Is kunst een graadmeter voor de democratie?

Propagandaminister Joseph Goebbels bezoekt de tentoonstelling Entartete Kunst in 1938 Beeld Bundesarchiv
Propagandaminister Joseph Goebbels bezoekt de tentoonstelling Entartete Kunst in 1938Beeld Bundesarchiv

'Naarmate de intrinsieke waarde van kunst meer wordt gewaardeerd is er minder repressie en totalitaire gelijkschakeling.' In haar NRC-column van afgelopen zaterdag lanceerde Beatrice de Graaf deze provocerende stelling. Via haar 'kunsttest' zou je zo het democratische gehalte van een samenleving kunnen nagaan. Dat is een sympathieke onderneming, vindt Ger Groot. Maar klopt het ook?

Kunst wensen we allemaal het beste toe, en als ze de democratie blijkt te schragen: des te beter. Wel doemen er al meteen problemen op, want wat behelst die 'intrinsieke waarde' precies? Beatrice De Graaf, hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht, haalt er een definitie van het ministerie van OCW bij, volgens welke ze ligt in 'de kracht om te boeien en betekenis te geven, om te verbazen en te troosten.'

Die definitie verbaast zèlf een beetje. Want waar is de kracht tot schokken en provoceren gebleven waarover juist nu zoveel te doen is? Wanneer het erop aan komt, blijkt kunst nogal eens te schuren en pijn te doen. En dan zijn ook democratische samenlevingen niet altijd even geduldig. Standbeelden die niet (meer) bevallen worden beklad of neergehaald. Politiek ongewenste muziek verstomt. Films verdwijnen in depots of erger. Boeken vallen ten offer aan censuur.

Racistische klassiekers
Daar zijn vaak goede redenen voor. Dat Oost-Europeanen hun Leninmonumenten zo snel mogelijk kwijt willen valt net zo goed te begrijpen als dat het Amsterdamse standbeeld van Van Heutsz jarenlang werd beklad. Dat Israël geen Wagner wil horen niet minder. Nazifilms zie je liever niet op het bioscoopdoek. En dat het alledaags racisme in literaire klassiekers een slechte indruk maakt in Amerikaanse schoolbibliotheken hoeft niet te verbazen.

Maar kunst is het allemaal wel - ja, ook veel van die standbeelden. De democratie kan het daar moeilijk mee hebben, maar kunst is dan ook niet per se op democratie aangelegd. Schoonheid en genie trekken zich van politieke wenselijkheid weinig aan. Na het horen van een prachtlied 'Hasta siempre Comandante' uit de beginjaren van het Cubaanse communisme hoorde ik ooit iemand verzuchten: waarom hebben totalitaire regimes altijd de mooiste muziek?

Kan zijn, zo kaatst Beatrice de Graaf terug, maar het Derde Rijk, de Sovjet-Unie en de DDR 'beschouwden kunst uitsluitend in termen van nut'. Ze diende ter verheerlijking van de macht, 'of het nu ging om arische of om sociaal-realistische kunst'. Anders gezegd: aan de intrinsieke waarde van de kunst was deze dictators weinig gelegen.

Ik weet niet of dat waar is, al hoef je hun smaak niet te delen. Maar belangrijker is dat ideologisch gebruik van de kunst ook de democratie vanaf het allereerste begin kenmerkte. De Franse Republiek zette meteen na de revolutie een heel politiek-artistiek programma op poten, compleet met rondreizende oratoria, schilderkunstige iconografie en poëtische lofzangen, om het Franse volk republikeins bewustzijn bij te brengen. De Marseillaise is er de voornaamste erfenis van.

Lodewijk XIV had ruim een eeuw eerder het voorbeeld gegeven. Zijn bijnaam 'de Zonnekoning' dankte hij aan de wijze waarop hij zich het liefst afgebeeld zag: als een stralende Apollo in het ballet dat hij tot kunstvorm verhief, want ook zelf danste de koning graag. Lully schreef er de muziek voor en Molière bedacht de bijbehorende teksten. Schilders en ontwerpers deden de rest.

Natuurlijk, Lodewijk was geen democraat, maar waren de andere vorsten, edelen en prelaten die eeuwenlang de werken bestelden waardoor wij nog steeds geroerd worden dat wel? Kunst heeft nooit in een politiek of economisch vacuüm bestaan. De schijn daarvan proberen wij pas sinds de romantiek hoog te houden en zelfs ons lukt dat niet goed. Politiek en geld bepalen ook voor ons haar 'intrinsieke waarde' meer dan ons lief is. Wat ooit verafschuwd werd als 'fascistische' architectuur wordt langzamerhand gerehabiliteerd. Banale schilderijen worden in een highbrow-museum meteen een stuk interessanter.

Eén ding blijft echter door alle eeuwen en regimes heen gelijk. Hoe machthebbers ook omgingen met kunst en schoonheid, allemaal erkenden ze het belang daarvan. Zelfs regimes die 'ongewenste' kunst verhandelden naar elders (zoals nazi-Duitsland deed met 'Entartete Kunst' en, aldus Beatrice de Graaf, nu ook de Islamitische Staat lijkt te doen), konden daaruit alleen maar munt slaan omdat die werken ook nog een ándere waarde belichaamden. Ze hoefden die niet te omhelzen, maar moesten haar wel veronderstellen om te begrijpen wàt ze verkochten.

De filosofie wist dat, net als de theologie, al eeuwen. Schoonheid is één van de attributen van het Ware. Plato schreef erover, de Middeleeuwers drukten het uit in hun kathedralen. Wát dat ware behelsde was vraag twee, maar zonder het schone ging het niet. Zelfs de grootste cultuurbarbaren ontkomen daar niet aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden