, gecontroleerd." In de eerste jaren, blikt Brinkman terug, viel het allemaal nog mee. Ze gaf les in een dependance waar vooral de jongste kinderen les kregen, ver weg van het hoofdgebouw, met vooral vrouwelijke collega's. Vijf jaar later kwam iedereen in een nieuw gebouw vlak bij elkaar en voelde ook Brinkman de dreiging van het strenge schoolbestuur.

"De meeste bestuursleden waren tevens medewerker, bijvoorbeeld onderwijsassistent, op de school. Op welke school zie je dat? Bovendien werden die bestuursleden steeds extremer. Zo werden de kledingvoorschriften almaar strenger: in het begin mocht mijn pony onder het hoofddoekje nog wel zichtbaar zijn, later moest elk haarsprietje zijn bedekt. Ik droeg vaak een lange rok over een spijkerbroek - en natuurlijk geen parfum, lippenstift, lange nagels."

Na krap zes jaar besloot Brinkman bij een andere school te solliciteren. Waarom niet eerder? Die vraag heeft ze zichzelf menigmaal gesteld. "Het is net als bij een slechte relatie waarin je gevangenzit", mijmert ze. "Je weet dat het niet klopt, maar je komt er niet toe om de situatie te doorbreken." Er was ook niet één moment waarop ze dacht 'nu houd ik ermee op'. Eerder was het de optelsom van alle 'absurde regels' die haar deden inzien dat ze haar idealen op deze school nooit zou kunnen realiseren. "Ik heb te lang gedacht dat ik alles wat er gebeurde uit cultuurverschillen moest verklaren. Ik ben een vrouw van de dialoog, maar deze school kent alleen monologen."

Neem de godsdienstmoeders, illustreert Brinkman. Dit zijn moeders die, naast de bevoegde godsdienstdocenten, één keer per week lesgeven over de Koran. Ook de leerkrachten waren verplicht aan naschoolse godsdienstlessen van deze moeders deel te nemen.

"Dit zijn allemaal Nederlandse vrouwen die met een moslim zijn getrouwd. Die lessen waren monologen. Op het laatst zei niemand meer wat terug, wetend dat elk woord zinloos is. Uiteindelijk zijn de lessen afgeschaft, zogenaamd wegens desinteresse van het team."

Inmiddels werkt Brinkman op een oecumenische zwarte school. Een verademing, zegt ze. "Op deze scholen worden alle feesten, van elke religie gevierd. Niet-moslimouders zitten met moslimouders bij elkaar, het is een school die voor integratie kiest."

Het is alweer zeven jaar geleden dat Brinkman de islamitische school verliet. Na haar ontslag vertelde ze haar ervaringen aan twee onderwijs-inspecteurs, maar daar heeft ze nooit meer wat van gehoord. "Niemand durft iets te doen. De angst om voor racist te worden uitgemaakt is groot." Omdat ze nog regelmatig collega's spreekt die op deze islamitische school werken, heeft ze de indruk dat er in al die jaren niets veranderd is. Stiekem hoopt Brinkman dat ook deze collega's, als ze haar boek gelezen hebben, met hun verhaal naar buiten komen. "Zelf heb ik ook lang gewacht, omdat het zulke gevoelige materie is. Ik voelde dat de tijd er nog niet rijp voor was - een paar jaar geleden zouden velen mij niet hebben geloofd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden