Islam: een lastige privézaak

Bij de opening van de Poldermoskee in Amsterdam-Slotervaart, begin september, kwamen opvallend veel jonge gelovigen samen. (FOTO ROB HUIBERS) Beeld
Bij de opening van de Poldermoskee in Amsterdam-Slotervaart, begin september, kwamen opvallend veel jonge gelovigen samen. (FOTO ROB HUIBERS)

Hoe je je geloof belijdt, is niet altijd even eenvoudig. Een jonge praktiserende moslim of moslima kan er in het maatschappelijk leven aardig wat problemen door ondervinden. Maar dat mag niet uitmonden in slachtofferdenken. Je eigen houding, je eigen opstelling, is en blijft het belangrijkst. ’Jongeren en hun islam’.

De meeste moslimjongeren zien hun geloof als een privézaak. Een veel kleiner deel vindt de islam de belangrijkste leidraad in het leven, die naast hun privébestaan ook hun leven in het publieke domein sterk kan bepalen. Uit die laatste groep ervaren vooral veel jonge Marokkaanse vrouwen het leven als moslima in Nederland als een ’relatief zware opgave’. De islam praktiseren brengt met zich mee dat de participatie in de samenleving moeizamer verloopt, dat gelovige jonge vrouwen zich anders behandeld voelen en zich in sommige gevallen minder thuis voelen in Nederland. Zij kunnen in het openbare leven moeilijk ’zichzelf zijn’ en zien ook hun toekomstkansen op de arbeidsmarkt somberder in.

Vandaag presenteren het Verwey-Jonker Instituut en Forum, instituut voor multiculturele ontwikkeling, het rapport ’Jongeren en hun islam’ in het Comenius Lyceum in Amsterdam-Slotervaart. Voor het onderzoek naar de islambeleving van Nederlandse moslimjongeren werden groepsgesprekken gevoerd. Daaraan namen 84 jongeren deel in de leeftijd van 13 tot 29 jaar: 42 jonge mannen en 42 jonge vrouwen, van vooral Marokkaanse en Turkse komaf.

„Ik probeer mij strikt aan de regels van het geloof te houden. Ik ben bewust bezig met het geloof en vind het belangrijk mij zelf in de bronnen te verdiepen en niet zomaar alles aan te nemen”, zegt een 18-jarige studente hbo-economie die werkt bij een bank. De Marokkaans-Nederlandse zegt zich altijd anders te voelen. Ze heeft het idee dat ze zich steeds moet verantwoorden, en daarbij vaak niet begrepen wordt. Daardoor voelt ze zich niet thuis in Nederland. Het feit dat ze haar best doet om ’alles te praktiseren’ maakt het leven extra moeilijk, en versterkt het gevoel dat ze hier niet op haar plek is. Op tijd bidden, geen hand geven aan mannen en niet op foto’s willen: het zijn voorbeelden van zaken die het op werkgebied moelijk voor haar maken. „Je kunt niet verdwijnen in de menigte, je zit altijd in een uitzonderingspositie.”

Voor de meeste moslimjongeren is het geloof echter iets voor thuis, voor de vrije tijd. „Geloof en hoe ik er uiting aan geef, is voor mij privézaak. Ik probeer vorm te geven aan een islam die past binnen de Nederlandse samenleving”, zei een 23-jarige Turkse die deeltijds wiskunde studeert en bij een bank werkt. „Aan mij kan je aan de buitenkant in principe niet zien of ik moslim, joods of wat dan ook ben. En ik vind dat ook echt mijn privéding. Ik loop er op straat niet mee te koop”, vertelde een lerares van Marokkaanse afkomst.

Het zijn vooral jongeren van Marokkaanse afkomst die worstelen met hun publieke optreden als moslim, of die hun moslimidentiteit bewust lijken af te schermen voor de buitenwacht.

De houding van de Turkse jongeren in dit onderzoek is wat meer ontspannen. Dit hangt wellicht samen, zo stellen de onderzoekers, „met het feit dat de berichtgeving en beeldvorming negatiever is over Marokkanen dan Turken en dat de identificatie met het geloof bij de laatsten minder op de voorgrond staat.”

De deelnemende jongeren vinden desondanks dat het goed mogelijk is om in Nederland een moslim te zijn, ’maar boven de positieve geluiden hangt een deken’, zo staat in het rapport. Die deken is de toon van het islamdebat en het ervaren van negatieve bejegening als moslim, die het gevoel geven niet als volwaardig burger te worden geaccepteerd.

„Fysiek is er niets aan de hand, omdat je gewoon naar de moskee en andere plekken kunt gaan waar je je geloof kunt belijden. Maar als je het mentaal bekijkt, wordt er toch altijd geknaagd aan de islam. Dat kan je op den duur wel irriteren”, erkende een Marokkaanse student. „Al die kwesties van hoofddoek- tot koranverbod, daar zit je soms toch echt wel mee.”

De jongeren denken dat negatieve reacties voortkomen uit angst voor gezichtsverlies, onwetendheid en gebrek aan (interreligieus) contact. De reacties kunnen leiden, zo schrijven de onderzoekers, tot een negatieve spiraal: doordat jongeren ervaren anders behandeld te worden, gaan zij zich ook anders voelen en wordt hun gedrag vervolgens mede bepaald door de (verwachte) negatieve reacties uit de omgeving. Het zijn vooral de jonge meer praktiserende moslima’s die kans lopen in zo’n negatieve spiraal terecht te komen. Zij hebben meer problemen met het vinden en vasthouden van een stageplek of werk.

Maar zelfs onder de jongeren met de meest negatieve ervaringen, zo constateerden de onderzoekers, heerst de mening dat er ook verantwoordelijkheid ligt bij de moslims zelf. Veel jongeren wijzen op de valkuil van het slachtofferdenken. Niet alleen de samenleving en haar instituties zijn verantwoordelijk voor verbetering van de situatie van moslims. De eigen houding en handelwijze maken veel uit, vinden de jongeren.

Naast uitsluiting kan sprake zijn van zelfuitsluiting door een passieve houding of zelf verkozen isolement. Jongeren kunnen angst in de samenleving wegnemen door eigen voorbeeldgedrag, wijs omgaan met ’de woede over Wilders’, communicatie en dialoog, en door zich assertief en actief op te stellen. Een belangrijke manier om uitsluiting en zelfuitsluiting tegen te gaan is ook actief deelnemen in maatschappelijke organisaties. Zo kunnen ze hun eigen agendapunten inbrengen.

De grote meerderheid van de deelnemers aan het onderzoek gaf wel aan behoefte te hebben aan extra ondersteuning bij het moslim-zijn in de Nederlandse samenleving. Uit de groep kwamen suggesties naar voren als: empowerment-trainingen, opvoedondersteuning voor ouders, zodat die hun kinderen beter kunnen ondersteunen in geloofszaken, en het beter informeren van ’de buitenwereld’ over de islam.

Daarnaast kwam duidelijk naar voren dat moslimjongeren snakken naar (inter)religieuze praatgroepen en naar lezingen van deskundigen om ’informatie en inspiratie’ op te doen. Ze willen laagdrempelige plekken waar ze met hun vragen naartoe kunnen, zoals een spreekuur bij de imam. Er wordt geklaagd over de toegankelijkheid van moskeeën en de kwaliteit van koran- en Arabische lessen. Jongeren willen „geen fysieke straf en een minder autoritaire pedagogiek, minder stampen, meer uitleg en interactie over het geloof”.

„Ik vind dat de imam doet alsof het nog steeds 1400 jaar geleden is. Nog steeds met stampen, en geweld wordt er af en toe nog wel eens gebruikt”, klaagt een Turkse vwo-scholier.

Bij de aanbevelingen staat, dat de imam niet alleen maar moet gebieden en verbieden, maar open moet praten en bekend zijn met de Nederlandse taal en context.

Daarnaast hoorden de onderzoekers klachten over de toegankelijkheid van moskeeën voor vrouwen. Er zou een apart spreekuur moeten zijn, imama moeten worden ingezet, of vrouwelijke deskundigen. Moskeebesturen moeten verjongen en vrouwen toelaten.

„Ik denk dat de moskee echt mannengedoe is. Eigenlijk heb ik er niet zoveel te zoeken”, verzuchtte een moslima.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden