Is hun strijd dan voor niets geweest?

'Schuldeloos schuldig' voelde Indië-ganger Kees van de Kamp zich. Zijn dochter richtte een foto-expositie in met zijn kiekjes. Voor herkenning en erkenning.

Lodewijk Dros

'Ik snap eerlijk gezegd niet dat jij je niet direct spontaan meldt voor Indië. Als ik jou was had ik het allang gedaan. Je hebt hersens genoeg om later de schade weer in te halen. Dacht je heus dat ze jou niet konden gebruiken? Als je even bedenkt hoe er geleden wordt daar, meer ellende dan er hier onder de Duitsers is geleden, dan zeg ik: allemaal melden, wie dan ook, en de regering zal wel uitmaken hoe, wie of wat', schreef Anna Mak aan haar broer Cas in juli 1945.

Kort daarna capituleerde Japan dat Nederlands-Indië drie jaar lang bezet had gehouden. De Indonesische onafhankelijkheidsbeweging onder aanvoering van Soekarno riep de Republiek Indonesië uit, de Nederlandse regering meende dat 'orde en gezag' moesten worden hersteld.

Dienstplichtig soldaat Kees van de Kamp scheepte op 28 mei 1947 in; een jaar lang naar de Oost om de bevolking daar te bevrijden. Hij is radio-telegrafist bij het vierde regiment grenadiers, onderdeel van de vierde infanterie brigade, gelegerd op Oost-Java. Bijna drie jaar later en twee politionele acties verder kan hij zijn verloofde weer in de armen sluiten.

Een van hun twee kinderen, Jeannet, stelde een foto-expositie samen uit de kiekjes die haar vader schoot. Er zijn mooiere foto's gemaakt in die tijd, maar daar gaat het de samenstelster niet om. In de brochure van de expositie Nederlands-Indië; onvoltooid verleden tijd beschrijft ze de laatste jaren van haar vader. ,,De ervaringen in Indië achtervolgen hem. Hij schrikt van ieder geluid, heeft depressies en vertelt stukje bij beetje over de doorstane angsten, de eenzaamheid ver van huis, de beelden van afgebrande kampongs en armoedige inlanders en de emoties bij het zien van een zoveelste graf van een gevallen kameraad. 'Als een vlieg aan de wand werden ze geplet. Hun leven leek van geen enkele waarde, het was zo zinloos'. Hij voelt zich 'schuldeloos schuldig' aan wat gebeurd is, ervaart vertwijfeling over de zin van die drie jaren Indië.''

De eerste politionele actie, in de zomer van 1947, richt zich op de herovering van Soerabaya en omstreken; ook het oostelijk deel van Madoera wordt weer onder Nederlands gezag gesteld. Tijdens de tweede politionele actie zijn de grenadiers betrokken bij gevechten ten zuidwesten van Soerabaya. Wat militair misschien haalbaar was, het verzet van de Indonesische rebellen breken, wordt politiek onmogelijk gemaakt. Een staakt-het-vuren wordt gevolgd door geruchten over overdracht van het gezag aan de Republikeinse regering.

Kees was verbijsterd, aldus dochter Jeannet, en wist niets over de scherpe internationale afkeuring die de acties (de vijand sprak van militaire agressie) hadden opgeroepen. Nederland zwicht onder de druk en Indonesië wordt zelfstandig; de soevereiniteitsoverdracht noemde koningin Juliana 'een voorrecht'.

Jeannet van de Kamp schreef bij de expositie ook catechesemateriaal (voor 18+) en lesmateriaal voor kinderen van 11 tot 13 jaar; uit dat laatste: ,,De soldaten die in Indië zijn snappen hier niets van. Is hun strijd dan voor niets geweest? Zijn al die kameraden tevergeefs gestorven? Als Nederland een paar jaar eerder de Republiek Indonesië had erkend waren vele mensenlevens gespaard gebleven.''

De mogelijkheid had zich voorgedaan, maar was op groot verzet gestuit. Het Nederlandse imperium mocht niet worden opgegeven. Tegengeluiden waren schaars, zoals die van ds. Catrinus Mak, de vader uit Geert Maks 'De eeuw van mijn vader'. ,,Hier op Bali wordt met geweld orde en rust gehandhaafd'', schreef hij dochter Anna. ,,Ik moet jullie bekennen dat dit optreden en de wijze waarop mij niet aanstaat. Mijns inziens is de Anti-Revolutionaire Partij hierin wel sterk-schijnend en gezag-handhavend, maar toch fout.'' Het van oudsher AR-gezinde Trouw stond tot 1961 achter de ingeslagen weg van politioneel optreden.

Aan deze politieke achtergronden besteedt de expositie nauwelijks aandacht. Het accent ligt elders, blijkens de ondertitel van de expositie: '(h)erkenning voor veteranen'. In een gedenkboek van Kees van de Kamps legeronderdeel, verschenen in 1950, schreef de toenmalige commandant Baaij: ,,Weet en houdt U overtuigd, dat Gij, zowel in het pacificeringswerk, als in de onmiddellijke oorlogshandelingen Uw plicht volledig hebt gedaan en in dit besef is het politieke gebeuren voor ons soldaten van iets minder belang.''

Toch speelt de politiek voor Indië-veteranen wel degelijk een grote rol. Zo was Van de Kamp 'teleurgesteld in de reactie van de politiek'.

De Nederlandse regering had ruim 100 000 soldaten verscheept, ergens tussen de zes- en tienduizend (onder wie Knil-)militairen sneuvelden. Bij terugkomst was er eerbetoon. ,,Maar dat was niet veel meer dan een sigarettenaansteker'', zegt J. Morren van de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (BNMO). ,,Een monument kon er niet af. Stilzwijgen werd hun deel, tot er aandacht kwam in de jaren zestig. Die was negatief: een excessennota was het resultaat. Rugdekking van de politiek ontbrak.''

Mettertijd groeide twijfel aan de zin van de acties. ,,Vooral nu steeds meer mensen er geen begrip voor kunnen opbrengen en naarstig speuren naar oorlogsmisdaden (er zijn in een guerilla natuurlijk fouten te vinden) wordt de herinnering aan deze diepingrijpende periode voor veel veteranen pijnlijk', aldus het Oecumenisch Pastoraat aan Oorlogsgetroffenen (OPOG). ,,Nederland heeft een verwantwoordelijkheid laten liggen door de Indië-veteranen niet de opvang en het respect te geven, waarop zij recht hadden. Opeenvolgende kabinetten hebben hen moreel en financieel in de steek gelaten. Vooral ook de naar Nederland overgebrachte Knil-militairen werden bij aankomst gewoon op straat gezet, afgedankt.''

Morren (BNMO) ziet deze expositie als onderdeel van een bredere ontwikkeling: ,,Bij de Indië-veteraan kwamen na zijn pensionering, tien jaar terug, de ervaringen weer boven. Hij zoekt zijn maten op tijdens veteranendagen, de jaarlijkse toeloop bij het Indië-monument in Roermond groeit nog steeds. Op aandringen van Indië-gangers plaatsen gemeenten, zoals Dalen, een monument. De overheid kent sinds 1990 een veteranenbeleid, waaruit erkenning voor de inzet van de veteranen spreekt. Het initiatief van mevrouw Van de Kamp is bepaald niet uniek: meer kinderen springen in de bres voor hun lieve vader die beter verdient dan verguisd te worden.''

De expositie 'Nederlands-Indië; onvoltooid verleden tijd' is woensdagmiddag 9 en 16 februari te zien in de Immanuëlkerk, A. Waldorpstraat 90 (Amsterdam-West), van 14.00 - 16.00 uur. Daarna te zien in Dordrecht, Rotterdam en Den Haag. Info: J. van de Kamp, 030-6380658.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden