Is kennis niet een beetje achterhaald?

Basisschool De Brandaris in Hellevoetsluis werkt met tablets en niet meer met boeken. Ook de docenten kijken digitaal na.Beeld Hollandse Hoogte / Frank de Roo

Waarom zouden jongeren überhaupt nog naar school moeten, nu je alles wat je wilt weten op Wikipedia en op YouTube kunt vinden? Docenten, maar ook filosofen ontkomen niet aan de vraag waar de toegevoegde waarde van de klas ligt in de 21ste eeuw.

Als de samenleving vluchtiger wordt, dan moet je daar op school juist weerstand aan bieden", zegt Diederik Boomsma. De digitaliserings-scepticus formuleert rustig en genuanceerd, maar over het 'toekomstgerichte onderwijs', waarover tegenwoordig zoveel te doen is, heeft het Amsterdamse CDA-raadslid een uitgesproken mening. Terwijl de overheid het onderwijs stimuleert in te zetten op 21th-century-skills als creativiteit, en op vakken als programmeren, gelooft Boomsma dat daarmee de deugden die kennis verwerven mogelijk maken, worden miskend. "Volgens Augustinus was nederigheid de basis van alle deugden, en dat geldt ook voor het onderwijs. Je moet nederig zijn óm te kunnen leren, om te beseffen dat je níet alles weet. Het is geloof ik geen geheim dat internet de nederigheid niet stimuleert."

Digitalisering en onderwijs: het leidt onder docenten, onder scholieren én beleidsmakers tot felle debatten. Dát er iets moet gebeuren, ligt voor de hand. Want terwijl brugklassers dit weekend alweer braaf bezig zijn hun boeken te kaften, valt de vraag waarom je überhaupt nog naar school moet als je iets wilt leren, amper meer te onderdrukken. Waarom jaartallen stampen als je die in een oogwenk op Wikipedia hebt opgezocht? Waarom een saaie docent aanhoren, als elk probleem op YouTube veel flitsender wordt uitgelegd?

Gezien de zee aan beschikbare informatie, is het geen wonder dat Platform Onderwijs2032, een door de overheid in het leven geroepen denktank, vorig jaar betoogde dat kennisoverdracht op school geen prioriteit meer hoeft te hebben. Dat je scholieren beter kunt leren programmeren dan Duitse rijtjes stampen. Want zoals voorzitter Paul Schnabel de filosofie achter het plan bondig samenvatte: "Vroeger zat kennis in je boeken en je hersenen, nu in je computer."

Diederik Boomsma, die behalve raadslid in Amsterdam ook vertaler is van Ortega y Gassets cultuurfilosofische klassieker 'De opstand van de massamens' (1930), is bepaald geen voorstander van wat hij noemt 'vol gas verder digitaliseren'. Maar de uitspraak van Schnabel heeft tot veel breder protest geleid.

Filosofen en publicisten, onder wie onderwijsexpert Ad Verbrugge en de Britse Theodore Dalrymple, maar ook docenten, vragen zich af of de voortvarende digitaliseringsplannen voor het onderwijs wel goed doordacht zijn. Wat zijn 21th century skills en welke vaardigheden moeten ze vervangen? Doet feitenkennis er echt niet meer toe?

In het deze zomer verschenen boek 'Onderwijs in tijden van digitalisering' hebben vijftien auteurs hun commentaar gebundeld (zie hiernaast). "De meeste auteurs schetsen een nuchter en soms ook ontnuchterend beeld van de digitalisering van ons onderwijs", schrijft samensteller Ad Verbrugge in het voorwoord. Natuurlijk miskent eigenlijk niemand hoe handig digitale leermiddelen kunnen zijn: met online-programma WRTS kun je woordjes oefenen, met apps als Socrative vallen quizjes te maken en op GoogleDrive kunnen leerlingen makkelijker samen een werkstuk maken.

Kennis of informatie?

Maar het probleem ligt dieper: met de overvloed aan voorhanden informatie lijkt iets in je hoofd zetten sowieso passé. "Ik merk het zelf", bekent Diederik Boomsma, die een van de bijdragen aan de bundel leverde: "Sinds ik dingen kan opzoeken, onthoud ik ze minder goed."En daar zit het probleem; dat zien zelfs auteurs die pleiten voor meer computers in de klas. Want kennis is niet hetzelfde als informatie. Je kunt op vakantie in Parijs wel je telefoon een zin laten vertalen, maar als je een gesprek wilt voeren, zul je toch de werkwoorden être, avoir en aller in je hoofd gestampt moeten hebben - anders is het gesprek snel afgelopen. Je kunt wel allerlei weetjes over Hitler verzamelen, maar als je zelf niets weet over de Duitse dictator, kan internet je de meest grote onzin over hem op de mouw spelden. Daarom zullen leerlingen toch moeten stampen en zullen ze moeten aanvaarden dat een docent soms meer weet dan hun telefoon.

Maar hoe krijg je leerlingen zover? Hoe houd je hun aandacht vast? Mobieltjes zorgen ervoor dat leerlingen snel worden afgeleid, ze vertonen een 'afwezige aanwezigheid', zoals filosoof Hans Schnitzler het formuleert. En de overvloed aan beschikbare informatie zorgt ervoor dat ze scannend zijn gaan lezen - een boek uitlezen vraagt van leerlingen vaak al te veel concentratie. Daar zit volgens Diederik Boomsma het grootste probleem:

"Aan de plannen van Platform Onderwijs2032 ontbreekt opnieuw een idee hoe je leerlingen intellectuele deugden als concentratie en discipline bijbrengt. Discipline is in Nederland al snel een vies woord, net als inspanning, herhaling, oefening. En wat je daaraan vooral afleest, is dat romantische ideeën over onderwijs in Nederland nog steeds blijven doorwerken. Of het gaat om het 'nieuwe Leren' van tien jaar geleden, of om het huidige Platform Onderwijs2032, ze blijven hangen in de negentiende-eeuwse filosofie die de Brit Herbert Spencer uiteenzet in een boek uit 1861: 'Education. Intelligence, moral and physical'.

"De kerngedachte van progressieve onderwijsvernieuwing is dat je via de wetenschap nieuwe onderwijsmethoden kunt ontwikkelen die beter aansluiten bij het natuurlijke leerproces van kinderen. Dat zou het onderwijs zowel leuker als efficiënter maken. Als je kinderen maar niet te veel lastigvalt met discipline en autoriteit, dan ontvouwt het brein zich als het ware als een bloem.

"Je herkent daarin natuurlijk ook nog Rousseau's nobele wilde, wiens creativiteit je vooral niet moet dwarsbomen met droge feiten, anders raakt hij gedemotiveerd. Rousseau, Spencer, het 'nieuwe leren', digitalisering, daar zit een lijn in: spelenderwijs leren kinderen wat ze moeten leren. Maar werkt het echt zo? Misschien voor een paar leerlingen, die thuis al een kapstok hebben meegekregen, misschien kunnen die meteen al creatief omgaan met de stof, maar voor anderen is dat heel moeilijk. Er wordt ze gevraagd van alles te vinden - maar ze missen basiskennis."

U heeft ook een plan om die basiskennis weer te verankeren: keer terug naar het klassieke, vóór-romantische systeem van leren. Daarin is stampen geen vies woord.

"De natuurlijke volgorde voor het leren is: eerst de feiten, dan de logische verbanden ertussen en dán ga je ze toepassen. Je ziet dat nog wel in sommige studies, zoals medicijnen: je moet eerst alle botjes kennen en de namen van de weefsels en waar alles loopt, dán hoe die zich tot elkaar verhouden en uiteindelijk ga je de diagnose stellen. Eerst kennis, dan begrip, dan creativiteit.

"De Grieken en Romeinen hielden de drieslag grammatica, logica en dan pas retorica aan als bouwstenen van de taal en van ons denken. In de Middeleeuwen werd dat 'Trivium' de basis van de klassieke westerse onderwijstraditie en in 1947 werd die drieslag herontdekt door de Engelse schrijfster Dorothy Sayers. In haar essay 'The lost tools of learning' laat ze zien dat kinderen het op de basisschool nog prima vinden om dingen uit hun hoofd te leren. Zulke kennis onthoud je ook meestal je hele leven, zeker als je het leert via ritme of via een liedje.

"Waar de plannen voor 'toekomstgericht onderwijs' in doorschieten, of eigenlijk in blijven steken, is dat ze de volgorde omdraaien: je moet meteen creatief en kritisch zijn. Maar over het algemeen leer je pas iets door te stampen. Je hebt wel geniale kinderen voor wie de omgekeerde aanpak geschikt is, maar vrijwel iedereen heeft een basis nodig. Zeker van taalvaardigheid - maar die lijkt door digitalisering juist minder te worden."

Ziet u veel gebrekkige taalvaardigheid?

"Nou, ik kom wel veel jongeren tegen die weinig weten. En die dus ook niet kunnen schrijven, die geen zinnen kunnen maken en waarvan ik vermoed dat ze niet een heel open karakter hebben. Ze lijken minder nieuwsgierig, minder taalvaardig, minder geconcentreerd, en minder dienstbaar te zijn dan voorheen."

Je zou zeggen dat nieuwsgierigheid en dienstbaarheid elkaar tegenspreken.

"Leerlingen willen óók presteren in de ogen van de leraar, ik wilde dat wel tenminste. Alleen moet die docent dan wel erkend worden als autoriteit. Daarom erger ik me ook aan die uitspraak van Paul Schnabel, dat kennis overal vandaan te halen is, of aan het idee dat de leraar 'coach' moet worden. Daarmee grijpt hij terug op oude onderwijsidealen die ook uitgaan van dat gelijkheidsidee.

"Maar kennis is ook een cultuurgoed dat je je eigen moet maken. Het vraagt een bepaalde nederigheid om te beseffen dat er iets is dát je kunt weten, dat er mensen zijn die meer weten dan jij, dat het een enorme opdracht is om kennis te verwerven. Dat is een idee dat door digitalisering wordt ontmoedigd, want kennis is overal oproepbaar en van iedereen. Maar pas als kennis deel gaat uitmaken van je persoonlijkheid, als het geïnternaliseerd is, kun je verbanden leggen, kun je er creatief mee omgaan. Zonder enig respect voor autoriteit, kun je die nooit kennis verwerven. Je moet eerst beseffen dat er heel veel is dat je nog níet weet."

• Help leerling onafhankelijk oordeel te vormen

Op school leer je talen, exacte vakken, aardrijkskunde, geschiedenis enzovoorts. Dat is al decennialang zo. Maar is het niet vreemd dat scholieren buiten school voortdurend in digitale sferen verkeren, terwijl ze daarbinnen helemaal geen kennis over computers meekrijgen?

Volgens René Glas, universitair docent nieuwe media en digitale cultuur in Utrecht, is dat inderdaad vreemd. Hoewel zijn artikel in de bundel 'Onderwijs in tijden van digitalisering' zich alleen richt op computergames, een 'niet meer weg te denken onderdeel van het mediadieet van de jongeren', valt de boodschap beter te trekken.

Dat docenten vaak minder digitaal geletterd zijn dan hun leerlingen, is geen reden om op school geen aandacht aan computers en nieuwe media te besteden. Zoals onderzoek van Platform 2032 bevestigt maken jongeren namelijk wel heel veel gebruik van computers en digitale media, maar reflecteren ze er weinig op. Ze weten vaak ook niet precies wat ze doen.

Uit Glas' artikel valt op te maken dat de 'natuurlijke volgorde van leren' - eerst kennis, dan begrip, dan creativiteit - ook best toegepast kan worden op de wereld van de (sociale) media, van blogs, games, van Google en Apple. Als kinderen op de basisschool ook basale digitale mediakennis meekrijgen - juf, wat is een algoritme? - kunnen ze op de middelbare school toekomen aan kritische vragen. Welke wereldbeeld komt eigenlijk naar voren in computerspel The Sims? Verdient Bill Gates geld aan het promoten van iPad-onderwijs'?

Na die fase doorlopen te hebben, zouden jongeren ook zelf games kunnen maken, of bewuster kunnen bloggen. Daarmee kunnen ze zelf een stempel drukken op die wereld, maar niet meer als naïeve consumenten die ze nu vaak nog zijn. Maar wie scholieren wil begeleiden in het kritisch reflecteren op de digitale realiteit van nu - de macht van Google, de marktlogica achter games als Angry Birds, de werking van algoritmen en van filterbubbels - zal daar wel iets vanaf moeten weten.

Die 'kritische geletterdheid' ontbreekt bij docenten van het oude slag vaak. Zo kan de aandacht voor 21th century skills ook gelezen worden: niet als een oproep tot slaafs meebewegen met de tijdgeest, maar om scholieren te helpen een onafhankelijk oordeel te vormen over de mechanismes die de nieuwe media maken tot wat ze zijn.

Ad Verbrugge en Jelle van Baardewijk (redactie). Onderwijs in tijden van digitalisering. Boom, Amsterdam, € 24,90.

• Wat is het advies van Platform 2032?

Hoe moet toekomstgericht onderwijs eruit zien? Om dat te weten te komen, vroeg minster Sander Dekker in 2014 een platform van deskundigen om advies. Onder de hashtag #Onderwijs2032 mocht iedereen op Twitter meepraten. Het advies, uitgebracht in januari 2016, komt er kort gezegd op neer dat scholen 'vaardige, waardige én aardige' leerlingen moeten gaan afleveren.

De toekomstige maatschappij vraagt volgens het platform, onder voorzitterschap van Paul Schnabel, minder om encyclopedische kennis (die kan door machines overgenomen worden), maar meer om sociale en communicatieve vaardigheden, zoals een flexibele houding in een onzekere arbeidsmarkt.

Het is niet de bedoeling dat het advies pas in 2032 wordt opgevolgd, scholen worden aangemoedigd nu al met de adviezen aan de slag te gaan.

Over digitalisering zegt het Platform dat werken en leren in de digitale wereld en met nieuwe technologieën tot de kern van toekomstgericht onderwijs behoren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden