Is Nederland wel klaar voor digitale alarmdienst?

Beeld Nanne Meulendijks

Nog even en het lijkt gedaan met het luchtalarm bij rampen. Het kabinet wil overschakelen naar waarschuwingsdiensten via mobiele telefoons. Maar gaat dat niet te snel? Hoe komen ouderen en inwoners van de grensstreek straks van een ramp te weet?

Na twee stille maanden kunt u de klok er vandaag weer op gelijk zetten. Om twaalf uur zal vanuit ruim vierduizend alarminstallaties 86 seconden lang een sirene klinken. In april ging het geloei niet door vanwege Tweede Paasdag, in mei vanwege Dodenherdenking.

Maar op deze eerste maandag van de maand staat niets in de weg om de installaties te testen en het publieke oor weer even bloot te stellen aan dat huilende geluid. Het geluid dat op ieder ander moment dan die maandagmiddag betekent dat er iets goed mis is en mensen vooral binnen moeten blijven, ramen en deuren moeten sluiten en radio of tv moeten aanzetten.

Vervanging
Zo zit het inmiddels bij menigeen tussen de oren, maar de vraag is hoe lang dat nog nodig is. Want het kabinet wil vanaf 2018 stoppen met het aanzwengelen van het luchtalarm bij rampen en ernstige ongelukken. De paar duizend driedubbele lolly's die verspreid over het land staan, zijn dan toe aan vervanging. Een dure en omvangrijke klus die het kabinet niet meer ziet zitten, want inmiddels zijn er wel goedkopere en effectievere mogelijkheden om burgers in noodsituaties in te seinen. Bovendien is het met twee serieuze sirenes per jaar ook niet bepaald een veelgebruikt alarmmiddel, schreef minister Ard van der Steur van veiligheid en justitie in een recente brief.

Het was minister Johan Remkes van binnenlandse zaken die in 2006 al besloot om op termijn te stoppen met het luchtalarm. Nederland loopt achter als het op crisiscommunicatie aankomt, concludeerde hij. Want zo'n luchtalarm bereikt weliswaar veel mensen, die mensen hebben vervolgens geen idee wat er aan de hand is. Binnen schuilen is ook niet het beste advies bij bijvoorbeeld een vuurwerkramp of terroristische aanslagen zoals die in Londen, Madrid en New York hebben plaatsvonden, aldus Remkes. Alleen bij grote industriële branden is het zinnig om het alarm te laten loeien en mensen hun huizen in te sturen.

De clou van zijn verhaal destijds: burgers willen bij rampen snel precies weten wat er gaande is, en nu de techniek vooruit sprint, moeten we dat gewoon gaan regelen. Via websites, sociale media, sms'jes, enzovoort. In de tijd van Remkes was dat nog pionieren, gelijktijdig op grote schaal een tekstbericht rondsturen. Inmiddels zijn we een paar jaar verder en is er NL-Alert, een alarmdienst waarbij de overheid burgers in de buurt van een ramp een tekstberichtje stuurt op hun mobiele telefoon. Dat gebeurt via een zendmast die een soort eenzijdige radiogolf uitstuurt, iets wat ook kan als het telefoonnetwerk overbelast is. De laatste keer dat zo'n bericht uiting was medio mei, toen in Moerdijk een recyclingbedrijf in de hens vloog. Een week eerder werden burgers in de buurt van Vianen gewaarschuwd toen een matrassenopslag vlam had gevat.

Offline ouderen
Zeker 3.8 miljoen telefoonnummers zijn inmiddels aangemeld voor deze mobiele alarmdienst, zo bleek eind 2013 na het versturen van een testbericht. Maar in dat aantal schuilt ook meteen de beperking. Waar het luchtalarm niet perfect is - weinig informatie, onbruikbaar voor doven en slecht te horen door beter geïsoleerde huizen - is NL-Alert dat ook niet. De alarmdienst staat vaak niet standaard aan op mobiele telefoons; daar moet de gebruiker zelf een vakje voor open schuiven. Het werkt met 2G en 3G, maar nog niet voor telefoons met 4G. En wie in de grensstreek geen Nederlands mobiel bereik heeft, maar gebruik maakt van buitenlandse telefoonnetwerken, kan de berichten niet ontvangen.

Beeld Nanne Meulendijks

Daarbij valt nog een ander probleem te bedenken: je hebt er een mobiele telefoon voor nodig, en moet die in geval van nood ook bij de hand hebben. Wat als je die niet bij je kunt hebben tijdens je werk? Als die 's nachts uitstaat? Als de batterij op is? En wat te denken van ouderen die geen mobiele telefoon hebben of deze nauwelijks gebruiken en zeker niet continu in de gaten houden?

Niet voor niets klom uitgerekend seniorenpartij 50Plus meteen in de pen om Kamervragen te stellen toen onlangs weer werd bevestigd dat het na 2017 schluss is met de sirenes. Denkt u niet dat ouderen zo noodsignalen zullen missen, vroeg Kamerlid Henk Krol aan minister Van der Steur. Krol wijst op onderzoek van seniorenorganisatie Unie KBO. Daaruit blijkt dat van de 1,2 miljoen senioren de helft de weg naar internet niet meer zal inslaan. Ze blijven offline. Gemiddeld zijn deze ouderen 81 jaar, twee derde is vrouw.

Dan bekommert hun verpleeg- of verzorgingshuis zich wel om ze, zou een paar jaar geleden nog de gedachte kunnen zijn. Maar het tij is gekeerd: ouderen worden nu aangemoedigd zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Hoe komen zij straks zonder alarm en mobiele telefoon te weten dat er in de buurt brand is, vraagt 50Plus zich af. Of gaat het kabinet strooien met gratis telefoontjes?

Beren op de weg
Ook andere partijen in de Tweede Kamer maken zich zorgen. Zo vindt PvdA-Kamerlid Agnes Wolbert het gebruik van mobieltjes bij noodsituaties 'problematisch'. Ze wijst eveneens op de minder goed bereikbare ouderen, maar ook op de haperende berichtgeving van NL-Alert. Waarschuwingsberichtjes komen nu soms niet of uren te laat binnen. CDA'er Peter Oskam voegt daaraan toe dat burgers alleen bericht krijgen als ze in de buurt zijn van een ramp, niet als ze onwetend in de trein of auto onderweg zijn naar de plek des onheils.

Het zijn beren op de weg die Van der Steur niet ziet. Hoe je zonder telefoon van een ramp te weten komt? Gewoon, via familie, buren en zorgverleners, aldus de VVD-minister. Zij zullen onderling moeten bespreken wat zij voor elkaar kunnen betekenen in geval van nood. Hij haalt een onderzoek aan waaruit blijkt dat 86 procent van de ontvangers van een serieus NL-Alert-bericht de inhoud zou doorgeven in de omgeving. Op kantoor, aan de buren, in de schoolklas, op straat. Die 3,8 miljoen ingeschreven gebruikers houden hun kaken heus niet op elkaar, wil Van der Steur maar zeggen.

Minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie.Beeld anp

Ook de techniek ziet hij niet als drempel. Ja, nu moeten de meeste gebruikers hun telefooninstellingen nog aanpassen om berichten van NL-Alert te ontvangen. Maar de modellen die momenteel op de markt verschijnen, zijn al goed ingesteld. Mensen kopen ongeveer om de twee jaar een nieuwe telefoon, schat Van der Steur, dus tegen de tijd dat de sirene in 2018 zwijgt, zijn de meeste burgers helemaal klaar voor een eventueel noodbericht. Verder weerspreekt hij de kritiek van het CDA: ook als je van verderop richting rampgebied rijdt, piept je telefoon op tijd. Zendmasten blijven berichten uitsturen aan nieuwkomers zolang er in het gebied gevaar dreigt.

Ondoelmatig
Wees gerust, zegt Van der Steur. Ook zonder sirene kan er een flink blik communicatiemiddelen worden opengetrokken bij een crisis. Naast de sms-bom die NL-Alert kan uitsturen, kunnen de regionale omroepen zich in rampenzenders transformeren, dienen sociale media als doorgeefluik en zijn de websites crisis.nl en die van de veiligheidsregio's te raadplegen. Moet de overheid dan voor 'tien of vijf procent' van de burgers die niet langs die routes te bereiken zijn, een heel sirenesysteem in stand houden? Ondoelmatig, meent Van der Steur. Bovendien is het systeem mét alarm ook niet waterdicht. Wie doof is en telefoonloos alleen woont, hoort dat alarm ook niet.

Toch zou het verstandig zijn om te kijken of de sirenes nog een paar jaar meekunnen zonder een uitgebreide opknapbeurt, zegt Ellen Jagtman. Als onderzoeker aan de Technische Universiteit Delft hield ze zich jaren bezig met de effectiviteit van alarmsystemen. Ze ziet de voordelen van NL-Alert - mensen weten bij een tekstbericht meer dan bij een sirene - maar het vraagt veel meer van burgers: ze moeten zich aanmelden, hun telefoon goed instellen, enzovoort. "Je moet het systeem eerst de kans geven tot volwassenheid te komen. Vanuit veiligheidsoptiek is het ook fijn als je via meerdere kanalen kunt communiceren."

Cruciaal is verder dat de burger de berichtendienst gaat vertrouwen, benadrukt Jaap Bouwmeester van I&O Research. Hij zocht voor Van der Steurs ministerie uit welke berichtgeving mensen wel en niet vertrouwen. Sociale media scoren slecht, informatie van de overheid goed. Maar wat als die informatie van de overheid niet via een officiële brief of mail binnenkomt maar via een sms'je? "Het blijft maar een tekstberichtje op je telefoon", aldus Bouwmeester. "Vertrouw je dat?"

Oplossing kwetsbare groepen
Al die kanttekeningen maken dat de Tweede Kamer er nog niet van is overtuigd dat de vierduizend sirenepalen bij het oud vuil kunnen. Zorg eerst maar dat meer mensen rampenberichtjes op hun telefoon kunnen ontvangen, vindt een meerderheid aan het Binnenhof. Zonder vertraging. Neem de tijd om burgers vertrouwd te laten raken met berichtendienst NL-Alert, net zoals de maandagse sirenes gaandeweg zijn ingeburgerd in ieders systeem. En verzin een oplossing voor kwetsbare groepen.

Al die opdrachten staan in de PvdA-motie die de Tweede Kamer een maand geleden aannam - alleen VVD, PVV en D66 stemden tegen. Met daarbij het uitdrukkelijke verzoek aan Van der Steur om nog eens met de Kamer te komen praten voordat hij het luchtalarm definitief de mond snoert. Zo kan de sirene nog wel eens een tijdje door de straten zingen.

Grensbellen
Lukt dat nou wel of niet, 112 bereiken vanuit de uithoeken van het land? Na toenemende druk uit de grensstreek besloot minister Henk Kamp (VVD, economische zaken) vorig jaar over te gaan tot een grootschalig onderzoek naar de vermeende slechte bereikbaarheid van noodnummer 112.

Tweeduizend kilometer reden de onderzoekers door het land, om te concluderen dat 99 procent van de 12.000 telefoontjes die zij pleegden, slaagde. Soms met wat vertraging, soms via een buitenlandse aanbieder.

Daarmee is de dekking volgens Kamp 'op orde'. Om het percentage nog wat op te krikken, zouden er meer antennes kunnen komen. Kamp heeft ook tips voor bellers in de omgeving van de grens. Jezelf tijdens het bellen een paar meter verplaatsen kan al helpen, net als het aannemen van een andere houding. Of neem een ander toestel.

Tsjernobyl
Het was de ramp met de kerncentrale in het Oekraïense Tsjernobyl in 1986 die de Nederlandse regering er opnieuw van doordrong dat zij burgers snel en grootschalig moest kunnen alarmeren in noodgevallen. In de loop der jaren plaatste de overheid zeker 4283 sirenes, die de lokale brandweer beheert en kan inschakelen. Het idee was om in risicogebieden zoals bedrijventerreinen en havens per 300 inwoners een alarmpaal te plaatsen, op minder riskante plekken een paal per 1000 inwoners. Met de plaatsing was ongeveer 100 miljoen euro gemoeid, met het onderhoud jaarlijks 2,3 miljoen euro. In de praktijk gebruikt de brandweer de sirenes maar weinig, zo'n twee keer per jaar. Bijvoorbeeld bij ongelukken waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen. Vóór Tsjernobyl kende Nederland ook een luchtalarmsysteem. Dat werd sinds 1952 beheerd door Bescherming Bevolking, een burgerorganisatie die ten tijde van de Koude Oorlog kon bijspringen bij rampen. Daarvoor regelden dorpen en steden de communicatie bij branden en andere rampen veelal lokaal, door de klokken te luiden of dorpsomroepers en nachtwakers in te zetten.

Twaalf uur: opletten
Vanmiddag gaat om twaalf uur niet alleen het luchtalarm af, maar misschien ook uw telefoon. NL-Alert, de berichtendienst van de overheid bij rampen, stuurt vandaag rond het middaguur weer een testbericht. Alle mobiele telefoons in het land die zijn aangemeld voor de dienst, zouden het bericht moeten ontvangen. Eind vorig jaar kwam de testtekst bij 1,4 miljoen telefoons binnen. Op www.nl-alert.nl kunt u nagaan of uw toestel NL-Alert-proof is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden