Isaac Israëls' schoonheid in alledaagse stadstaferelen

Enkele van de straatschetsen van Isaac Israëls. Beeld Gemeente Museum Den Haag

Op een tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum zijn voor het eerst na 130 jaar de schetsboeken te zien van Isaac Israëls. Trouw mocht er alvast doorheen bladeren.

Het is alsof je met Isaac Israëls door de Amsterdamse straten struint en meekijkt over zijn schouder. Waar wij ons mobieltje zouden pakken om een foto te maken, grijpt hij naar zijn schetsboek voor een snelle tekening of krabbel. Het ene moment is hij geïntrigeerd door volksvrouwen - 'Jordaanse types' -, die hij in paar rake lijnen afbeeldt. Een paar straten verder zet hij al even rap winkelende deftige dames op het tekenpapier. Een muzikant die zijn wangen bol blaast, boeit hem ook. Drie keer schetst hij hem, tot de wangen naar zijn zin zijn. Blad na blad tekent hij zo vol met een bonte stoet van straattaferelen: muzikanten, spelende kinderen, mensen in de kroeg en een eindeloze reeks dameshoedjes.

Dag in dag uit trok Isaac Israëls (1865-1934) er in de jaren tachtig van de negentiende eeuw op uit om het stadsleven vast te leggen. Tientallen schetsboeken, in allerlei formaten, tekende en krabbelde hij vol. Het is heerlijk grasduinen in de 92 exemplaren die bewaard zijn gebleven. Sinds de oprichting van het Gemeentemuseum Den Haag in 1935 hebben ze daar altijd in het depot gelegen. Ze zijn beduimeld en sommige liggen half uit elkaar. Zo kwetsbaar zijn ze dat ze nooit te zien waren voor het publiek. Nu komen deze schatten eindelijk voor de dag - in gedigitaliseerde vorm - op de tentoonstelling 'Rumoer in de stad'. Het werk van Isaac Israëls, George Hendrik Breitner, Willem Witsen, Jacobus van Looij en andere kunstenaars van Tachtig staat er centraal. Waar de Haagse Schoolschilders de veranderingen in het Hollandse landschap en boeren en vissers schilderden, koos deze generatie het stadsleven als onderwerp voor hun tekeningen en schilderijen.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Gemeente Museum Den Haag

Veel regenplassen

Samen met de conservatoren Frouke van Dijke en Doede Hardeman mocht Trouw in het depot bladeren door de originele schetsboeken. Het valt op dat Israëls vooral mensen tekende: voorbijgangers op straat, winkelend publiek voor etalages, bezoekers van de schouwburg, mensen in de kroeg, arbeiders in fabrieken. En dat in een eindeloze variatie van houdingen en gezichtsuitdrukkingen. Je ziet eraan af hoe hij voortdurend schaaft aan zijn tekentechniek. Soms staat er ook ineens een boodschappenlijstje tussen de schetsen of een tekening van een kind, dat kennelijk ook even zijn boekje mocht gebruiken. Het regent ook nogal eens in zijn schetsboeken. Het lijkt alsof hij er dan bewust op uitging. Dat zou heel goed kunnen, want regenplassen geven zulke mooie spiegelingen.

Al die schetsboeken bij elkaar, waarin bezoekers van de tentoonstelling op een iPad kunnen bladeren, geven ook een boeiend beeld van de snelle ontwikkeling van de steden aan het eind van de negentiende eeuw. Door de industrialisatie en groeiende welvaart verdubbelden ze in omvang, met als gevolg woningnood en de bouw van nieuwe woonwijken. Luxe en vermaak worden bereikbaar voor de massa, maar ook de keerzijde is zichtbaar in de schetsboeken: armoede, sloppenbuurten en erbarmelijke omstandigheden voor fabrieksarbeiders. Frouke van Dijke: "Beter nog dan in zijn schilderijen weet Israëls in zijn tekeningen de dynamiek en constante beweging van het stadsleven te treffen."

Dat Israëls zoveel tekende, had niet alleen te maken met de drang om 'de schoonheid in het alledaagse' te herkennen, ook al is die op het eerste gezicht nog zo lelijk. De eerste jaren had hij geen vergunning om op straat te schilderen. Tekenen kostte geen geld, daarom probeerde hij het leven in de stad te vangen in schetsen.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Gemeente Museum Den Haag

Ruzie met Breitner

Maar er speelde nóg iets mee. In zijn geboorteplaats Den Haag was Isaac Israëls hét grote schilderstalent; de zoon ook nog eens van de gevierde schilder Jozef Israëls. Na zijn verhuizing in 1885 naar Amsterdam ging hij erg twijfelen aan zichzelf, ontdekte Van Dijke. In Den Haag werd hij door andere jonge kunstenaars benijd om zijn talent, onder meer door George Hendrik Breitner. Die was ook jaloers op zijn bevoorrechte positie, blijkt uit een brief die hij schreef aan zijn mecenas. "De jonge Israëls heeft reeds verscheidene damesportretten geschilderd en heel goed. Ik geloof, dat 'k 't net zoo artistiek zou kunnen, maar hij beweegt zich nu eenmaal onder die lui, ik niet! Ik benij hem daarom, ofschoon 't dwaas van me is. Dit blijft natuurlijk onder ons."

Toen ze allebei naar Amsterdam vertrokken, werden de rollen ineens omgedraaid. Breitner streefde Israëls voorbij als schilder. Toen ze boven elkaar gingen wonen, kwam het zelfs tot een ruzie. Breitner, die op de bovenverdieping zat, beschuldigde Israëls ervan zijn modellen in te pikken als ze de trap naar zijn atelier opliepen. Toen Israëls in een etalage van een kunsthandel een schilderij van zijn concurrent zag, van paarden in de winter, moest hij erkennen dat hij daar niet tegen kon 'op schilderen'. "Ik dacht, ik schei er mee uit(...)."

Hij zat hopeloos vast, was zoekende en raakte de schilderskwast amper meer aan. Het enige dat hij kon bedenken was dat hij moest gaan tekenen, om zo ook zijn techniek te verbeteren.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Gemeente Museum Den Haag

Israëls moeder zat er vreselijk mee in haar maag dat haar talentvolle zoon nooit meer schilderde. In haar ogen was hij bezig zijn leven te vergooien in het door haar verfoeide Amsterdam, waar hij zich had aangesloten bij de literaire Beweging van Tachtig. Deze groep, met Frederik van Eeden, Willem Kloos en Albert Verwey als voortrekkers, wilde de literatuur en poëzie vernieuwen, maar ook schilders vonden er onderdak. De kunstenaars van Tachtig wilden zich niet laten leiden door geld, succes of regels, maar wat hun gevoel hun ingaf.

Wat moest er van hun jongen terecht komen, vroeg moeder Israëls in een brief aan Van Eeden. Die maakte haar duidelijk dat haar zoon zich los wilde maken van zijn vader. 'Volgens Uwe verklaring houdt gij elke schilder die er niet voor zorgt dat hij behoorlijk bij kas is, een fatsoenlijke vrouw trouwt, kinderen krijgt en in zijn stand opvoedt - voor een knoeier en stumper'.

Meer dan vijf jaar tekende Israëls het ene na het andere schetsboek vol. Pas in 1891 ging hij weer schilderen. Dat leverde heus ook mooie doeken op. Toch zou Breitner altijd de betere en meest gewaardeerde schilder blijven, ook door de grote variatie in zijn onderwerpen. Maar Israëls liet ons een andere schat na.

De beweging van tachtig

De tentoonstelling 'Rumoer in de stad. De schilders van Tachtig' (14 april t/m 5 nov in het Gemeentemuseum Den Haag) richt zich op de kunstenaars die rond 1885 het moderne leven in de stad verbeelden. Er zijn naast de schetsboeken van Isaac Israëls meer dan honderd schilderijen en tekeningen te zien, maar ook foto's en eerste uitgaven van dichters als Willem Kloos, Albert Verwey en Herman Gorter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden