Is ontwikkelingshulp nog steeds onze morele plicht?

null Beeld AFP
Beeld AFP

Ontwikkelingssamenwerking staat onder druk. Zou het goed zijn als we de morele blik op hulp loslaten? Denkers René Gude en Sabine Roeser filosoferen over dit actuele thema.

Marc van Dijk

'Onze rendementen in Afrika zijn inmiddels net zo hoog als in Azië en Latijns Amerika", zei Nanno Kleiterp, directeur van ontwikkelingsbank FMO, vorige week in Trouw. Kleiterp denkt dat Nederland de boot mist door ontwikkelingssamenwerking uitsluitend in morele termen te benaderen. Een 'gelijkwaardige en zakelijke' aanpak zou voor alle partijen beter zijn.

Terwijl in het Catshuis wordt onderhandeld over de vraag hoeveel we onszelf moeten verplichten te blijven geven, pleit Kleiterp ervoor om eindelijk in te zien dat er vooral ook wat te halen valt.

Wordt het tijd om niet langer primair vanuit de moraal, maar meer vanuit zakelijk belang te handelen?

René Gude, directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte te Leusden: "Ik voel wel voor een minder moralistische aanpak. Het is voor niemand leuk om een aalmoes te ontvangen. Laat staan het soort hulp die je structureel afhankelijk maakt. Een Chinees gezegde luidt: 'Waarom haat je me, ik heb je toch niet geholpen?'

Ik vrees dat er met charitas, met het schenken van aalmoezen, nog nooit maatschappelijke veranderingen teweeggebracht zijn. Charitas is eerder conservatief dan progressief. Het verandert de scheve verhoudingen in de wereld niet, maar houdt ze in stand - rijk blijft rijk, arm blijft arm."

Sabine Roeser, onlangs benoemd tot hoogleraar ethiek aan de TU Delft: "Het idee om de morele dimensie te weren uit ontwikkelingssamenwerking is een gotspe. Ontwikkelingssamenwerking is een door en door morele kwestie. Het is dan ook praktisch onmogelijk om zoiets buiten de moraal om te doen.

Als je zegt: we beperken ons voortaan tot economische en politieke motieven, dan is dat ook een morele keuze. Maar wel de verkeerde. Want die keuze is enkel strategisch, instrumenteel, pragmatisch onderbouwd. Je laat daarmee alle belangrijke morele argumenten buiten beschouwing. En je mist daardoor de kans om belangrijke inzichten die daarin zijn verworven, mee te nemen in besluitvorming en motivatie."

Gude: "Hoe minder je de moraliteit nodig hebt, hoe beter. Uiteindelijk is morele dwang niet sterk genoeg. We zijn in de Verenigde Naties in 1970 de morele verplichting aangegaan om landen 0,7 procent van hun nationaal inkomen aan ontwikkelingshulp te laten besteden. Dit is sindsdien met Nederland erbij slechts vijf landen gelukt. Gemiddeld bleven de westerse rijke industrielanden vorig jaar steken op 0,3 procent.

Dat zegt iets: liefdadigheid is al een restpost, maar alle socialistische solidariteitsgeboden en confessionele bijbelcitaten ten spijt, komt zelfs dat er nog niet van.

"Belangeloze schenkingen zijn in de privésfeer heel gewoon. Op je werk reken je al gauw op een salaris in ruil voor je inzet. En er zijn zeer dwingende wetten nodig om mensen zover te krijgen dat ze elk jaar weer een groot deel van hun salaris schenken aan de belastingdienst. Met ontwikkelingshulp probeer je de morele belangeloosheid uit de privésfeer op te rekken tot wereldniveau. Dat is mooi, maar moeilijk.

Als het je lukt om daar via eerlijke contracten het economisch eigenbelang aan toe te voegen, wordt de kans van slagen groter. Dat is waar ontwikkelingsbankdirecteur Nanno Kleiterp, maar ook - op een heel andere manier - de Postcode Loterij mee bezig zijn. Als je daar ook politieke overwegingen over het algemeen belang bijvoegt, gaat het nog beter.

"Je zou wettelijk het ontstaan van steeds grotere verschillen kunnen aanpakken, bijvoorbeeld omdat die een bedreiging vormen voor de wereldvrede en mondiale afspraken op het gebied van duurzaamheid. Een kongsi van privébelangeloosheid, economisch eigenbelang en politiek algemeen belang."

Roeser: "Het is niet zo dat we de moraal als een bonus kunnen beschouwen. Dat wij het ons kunnen veroorloven om zelf te bepalen of we iets willen doen, en zo ja wat dan. De situatie zoals die is, de schandalig grote kloof tussen arme en rijke landen, is ontstaan door ons eigen toedoen. Wij hebben via kolonialisme en daarna via de machtsvacuüms die we achterlieten de randvoorwaarden geschapen voor de armoede waarin honderden miljoenen mensen verkeren.

Dus elke vraag op dit terrein begint met de vraag naar onze eigen verantwoordelijkheid. We kunnen onszelf nooit buiten de situatie plaatsen. We hebben een morele schuld en een morele plicht om de situatie te veranderen. De vraag is niet óf we ons daar mee bezig moeten houden, maar hoe dat op de beste manier kan. En die vraag beantwoord je zeker niet door te zeggen: dit is geen morele kwestie.

"Twee dingen worden hier verward: wat moreel goed is, en wat de beste of de gunstigste manier van handelen is in praktische zin. Die twee kunnen best toevallig samenvallen, maar dat hoeft niet per se. En dus moet de eerste altijd maatgevend blijven. Het kan bijvoorbeeld best handig zijn om mensen te laten beseffen dat het niet alleen moreel gezien goed is om je voor ontwikkelingssamenwerking in te spannen, maar dat je er in sommige gevallen ook zelf beter van kan worden.

Maar dat kan nooit in de plaats komen van de moraal. Want stel dat het praktische of economische voordeel in een andere situatie wegvalt, zou daarmee ook de motivatie om steun te geven, wegvallen."

Gude: "Klopt, dat gevaar is aanwezig. En zoals ik argwanend sta tegenover fanatieke aalmoesgevers, ben ik ook geneigd kritisch te reageren op mensen die zeggen dat we best met de hulp kunnen stoppen omdat er vanzelf andere politieke of economische mechanismen voor in de plaats komen die de scheve verhoudingen in de wereld corrigeren. Want waarom gebeurt dat nu dan nog niet?

Armoedebestrijding en bevordering van duurzaamheid op wereldwijde schaal zouden ons evidente voordelen opleveren. Meer vrede, meer stabiliteit, meer handel. Dat begint verdacht veel te lijken op een betere wereld. Misschien moeten we de komende drie jaar 0,7 procent van ons nationaal inkomen besteden aan een onderzoek naar de vraag waarom we zo dom zijn om die wereld niet te realiseren.

"De wetenschap weet theoretisch allang wat goed zou zijn, jij en ik ook. Een helder idee van de werkelijkheid is moeilijk, maar niet het grootste probleem. De echte vraag is: Hoe verwerkelijk je een goed idee? Daar hebben wij te weinig aandacht voor.

De ontwikkeling van een topsector praktische filosofie is volgens mij dan ook stap één in de oplossing van alle problemen. Misschien kunnen minister van innovatie Maxime Verhagen en voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW Bernard Wientjes de handschoen oppakken?

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden