Column

Is Van Gaal nu de man die we nodig hebben?

Henk HoijtinkBeeld Maartje Geels

Ja, de ellende van Oranje in het hier en nu is begonnen met de keuze van oud-KNVB-directeur Bert van Oostveen voor Guus Hiddink en in één moeite door voor Danny Blind. 

Maar voor een goed historisch besef en een dito zelfbeeld is het de hoogste tijd voor de nodige verdieping en verbreding. De kiem voor waar we nu zijn, met de nationale ploeg en ons clubvoetbal, ligt in een conflict in 2004 tussen Louis van Gaal en Ronald Koeman.

Van Gaal was technisch directeur van Ajax, Koeman trainer. Ajax was in de Champions League weggeblazen door Bayern München. Koeman zuchtte dat het zo onbegonnen werk was. Van Gaal vond dat hij niet goed trainde. Als Rafael van der Vaart (21 jaar toen, en aanvoerder, echt waar) en de nog jongere Wesley Sneijder met hun maatjes het positiespel hadden beheerst, waren die Duitsers niet aan de bal gekomen.

Van Gaal werd ontslagen, maar dat gebeurde niet uit voetbalovertuigingen. Hij was lastiger dan Koeman. Van bestuursleden mocht niet worden verwacht dat ze zouden voelen dat Koeman ons de weg al wees, dat ze konden beseffen dat hij aankondigde waar het spaak zou gaan lopen – later gooiden ze ook hem eruit.

Ook verder was er nauwelijks oog voor. Koeman heeft nog lang moeten wachten op de erkenning als de enige Nederlandse trainer die zich, al vanaf zijn eerste dagen eind vorige eeuw, niet heeft willen laten leiden door de zelfoverschatting, de argeloosheid en de starheid die ons hebben gebracht waar we nu zijn. Nóg traint hij geen buitenlandse topclub, als teken ten overvloede hoezeer we ook door buitenlandse trainers zijn voorbijgestreefd. Misschien neemt Barcelona hem straks. Dat zou Koeman toekomen, en ons nog eens inwrijven waar we blind voor zijn geweest.

Wanhoop

Ruim twaalf jaar na een schisma dat ons de ogen had moeten openen, roepen we nog massaal om Louis van Gaal. Een vakman, een van onze grootste ooit, en toch: beter dan met de smeekbede om hem kunnen we niet uitdrukken hoe wanhopig, redde- én radeloos we zijn. Nu Van Gaal (natuurlijk) geen bondscoach wil worden, is de nieuwe hoop dat hij ons als bestuurder van de KNVB bij de hand gaat nemen.

We moeten, lijkt mij toch, weg van de Nederlandse gedachte, weg van ons vastgeroeste en al jaren geleden op alle fronten ingehaalde spel, weg van de zelfmisleiding. Zou Van Gaal, die voor dat alles hoe dan ook het zaad strooide, werkelijk de man zijn die ons daarvan kan wegleiden? Ja, hij deed het anders op het WK 2014. Dat was knap, maar in alles was proefbaar dat dit niet uit zijn hart kwam, dat dit niet meer dan een eenmalige concessie aan zijn Hollandse overtuiging kon zijn.

Buitenlanders moeten ons redden

Een buitenlander dan? Ook zo treffend: in al die jaren waarin het buitenland al van ons wegliep, was dat vloeken in de kerk, onze veronderstelde eer te na. Nu zou de buitenlander ons moeten redden, nu we hem niets meer te bieden hebben.

Nieuwlichters laten de wildste namen vallen van buitenlandse trainers die bijdragen aan moderne ontwikkelingen in het voetbal. Met die inzichten zou het Nederlandse voetbal in de basis zeker gediend kunnen zijn, ja. Maar ze vereisen intensieve trainingen en de tijd en de ruimte daarvoor heeft een bondscoach niet – en daarbij moeten we ons op de bodem van dit dal, of nog niet eens, vooral niet te veel verbeelden.

Ik zou zeggen: Cesare Prandelli, oud-bondscoach van Italië, finalist op het EK 2012. Keurige kerel, kan ons allicht al iets van realisme én nederigheid bijbrengen. Maar als hij niet zou willen, zou ik dat heel goed begrijpen – daar hebben we het zelf naar gemaakt, ver al voor het hier en nu.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden