Is het oudste kind slimmer dan zijn jonge broer of zus?

Theodore Roosevelt schopte het in 1901 tot president van de Verenigde Staten. Zijn jongere broer Elliot was zeven jaar daarvoor gestorven aan de drank, na een leven vol depressies en verslavingen.

Uit één zo’n geval mag je uiteraard niet opmaken dat het oudste kind meestal slimmer en succesvoller is dan zijn jongere broers of zussen. Toch zijn veel mensen daarvan overtuigd. Is er nooit op serieuze wijze onderzocht of er een verband bestaat tussen de geboortevolgorde en het IQ?

Zeker wel. Wetenschappers buigen zich al sinds 1874 over de kwestie. In dat jaar publiceerde de Britse onderzoeker sir Francis Galton een boek waarin hij opmerkte dat belangrijke posities in de samenleving vaak werden ingenomen door eerstgeborenen.

Vele onderzoeken volgden, met tegenstrijdige uitkomsten. In 1983 veegden twee Zwitsers alle studies op een hoop. Conclusie: het verband tussen IQ en geboortevolgorde leek flauwekul. Maar inzicht schrijdt voort. En zo kwam wetenschapshistoricus Frank Sulloway in 1996 op basis van een uitgebreide literatuurstudie tot precies de tegenovergestelde slotsom: het verband bestond wel.

Afgelopen juni kreeg Sulloway bijval van twee epidemiologen uit Oslo. Die publiceerden in Science een grootschalig onderzoek onder ruim 240.000 Noorse dienstplichtigen. Ze bevestigden dat de oudste jongen binnen een gezin het hoogste IQ had. Gemiddeld scoorde die drie punten meer dan de broer direct na hem, en vier punten meer dan de derde zoon.

De hamvraag is: waarom? Speelt er iets biologisch mee? Geeft de baarmoeder na elke zwangerschap bijvoorbeeld minder voedingsstoffen af aan het volgende kind, waardoor het brein slechter groeit?

Nee. Volgens de Noren draait het niet zozeer om biologische invloeden, maar om sociale. Uit hun onderzoek bleek namelijk dat tweede kinderen van wie de oudere broer nog vóór het eerste jaar overleed, de IQ-winst van hun gestorven broertje ’overnamen’. Dat klinkt nogal hocuspocus, maar het is heel logisch, menen de Noren. Een oudere broer heeft immers een soort onderwijzersfunctie: hij maakt zijn jongere broertjes wegwijs. Die educatieve inspanning zou hem drie IQ-bonuspunten opleveren.

Bij kleine kinderen is dat nog niet zichtbaar. Onder de twaalf jaar hebben juist de jongere kinderen het hoogste IQ. Dat komt doordat zij door hun oudere broer intellectueel omhoog worden getrokken, terwijl ze die broer zelf omlaag zuigen met hun ’tata’-taaltje. Pas na de twaalf zou de zaak omklappen, vermoedelijk omdat dan het onderwijzerseffect gaat spelen.

Jongste kinderen hoeven niet meteen te treuren. Zij compenseren hun lagere IQ volgens Sulloway met een humoristischer persoonlijkheid. Kijk maar naar de grootste satirici uit de geschiedenis: Voltaire, Jonathan Swift, Mark Twain. Die behoorden allemaal tot de jongsten uit een grote familie. En waar wordt een mens nou gelukkiger van: drie IQ-punten of een dosis humor?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden