Islamist Hans Jansen doet boude uitspraken

De media zijn dol op de scherpe tong van arabist Hans Jansen, die de islam niet spaart – en zijn ’doodsaaie’ collega’s evenmin.

Kampioen in het debat over de islam is professor Hans Jansen van de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Jansen is regelmatig te zien in populaire programma’s als ’Nova’ en ’Pauw & Witteman’. Zijn stukken staan in kwaliteitskranten en -tijdschriften. Over zijn kennis van de islam valt niet te twisten. Over zijn interpretatie van de islam en zijn politieke stellingname wel. Een wetenschapper dient onbevooroordeeld feiten te presenteren en uit te leggen.

Zeker over een politiek gevoelig onderwerp als de islam heeft het publiek recht op volledige en neutrale informatie. Hans Jansen geeft die echter niet.

Zijn jongste publicatie, ’Islam voor varkens, apen, ezels en andere dieren’, is een boekje waarin hij bondig 267 vragen over de islam beantwoordt. In ’Nova’ verontschuldigde Jansen zich niet voor de titel: ’Ik kan er ook niets aan doen. Zo ziet de Koran de niet-moslims immers’ – zo parafraseer ik zijn woorden (Terzijde: een stelling waar theologisch veel op af te dingen valt).

Heeft Jansen dan geen belangstelling voor de praktijk? In Nederland zijn er weinig moslims die hun niet-moslim buren als varkens en apen beschouwen. Was het niet staatssecretaris Aboe Talib, een vrome moslim, die in ’Pauw & Witteman’ aan Jansen uitlegde van dit land te houden en het te willen helpen opbouwen, net als veel moslims met hem?

Wie als wetenschapper de islam analyseert, voor een groot publiek, mag nooit vergeten dat er een theorie is die inderdaad heel rigoureus kan zijn, maar ook een praktijk waar de koranische leerstellingen en die van de sharia niet zo heet worden geconsumeerd als ze worden opgediend. Een goede wetenschapper heeft oog voor deze tegenstelling tussen theorie en praktijk en informeert het publiek daarover.

In zijn uitspraken en artikelen heeft Jansen de afgelopen jaren geregeld zijn – onbetwiste – kennis over de islam door een persoonlijke en tamelijke negatieve zeef gefilterd, en gepresenteerd als een objectieve afspiegeling van deze godsdienst. Het resultaat is dat in het gepolariseerde debat over de islam veel mensen hun negatieve opvattingen over de islam bevestigd zien door zijn commentaren.

Volgens Jansen staat wetenschappelijk vast dat de islam anti-democratisch is. Islamitische, gezaghebbende schrijvers die iets vriendelijks zeggen over democratie of mensenrechten bestaan volgens hem niet, ’omdat de islam onze leefwijze tot in de details veroordeelt’. Ook stelt Jansen in zijn publicaties dat, mochten er al verlichte denkers in de islam bestaan, deze nauwelijks bekend zijn onder het islamitische publiek.

Maar hoe zit het dan met de Egyptisch-Zwitserse denker Tariq Ramadan, die ooit schreef dat „in de Verenigde Staten en Europa fundamentele rechten worden gegarandeerd die moslims in staat stellen zich thuis te voelen in het land waar ze wonen”? Of die moslims in West-Europa aanmoedigt in hun gastlanden te investeren en die op te bouwen? Veel moslimjongeren in West-Europa kennen Ramadan, diens preken stimuleren velen mee te bouwen aan Europa. En wat te denken van de moderne en in de Arabische wereld zeer populaire Egyptisch-Arabische auteur Alaa al Aswani, die bestseller na bestseller produceert, en wiens werk in het Nederlands vertaald is? Hij prijst westerse waarden als individuele vrijheid en verantwoordelijkheid.

In de islamitische wereld keert niet alleen de elite die zich tegen de fundamentalistische islam. De Algerijnse en Iraakse bevolkingen zijn het geweld van de fundamentalisten zat. De Franse islamoloog Gilles Kepel noemt dat al in 1999 ’post-islamisme’ (Le Monde, 26 november).

Dan de politieke stellingname. Jansen kenschetst de islam als ideologie. In de Volkskrant van 26 september 2007 stelt hij: „Een islam die vasthoudt aan de djihad, is meer een ideologie dan een godsdienst. Gaat vrijheid van ideologie even ver als vrijheid van godsdienst?”

Ook Wilders afficheert de islam in zijn film ’Fitna’ als ideologie, die net als fascisme en communisme, bestreden moet worden. Een opmerkelijk verband, wellicht is Wilders door Jansens visie beïnvloed. Het is mij om het even of Jansen adviseur van Wilders is – iets waar hij geen duidelijk antwoord op geeft – maar weer komt zijn neutraliteit in het geding. De lading van deze uitspraak is overduidelijk negatief.

Het absolutisme van Jansens uitspraken als „er bestaan geen gezaghebbende islamitische denkers die iets positiefs te melden hebben over het Westen”, „als ze al bestaan genieten ze nauwelijks bekendheid”, „alle moslims kijken naar hun niet-moslim buren met dédain”, en „de islam is een gevaarlijke ideologie”, het toont een zeer beperkt beeld van de dagelijkse realiteit van de islam. De media zien Jansen met zijn scherpe tong, die hij ook gebruikt om stevig naar zijn ’doodsaaie’ en ’apologetische’ collega’s uit te halen, graag komen. Door zijn overexposure wordt de polarisatie in debat en beeldvorming almaar groter.

Als wetenschapper in de media optreden brengt academische verantwoordelijkheid met zich mee: het publiek zo breed en neutraal mogelijk informeren. Laat het maar aan de politici over om boude uitspraken doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden