reportage

IS wreken door te herbouwen

Familieportret met Syria in het midden, met links naast zich Nasser, links op de bank Mays, en rechtsonder Marwa en Nidal. Nidals zonen Attaf en Ahmed staan uiterst rechts en links.Beeld Eddy van wessel

Drie jaren leefden ze onder het bewind van IS. Alles verloren ze, behalve elkaar. De strijd om hun stad Mosul nadert de eindfase. Correspondent Judit Neurink blikt terug en vooruit met de familie Jibouri, oude bekenden van haar.

In het huis naast het onze zijn veel mensen omgekomen." Nasser Jibouri kan maar nauwelijks wachten tot zijn dochter Mays zijn woorden in het Engels heeft vertaald. Het bombardement op zijn wijk in West-Mosul kleurt voor hem de drie jaren van bezetting door de islamitische groep IS, of Daesh zoals ze die noemen. "Ik ben ook gewond geraakt", wijst hij naar hechtingen net onder zijn haarlijn.

Zijn huis, het oude familiehuis van de Jibouri's, raakte beschadigd toen hogere gebouwen aan weerszijden gebombardeerd werden omdat IS-scherpschutters vandaar het Iraakse leger onder vuur namen. Dit gebeurt de laatste maanden veel in het westelijke deel van Mosul, waar IS in het nauw is gedreven en de strijd hevig en bloedig is. In maart kwamen in enkele kelders bij bombardementen zeshonderd burgers om die de groep daar had samengedrongen en als menselijk schild gebruikte.

De tekst loopt door onder de afbeelding.

Twee mannen die elkaar omhelzen en vastgrijpen, staan symbool voor de twee helften van Mosul.Beeld TRBEELD

Nasser (57) maakte iets dergelijks mee, samen met vrouw en kinderen Mays (21), Marwa (22) en Mustafa (18). De strijd in de wijk was al hevig, met veel luchtaanvallen, toen IS aan hun poort klopte. "Daesh' scherpschutters droegen ons op naar boven te gaan. Ik zei dat ze het huis mochten hebben. Dat we zouden vertrekken. Maar we moesten blijven. Daesh zat in ons huis, en het hoge gebouw naast ons met ook Daesh erin was het doelwit. Het is een wonder dat we het hebben overleefd. De binnenmuren zijn bij het bombardement boven op ons gevallen."

Machteloos

Nasser, een stevige man in spijkerbroek met een stoppelbaard waarin grijze haren overheersen, vertelt hoe machteloos hij zich voelde. De strijders zetten hun leven op het spel, maar als hij protesteerde zouden ze hem doden. "We konden ze niet stoppen. Daesh is nergens bang voor, en wij zijn nog steeds bang." Pas toen de bommen waren gevallen, konden ze ontkomen. "We lieten alles achter, en we renden weg, want Daesh keek toe."

IS bekommerde zich niet om de bevolking, en hielp niet bij het zoeken naar overlevenden in het puin. Er klinkt verontwaardiging door in zijn stem als hij zegt: "Toen de bom viel, deden zij niets. Er zijn veel mensen omgekomen in het huis naast het onze, en zij deden niets."

Het gezin vond onderdak in een andere bezette wijk, waar ze een week in één kamer zaten met een familie die ze nauwelijks kenden. Onderweg zagen ze de gevolgen van de voortdurende strijd: puin en kapotte gebouwen, veel doden. Volgens de VN is de schade aan huizen in het westelijke deel tweeëneenhalf keer groter dan in Oost-Mosul, en zijn al zo'n 650.000 (van de totaal 750.000) burgers het westen ontvlucht.

Langs de weg zagen ze de lichamen van vrouwen en kinderen. Schokkend en onmenselijk, zegt dochter Mays. "Ze waren doodgeschoten door IS omdat ze probeerden te vluchten." Datzelfde hoor ik van hulpverleners. IS geeft zichzelf toestemming burgers te doden omdat zij 'het kalifaat willen inruilen voor het land van de ongelovigen'.

Uiteindelijk kwam het leger en werd hun wijk bevrijd. Met hulp van Nassers zwager, die bij de politie werkt, konden ze naar het bevrijde oosten van de stad, in plaats van zoals de meeste overlevenden uit West-Mosul naar een ontheemdenkamp. Nu ze daar zijn ingetrokken bij familie, ben ik uitgenodigd om het traditionele Iraakse dolma-gerecht te komen eten, en hun verhalen te horen.

Eerste ontmoeting

Onze eerste ontmoeting was in mijn Koerdische woonplaats Erbil, via Nassers oudste broer Akram (64), lang voordat IS Mosul bezette. Daar ontmoette ik ook hun oude vader, die mij graag vertelde over het Britse verleden van zijn stad. Dat was voor de bezetting ervan, in juni 2014, en net erna, toen Akram zijn vader naar Erbil had gehaald. Maar de negentigjarige kon er niet aarden en keerde terug naar zijn verfhandel in het familiehuis in de Nabi Sheed-wijk, waar oude bekenden steeds binnenliepen voor een praatje.

Dat was waar de elf kinderen Jibouri opgroeiden, waar hun vader vanwege zijn vakbondsactiviteiten enige tijd gevangen zat, waar ze meerdere revoluties meemaakten en de opkomst en val van de Iraakse dictator Saddam Hoessein. Op Akram na bleven ze in hun geliefde stad, waar ze al dan niet studeerden, christelijke, sjiitische en yezidi-vrienden hadden en in de zomer koelte zochten aan de oevers van de Tigris, die de stad in tweeën deelt. Waar hun oude vader, ontgoocheld omdat Mosul onder IS zijn gevangenis was geworden, in november 2015 zijn laatste adem uitblies.

De tekst loopt door onder de afbeelding.

Straatbeeld in bevrijd Oost-Mosul. Bij de toegang van een overheidsgebouw zitten de klerken weer klaar met hun schrijfmachines om documenten of brieven te tikken op bestelling.Beeld Eddy van wessel

In het huis dat Nasser en zijn gezin zwaar beschadigd achterlieten, woonden ze met een jongere zus en haar gezin, om na de dood van hun moeder voor vader te zorgen. De familie is hecht, op een manier die we in Nederland nauwelijks meer kennen. En ook tijdens de bezetting door IS zijn broers en zussen meerdere keren bij elkaar ingetrokken, zoals nu ook weer in dit gehuurde huis dat ze delen met weer een andere zus en haar gezin. De geuren verklappen dat Nassers vrouw in de keuken rijst en vlees kookt om groenten mee te vullen voor de dolma's. Pas als ik vertrek, realiseer ik me dat ik haar niet gezien heb. "Ze is verlegen", zegt Mays vergoelijkend.

Maar er is meer aan de hand, want de bezetting en de luchtaanvallen hebben hun sporen achtergelaten. De psychische schade is minder zichtbaar, maar aanwezig. Ik zie het aan Mustafa, die zich afzijdig houdt en de drukte van de familiehereniging ontloopt. Tot het gesprek op Nassers militaire verleden komt: hij vocht in de jaren tachtig in de oorlog tegen Iran. "Haal dat album eens, Tofi?" vraagt Mays, Mustafa's koosnaam gebruikend. Als ik er doorheen blader, vertelt Mustafa dat hij terug is gegaan naar het kapotte familiehuis. "Ik heb wat belangrijke dingen meegenomen uit het puin", zegt hij bescheiden. Uit de graagte waarmee Nasser bijschriften levert voor de foto's blijkt duidelijk hoe belangrijk die zijn, al geeft hij zijn zoon een standje dat hij het risico heeft genomen in het zicht van IS een zwaar beschadigd huis binnen te gaan. Hoe was het binnen, vraag ik aan Mustafa. Die kijkt weg. "Kapot."

Alles verloren

Ook Mays, mijn vertaalster en gids in de Jibouri-familie die me onmiddellijk adopteert als lid ervan, ondervindt de gevolgen. Kort na ons gesprek wordt ze ziek; een combinatie van vies water - dat komt momenteel uit putten die mensen slaan omdat de waterleiding op veel plaatsen kapot is - en een depressie, vertelt ze me via de Facebookchat. "De situatie... ik was teleurgesteld omdat we alles hebben verloren in de oorlog", schrijft ze als ze zich weer beter voelt.

Haar zus Marwa, die schone kunsten studeerde aan de nu grotendeels verwoeste universiteit van Mosul, verloor jaren van artistiek werk. Kunst was verboden onder IS, die alleen kalligrafie toestond en het afbeelden van mensen verbood. Haar vader Nasser maakt een gebaar langs zijn hals als hij het gevaar van IS voor kunstenaars verwoordt. "Ze hebben in onze universiteit alle schilderijen verbrand. Want als je een ziel schildert, is dat haram voor Daesh."

Een mobieltje met foto's van haar werk gaat rond, want uit angst voor IS heeft ze alles verbrand. Ook haar jongste doek, dat ze aan het leger had willen geven bij de bevrijding, van een vrouw als symbool voor Mosul, met een gewaad van vernielde gebouwen en een iel plantje van hoop. Later stuurt ze me trots een vervanging voor het doek: twee mannen die elkaar omhelzen en vastgrijpen, staan symbool voor de twee helften van de stad.

Daarmee is kunst ook een vorm van verzet tegen IS en het leven dat ze Mosul opdrongen. Waarbij angst ingebed was, een simpel vergrijp als het roken van een sigaret leidde tot het afhakken van vingers en er dagelijks executies plaatsvonden. "In de straten zetten ze schermen om te laten zien hoe ze mensen straften en doodden", zegt Mays. "Je moest ernaar kijken."

Wantrouwen

Die angst werd gevoed door de ontdekking dat mensen in hun omgeving zich hadden aangesloten bij IS. Een van Mays' neven laat op zijn telefoon een IS-video zien waarin een ex-politieman die hij kent een rol speelt. Hij vertelt dat zijn manager en anderen die hij kende, zich aansloten of in een slapende cel zaten. Dat ze normaal leken, net als de dokters en onderwijzers die zich aansloten. "Daardoor vertrouwen we mensen niet meer", vult Mays aan, "ook mensen in onze omgeving niet. Sinds Daesh kwam, vertrouw je niemand meer."

Ze vertelt met hoeveel graagte ze de nikab heeft weggegooid en zwarte kleding in de ban gedaan. Haar donkerblauwe hoofddoek hangt losjes over haar donkere haar, net als bij Marwa, die een rode hoofddoek heeft. Een nichtje draagt een strakke spijkerbroek, maar de zussen houden het op lange rokken met blouses in lichte kleuren. Mosul is en blijft een conservatieve stad, al gaat de salafistische vorm van de islam de meeste inwoners veel te ver, en dat zij met IS worden vereenzelvigd vinden ze onterecht. Het geloof van IS was niet het hunne, krijg ik van de jongeren in de kamer te horen. "Ze misgebruikten de islam alleen maar", zegt een van de neven stellig.

Met het afdoen van de nikab is de angst echter niet weg. "Voordat Daesh kwam, was het voor sommige vrouwen normaal om de nikab te dragen, maar nu zien we vrouwen met dit ding als Daesh. We vertrouwen hen niet. Daarom hebben veel vrouwen die hem vroeger droegen, de nikab afgedaan." Inmiddels is het kledingstuk uit veiligheidsoverwegingen in grote delen van Mosul verboden.

Angst

Haar vader geeft de achtergrond van dat wantrouwen, als ik vraag of het nu echt afgelopen is met IS. "Nee, ze komen terug, op de een of de andere manier, en in de naam van de islam." Die angst hoor ik ook bij anderen in Mosul en bij ontheemden uit de stad: IS-leden gaan ondergronds en zullen zich herenigen om hun positie te heroveren. Wat niet echt helpt, is dat het Iraakse leger gearresteerden weer laat gaan, dat er nog steeds ondergedoken IS-leden worden gevonden en dat anderen zelfmoordaanslagen in bevrijde wijken weten uit te voeren. En dat imams vanaf de westoever hun volgelingen in bevrijd Mosul oproepen scholen en restaurants als doelwit te kiezen om zo veel mogelijk slachtoffers te maken. Want iedereen in bevrijd gebied is kaffir, ongelovige.

De tekst loopt door onder de afbeelding.

Kamp voor vluchtelingen uit West-Mosul, gevestigd op een voormalige legerbasis van IS.Beeld Eddy van wessel

Steeds weer komen er verhalen over het wrede en vaak onvoorspelbare gedrag van IS-leden. Nasser toont me autosleutels en -papieren van de pick-up waarmee hij als chauffeur in zijn levensonderhoud voorzag. "Twee uur na de bomaanslag op onze wijk vroeg een Russische Daeshi wat mijn auto was. Ik wees hem die aan, en hij overgoot hem met benzine. Toen ik vroeg wat hij deed, zei hij dat het jihad (heilige oorlog, red.) is, om auto's en huizen te verbranden, en dat we Daesh moesten helpen. Die dag zijn zeventig auto's uitgebrand."

Met de rook probeerde IS vijandelijke bommenwerpers het zicht te ontnemen, ook al had dat weinig zin omdat die vanaf de grond gps-coördinaten van doelen doorkrijgen. Dat de bevolking daaronder lijdt is onbelangrijk, want dat is de vijand. Nasser: "Ze zeiden: je wilde dat het leger zou komen, en niet wij, en dit is hoe je daarvoor betaalt."

Doelwit

DeJibouri-stam, waartoe Nasser en zijn familie behoren, staat in Irak bekend om het grote aantal leden dat bij politie en leger dient, en dat was ook bij IS bekend. Zoals neef Atheer (35) ondervond, die als ex-politieman door IS werd gezocht en die ik na zijn vlucht door Syrië en Turkije in Erbil sprak. En ook een andere neef, Attaf (30), die vandaag even bij de familie op bezoek is uit Koerdistan. Daar is hij naartoe gevlucht nadat hij opgepakt was omdat IS hem hield voor een officier uit het Iraakse leger. "Een Daeshi in onze wijk gaf me aan", vertelt hij. "Ik ben tien dagen vastgehouden, tot ze ontdekten dat het niet waar was. Dagelijks kreeg ik elektrische schokken" Hij wijst op zijn oksels en bovenbenen. "Ze blinddoekten me, schoten voor mijn voeten en zeiden dat mijn graf al gegraven was."

Maar vooral Nassers oudste zus, Syria (69), ondervond de gevolgen van de carrièrekeuze van haar zonen. Dat blijkt als er foto's op tafel komen van haar zonen Seif en Safa, die beiden hun leven lieten omdat ze bij de politie werkten. Safa tien jaar geleden, toen een tiener die bij Al-Qaida was aangesloten hem in zijn auto doodschoot. Seif is meer recentelijk opgepakt en geëxecuteerd door IS, iets waarover ik de naar Koerdistan uitgeweken familie hartstochtelijk heb zien rouwen. Een derde broer, Omar, is jarenlang door de familie voor IS verborgen gehouden omdat ook hij politieman was.

IS had politiemensen een verklaring laten ondertekenen dat ze afstand namen van hun vroegere baan, maar bleef hen zien als een gevaar, net als voormalige militairen. Honderden van hen zijn opgepakt en geëxecuteerd. Dat Nasser buiten schot bleef, kwam vooral doordat hij het leger al jaren geleden had verlaten en als zelfstandig chauffeur en transporteur werkte.

Mays vertelt dat juist haar tante Syria, met haar drie zonen bij de politie, in de buurt was van een publieke executie van een politieman, en werd gedwongen toe te kijken. Ze zat in de auto toen IS toeschouwers verzamelde, en raakte totaal van streek door wat ze zag. "Ze zeiden tegen haar dat ze niet moest huilen, want het was alleen maar een hond die ze doodschoten", vertelt Mays verontwaardigd.

Verdriet

Hoe dit pijnlijke verleden de familie verbindt, zie ik als Syria met haar rolstoel wordt binnengereden en door snikkende vrouwen en een zich nauwelijks beheersende Nasser wordt omhelst. De familie verzamelt zich rond haar kleinkinderen, Safa en Seif, vernoemd naar hun omgebrachte ooms. "Zo zijn die toch nog een beetje bij ons", zegt Mays.

De tekst loopt door onder de afbeelding.

Syria toont de foto's van haar gedode zonen Seif en Safa, naar wie haar kleinkinderen (rechts op de foto) zijn vernoemdBeeld Eddy van wessel

Anderzijds dreef die politieachtergrond de familie ook uiteen, want Nassers jongere zus Kifah is de stad al snel na de bezetting met haar gezin ontvlucht omdat ook haar echtgenoot bij de politie werkt. Bij haar in Erbil ontstond opnieuw een soort familiehuis, toen twee andere zussen zich na de bevrijding eerder dit jaar met hun kinderen en kleinkinderen bij haar voegden. Haar man is inmiddels weer aan het werk bij de politie in Oost-Mosul, en rijdt wekelijks terug naar zijn gezin in Erbil.

Alle gezinnen binnen de familie - met uitzondering van dat van Akram die buiten Mosul woont - hebben alles wat ze bezaten verloren. Huizen, inboedels, werk, studie. Drie jaar van hun leven. En ze hebben geen uitzicht op een toekomst. Het deel van de familie dat naar Erbil kwam, heeft dan ook geen haast terug te keren. Want waar naartoe eigenlijk?

Strijdlust

Ik stel het probleem aan de orde dat bij de strijd in Mosul vooral de industrie is geraakt, omdat IS zich verschanste in fabriekjes, loodsen en industriegebieden. En dat de burgers daarmee hun banen en inkomsten verloren. Dan verrast de strijdlust me. Nassers zuster Nidal zegt: "Het is nu beter dan met Daesh, want het is veilig, al is er geen werk. We moeten Daesh wreken, door te herbouwen." Haar zoon Attaf wil zich bij het leger aansluiten: "Om Daesh terug te betalen."

Maar die strijdlust hoor ik vooral bij Nasser, die met zijn auto zijn inkomstenbron verloor. Die ondanks de verwoestingen en falend bestuur, snel terug wil naar de westoever. "Daar zijn we geboren, dat is mijn land. Mijn vader is in 1925 in Nabi Sheed geboren, daar wilde hij sterven." Volgens hem komt Mosul er snel weer bovenop. "Geef ons twee jaar", zegt hij stellig. Hij ziet de wederopbouw vooral als een strijd tegen IS. "Als onze kinderen naar school gaan, dan hebben we al gewonnen."

Ik zie een familie die alles heeft verloren, in een stad die grotendeels in puin ligt. Die vooral wil laten zien hoe onverzettelijk ze zijn door wat hen is aangedaan. En die beloven dat ze er weer bovenop komen. Want daar staat hun stad om bekend: de veerkracht. Het lijkt de enige manier waarop je zoveel ellende achter je kunt laten. Door weer op te staan, puin te ruimen en te herbouwen. Als een familie het kan, dan kan een stad het wellicht ook.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden