'Is het niet wat te bloot?'

Voor modereportages heeft ze geen tijd meer. Candy Dulfer, de bestverkochte popartieste van Nederland, maakt weer muziek. Binnenkort begint een uitgebreide tournee en over twee weken komt de cd 'Sax-ago-go' uit. Voor de funky saxofoniste komt het er nu op aan: "Ik was eerst iets nieuws. Een leuk wijf op de hoes. Maar dat is afgelopen."

Kopjes thee drinkend zit de popartieste in een chic Amsterdams hotel. Ze ziet er alledaagser uit dan de foto's in de tijdschriften doen vermoeden. Met minimale make-up en in sober zwarte kleren lijkt ze weinig op de glamourgirl uit de clips en commercials.

Routineus draait ze op de leren bank in de lobby haar verhaal af. Over haar nieuwe cd 'Sax-a-go-go', over haar samenwerking met beroemde collega's en haar komende tournee. Een keurig promotiepraatje, waarbij haar blikken alle kanten op dwalen, behalve de onze. Oogcontact is er pas als we komen op haar imago als sexy saxofoniste. Fel reageert Dulfer op de vraag of ze doet aan image-building. Een vreselijk woord, zegt ze met een vies gezicht.

Kordaat: "Mijn imago is niet bedacht door dikke mannetjes van platenmaatschappijen die mij in een kort rokje naar een fotosessie sturen. Ik beslis zelf hoe ik eruit zie. Als anderen zich daarmee bemoeien, zeg ik meteen: 'No way!'.

Natuurlijk is haar Nederlandse platenmaatschappij blij dat de jonge artieste de aandacht trekt. Maar niemand dwingt haar als een soort pin up op de hoes van 'Sax-a-go-go' te staan. Integendeel, toen ze dat plan aandroeg informeerde Ariola bezorgd: "Is het niet wat te bloot?"

In de Verenigde Staten speelt de platenmaatschappij daarentegen gretig in op de uitzonderingspositie die zij als vrouwelijke saxofonist inneemt. 'Candy Dulfer, the best sax you've ever had', had de Amerikaanse publiciteitsafdeling als motto voor haar tournee bedacht. Puur seksisme, vindt Dulfer. "Toen ik dat op een poster zag staan, werd ik heel boos."

Ze vindt het logisch dat ze geen C & Akleren aan heeft tijdens een optreden. Al is het maar omdat ze er niet hetzelfde wil uitzien als vijf mensen in de zaal. "Miles Davis had ook een glitterpak aan op het podium." Toch trad Candy Dulfer niet zo lang geleden liever op in een wijde trui en broek. Ze bond haar lange haar toen nog keurig in een paardestaart; 'alsof ik net van de kleuterschool kwam.'

Vanwaar de ommekeer? Zelfvertrouwen, denkt ze. Maar ook de ontdekking dat een vrouwelijke popmuzikant talent en sex-appeal kan hebben. Tot dan toe was ze nogal argwanend als het uiterlijk een grote rol speelde; ze vond de artieste muzikaal dan meestal weinig voorstellen.

Haar snellere uiterlijk is ook aan Madonna en Sheila E. te danken. Zoals Madonna voor haar het voorbeeld werd van een vrouwelijke artiest die de touwtjes in eigen hand houdt, bewees Sheila E. dat een goede presentatie niet ten koste van de muzikale kwaliteit hoeft te gaan. "Toen ik zestien was, zag ik Sheila E. drummen in de band van Prince. Zij was voor mij de eerste vrouw die er te gek uitzag en ook nog goed speelde. Op dat moment dacht ik: weg met die bande-bom-kleding. Ik wil er ook een beetje slick uitzien."

De saxofoniste treedt nu het liefst op in een lange broek. Geen korte rok, want: "die kruipt op en er kunnen ladders in komen. Bovendien voel ik me in een korte rok een meisje en in een lange broek een vrouw. Een truitje waar mijn tieten uit hangen zal ik ook niet gauw aantrekken. Ik moet me kunnen concentreren op mijn spel. De kleren die ik draag zijn niet hypermodern, maar wel leuk om naar te kijken. Dat moet ook, want ik sta twee uur lang met een rooie kop te spelen."

Al die bekommeringen om het uiterlijk kunnen haar aandacht behoorlijk afleiden. Een keer presteerde ze het zelfs om aan het begin van een optreden zonder sax het podium op te komen. Voor Dulfer een teken dat de muziek door alle modereportages en reclame-activiteiten teveel op de achtergrond was geraakt.

"Ik werkte tijdens fotosessies met de beste modefotografen en visagisten die allemaal riepen: 'meid, wat ben je mooi'. Maar gaandeweg begon ik me een halfbakken fotomodel te voelen. En dat is toch niet echt wat ik wil. Vandaar dat ik voorlopig niet meer poseer."

De kranten en tijdschriften die aandacht aan Candy Dulfer willen besteden, krijgen dus een envelopje met portretten mee. Voor deze kleurenserie liet modefotograaf Bart van Leeuwen de saxofoniste met haar zwoelste glimlach poseren. Marie Claire en Cosmopolitan zullen er blij mee zijn.

Het hoofd van Candy Dulfer staat nu vooral naar het promoten van haar nieuwe cd. 'Sax-a-go-go' is het vervolg op 'Saxuality' die tweeeneenhalf jaar geleden verscheen. De debuut-cd leverde Dulfer en haar band Funky Stuff goud op in de Verenigde Staten, wat betekent dat er meer dan vijfhonderdduizend exemplaren verkocht zijn. Bovendien werd Dulfer genomineerd voor een Grammy Award, de hoogste onderscheiding van de Amerikaanse platenindustrie.

Bij dit overweldigende succes speelde het feit dat zij een van de weinige vrouwelijke saxofonisten is zeker een rol. "Ik was iets nieuws. Een leuk wijf op de hoes. Maar dat is nu wel afgelopen." Daarnaast denkt zij veel respect in de muziekbusiness te hebben gekregen doordat ze niet achter beroemde collega's heeft aangelopen of om platencontracten heeft gesmeekt. Haar debuut-cd verscheen zelfs op aandrang van de platenmaatschappij, die haar bij de produktie vrijwel carte blanche gaf.

"De eerste plaat was een sprong in het diepe. We hebben alles zelf gedaan: spelen, mixen, produceren. Anderen wilden we er niet bij hebben, omdat we precies in ons hoofd hadden wat we wilden. We zochten iets op de grens van subtiele obermuziek en swingende jazz, maar wel een beetje hip. We waren heel blij dat die eigen stijl nog succes had ook."

Tussen de eerste en de tweede cd zat een spannende periode voor Candy Dulfer. Met Dave Stewart van de Eurythmics scoorde ze een nummer 1-hit in Nederland met het instrumentale duet 'Lily was here'. Ze speelde op twee platen van Prince ('Graffiti Bridge' en 'Time') en deed mee aan zijn 'Love Sexy Tour'. En ze had solo's in opnamen van Aretha Franklin en Van Morrison.

Over de samenwerking met haar beroemde collega's heeft de saxofoniste al zo vaak moeten praten, dat ze er moe van wordt. In rap tempo somt ze op wat ze van hen heeft opgestoken. Dave Stewart: "Een oncommerciele popster die me heeft geleerd om lekker gek te doen." Van Morrison: "Een bluesjongen die me leerde op mijn gevoel te spelen."

En dan was er Prince, die in het nummer 'Party Man' de legendarische woorden sprak: 'When I want sax, I call Candy'. "Hij vond het belachelijk dat ik bij hem ben weggegaan voordat hij me groot had gemaakt. Snapte er ook niets van dat ik geen plaat wilde maken onder zijn begeleiding. Maar hij vindt mijn manier van spelen wel goed. Vandaar dat hij me in de peiling houdt. Naar mijn optreden in New York is hij speciaal komen kijken."

Het mag onbegrijpelijk lijken dat Candy Dulfer de hulp van His Royal Badness afslaat, maar zij heeft haar redenen. Volgens haar is het maken van een cd met Prince bepaald geen garantie voor succes. Integendeel, alle platen van popartiesten op zijn label zijn geflopt.

"Bovendien wil ik zelf alle lof in ontvangst nemen als het goed met me gaat. Ik zou het vreselijk vinden als mensen zeggen: ja, maar dat komt door Prince. Hij heeft me wel een tape met muziek gestuurd die ik mocht gebruiken voor mijn nieuwe cd. Ik vind het een goeie grap dat ik daaruit het minst commerciele nummer heb gekozen. 'Sunday Afternoon' klinkt lekker jazzy en past goed bij de andere nummers op mijn plaat. Maar pech voor de platenmaatschappij: een hit zal het niet worden."

Met haar vaste gitarist Ulco Bed zocht ze aanvankelijk verwoed naar een nieuwe formule voor 'Sax-a-go-go'. Uiteindelijk kwam de tweede plaat toch in het verlengde te liggen van 'Saxuality'. Weer vormen soul, jazz en funk de hoofdingredienten van de Dulfer-sound, al zijn de dansnummers wat sneller en agressiever getoonzet.

De house en jazz-dance-invloeden, die op 'Saxuality' duidelijk hoorbaar waren, zijn ditmaal opvallend afwezig. Is Candy Dulfer uitgekeken op psychedelische muziek met zware beats? "House heeft ontegenzeglijk de swing teruggebracht in de pop, maar de synthesizers klinken me nu toch iets te mechanisch. Die muziek kon me dit keer minder inspireren."

De saxofoniste heeft wel duizend aanmerkingen op haar nieuwste produkt, maar over een ding is ze tevreden: ze vindt dat ze muzikaal vooruit is gegaan op alle fronten. Dulfer somt op: de stijl is herkenbaarder, de toon is sterker en de techniek professioneler.

"Ik bouw mijn solo's nu beter op en ik kan sneller spelen. Nog steeds ben ik niet iemand die als een acrobaat van het ene accoord naar het andere fietst. Dat laat ik over aan saxofonisten zoals Charlie Parker en Dave Kozz. Mijn sterkte is vooral dat ik smakelijk speel."

Haar instrument is de altsaxofoon. Maar ze bespeelt het, onder invloed van vader en tenorsaxofonist Hans Dulfer, als een tenor. De klank is daardoor lager dan je zou verwachten. Herkenbaarder, vindt Dulfer. Waarom heeft ze dan geen tenor? "Die is zo zwaar, dat ik hem niet om mijn nek kan verdragen."

Hoewel 'Saxuality' wereldwijd meer dan een miljoen keer over de toonbank ging, speelt Dulfer nog steeds liever in een rokerig zaaltje dan in een steriele platenstudio. Maar met een cd bedient ze meer fans dan met een concert. Dat argument weegt zo zwaar, dat ze zich vrijwillig een half jaar in een studio opsloot. Het resultaat klinkt anders dan op het podium, waar ze zich lekker kan uitleven. Tot grote verbazing van het publiek dat haar bijna niet herkent. Ze heeft daar wel eens de pest in gehad, maar nu zegt ze het verschil te accepteren.

Het publiek hoeft van haar geen vlammend betoog tegen racisme te verwachten. Net zo min als een fel nummer over honger in Somalie. Candy Dulfer is niet zo'n bevlogen popster als Sting of Sinead O'Connor. Goeie muziek maken, daar gaat het haar om. Preken over een betere wereld kunnen haar gestolen worden.

Toch was ze zeker voor de Ierse zangeres in de bres gesprongen toen deze eind vorig jaar werd weggefloten tijdens het jubileumconcert voor Bob Dylan. Tot haar verbijstering durfde geen enkele popmuzikant het voor Sinead O'Connor op te nemen. "Allemaal te bang voor hun eigen hachje. Zelfs Bob Dylan, die ouwe zeikerd, heeft er niets van gezegd" , zegt Dulfer met ongekende heftigheid.

"Ik ben van een generatie die vooral cool en soms zelfs wat leeghoofdig is" , verklaart ze. Maar is ze werkelijk zo onverschillig? Ze doet toch mee aan een milieuspotje van Postbus 51? "Daar heb ik nu al weer spijt van. Ik doe niet eens aan afvalscheiding" , klinkt het lijzig. En het protestlied dat ze twee jaar geleden inlaste tijdens een concert dan? Dat viel wat haar betreft in de categorie: eens, maar nooit meer.

"Op de avond dat de Golfoorlog uitbrak, besloten we het nummer 'War' te spelen. Ik stond dat heel bewogen te blazen, tot ik omkeek en een bandlid verveeld in zijn neus zag peuteren. Ter plekke besloot ik zoiets nooit meer te doen. Ik vond mezelf zo hypocriet. Alsof dat lied iets zou veranderen."

Aan een mini-cd van Rene Klijn - de zanger die bekend werd door het tvprogramma 'De schreeuw van De Leeuw' - heeft ze wel weer meegewerkt. Maar niet vanwege het goede doel (aidsprojecten), haast ze zich te zeggen. Ze had er gewoon zin in. En dat is volgens haar de beste reden. Achteraf is ze blij dat ze ja zei, want de samenwerking met Klijn beviel uitstekend. Plotseling weer fel: "Het is een schande dat hij pas een kans krijgt nu hij aids heeft."

Dulfer verwacht dat de titelsong van haar cd die op 1 maart uitkomt, een hit wordt. De bijbehorende clip - 'heel geil en chic, ik ken mezelf bijna niet terug' - is al te zien op tv. Volgende maand gaat de artieste weer met haar band door Nederland touren.

Bij haar concerten stonden aanvankelijk vooral 'knappe jongens' tussen de twintig en de dertig in de zaal. Maar na 'Saxuality' zijn de veertienjarige meisjes in de meerderheid. In het begin zag de muzikante dat niet zo zitten; zouden die pubers tijdens de langzame nummers hun kakel wel houden?

Maar nu stelt de popmuzikante met tevredenheid vast dat ze een levensgroot voorbeeld is voor jonge meiden. "Als er maar een meisje iets gaat doen wat ze echt zelf wil, ben ik al tevreden." Bladen als Yes schrijven zwijmelig: 'Candy Dulfer, je zou willen dat je was als zij'. Maar dat sprookjesbeeld wil zij nu juist niet uitdragen.

In interviews benadrukt ze opvallend vaak haar zwakke plekken. Zo vertelde ze laatst dat ze in de muziek geen moment onzeker is. 'Maar als je over mijn dikke kont begint. . .' Prompt werd dat de kop van het artikel. Vervelend? Kan me niet schelen, zegt Dulfer stoer. Zij probeert haar jonge fans juist duidelijk te maken dat je niet 'miss Perfect' hoeft te zijn, om toch wat te bereiken.

Kan wel wezen, maar al die zelfkritiek duidt ook op typisch vrouwengedrag: alsof ze niet trots durft te zijn op haar succes. Zelf heeft ze een andere verklaring: "Ik word zo opgehemeld, dat ik er de kriebels van krijg. Ik kan me voorstellen dat veel mensen denken: die loopt vast naast haar schoenen van arrogantie. Zou ik ook denken als ik mezelf niet kende: Candy Dulfer? Rot op, zeg!"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden