Is het erg als KRO, NCRV, AVRO een stukje identiteit verliezen?

De auteur is journalist en oud-NCRV-medewerker.

In de zomer van 1967, toen ik bij de NCRV in dienst kwam, bleek dit binnen de muren van die omroep de gangbare opvatting. Natuurlijk kregen de NCRV-leden dat niet te horen, maar de werknemers onder elkaar bleken het daarover aardig eens te zijn.

Alle jaren die ik in dienst van de NCRV doorbracht - tot eind 1988 - bleef de toekomstverwachting onveranderlijk vijf jaar. Ik placht daarop optimistisch te reageren: "En dat zal nog wel 25 jaar zo blijven ook" .

Nu zeg ik dat niet meer zo stellig. Ik hoop en verwacht dat er zeker nog een kwart eeuw een sterke publieke omroep in Nederland zal zijn. Een door de burgers gewenste en mede betaalde omroep is onmisbaar voor een gezonde democratische samenleving (terwijl een uitsluitend op de verkoop van reclameseconden gebaseerde omroep eerder de gezondheid ondermijnt). Dit inzicht leeft gelukkig in brede kring.

Beperking

De vraag is welke vorm het publieke bestel zal moeten krijgen. Zal daarin nog plaats zijn voor acht Aomroepen plus de NOS? Of moet het aantal zendgemachtigden sterk worden beperkt?

Objectief gezien is het laatste absoluut nodig, eenvoudigweg omdat de 'markt' van radio en televisie sterk veranderd is; en de verandering zal ook de komende jaren doorgaan. Nog maar weinig jaren geleden keek en luisterde het Nederlandse publiek vrijwel uitsluitend naar het aanbod van de in Hilversum gevestigde publieke omroep. Inmiddels zijn radio- en televisiekanalen uit binnen- en buitenland die zich uitdrukkelijk richten tot het hele Nederlandse publiek of tot omvangrijke segmenten daarvan, ontstaan en in aantal sterk toegenomen.

In deze veranderde marktsituaties is een tv- of radiokanaal de kleinste eenheid van produkt. Het woord 'produkt' moet hier worden opgevat in dezelfde betekenis als wanneer gesteld wordt dat Albert Heijn zijn supermarkt als een 'produkt' aanprijst. Daarbinnen zijn de afzonderlijke waren ook weer produkten. Een superkruidenier moet allereerst een atmosfeer scheppen waardoor het publiek graag zijn winkel binnen gaat - en niet die van de concurrent. Is de klant eenmaal binnen, dan moet de uitstalling van de waren (op ooghoogte, laag of hoog, aan het begin of vlak voor de kassa) zodanig zijn de klant zoveel mogelijk boodschappen in het winkelwagentje legt.

'Omgeving'

De vergelijking met televisie gaat in hoge mate op. Vroeger, toen het aanbod beperkt was, kreeg in het algemeen ieder programma de aandacht die het verdiende, ongeacht het tijdstip en het net waarop het werd uitgezonden. Dat is niet meer zo. De belangstelling voor een programma is sterk afhankelijk niet alleen van het tijdstip waarop het wordt aangeboden, maar ook van de 'omgeving' en daarmee van de aanbieder.

Mensen ontwikkelen steeds meer een voorkeur voor een bepaald kanaal. Afzonderlijke omroepen zijn er hooguit twee avonden per week. Op vijf avonden moet de kijker het dus doen met het aanbod van zendgemachtigden die niet zijn eerste voorkeur hebben. Een televisiekanaal is er altijd.

De ervaring in het buitenland leert dat de meeste mensen een favoriet televisiekanaal hebben. Voor nieuws en andere actuele informatie orienteren ze zich primair daarop; en ook overigens kijken ze eerst of dat kanaal iets brengt dat voor hen aantrekkelijk is. Pas als dat niet het geval is, kijken ze wat er op een aantal andere kanalen van hun gading is. NCRV-medewerker drs. Paul Wamsteeker introduceerde in dit verband onlangs het woord 'lijfkanaal', naar analogie van 'lijfblad').

Zeker commerciele omroepen haken hierop in. Zij brengen hun hele radio- of tv-kanaal aan de man (via reclame, sponsoracties, enz.) in de hoop bij een zo groot mogelijk deel van het publiek de status van 'lijfkanaal' te krijgen. Het Luxemburgse RTL4 blijkt bij een deel van het Nederlandse publiek al het kanaal van eerste voorkeur te zijn.

Het is in die situatie onontkoombaar dat Nederland 1, Nederland 2 en Nederland 3 een duidelijk eigen identiteit krijgen, waarmee zij elk een deel van het Nederlandse publiek sterk aanspreken. NCRV, KRO en AVRO zijn op deze weg het verst gevorderd.

De eis die de televisiemarkt nu en in de komende jaren stelt, plaatst de afzonderlijke omroepverenigingen voor een geweldig dilemma. Enerzijds lijkt een management per televisiekanaal onontkoombaar; anderzijds leidt dit tot het einde van de afzonderlijke omroepverenigingen. En dat laatste mag niet gebeuren, betoogde NCRV-voorzitter mr. A. Herstel dezer dagen tegenover zijn verenigingsraad.

Hij heeft volstrekt gelijk wanneer hij betoogt dat een fusie van AVRO, KRO en NCRV zal leiden tot verlies van een stukje identiteit. Is dat erg? Dat ligt eraan wat ervoor in de plaats komt.

Fusies in de Nederlandse omroep kent de geschiedenis niet. Maar bij andere media is het verschijnsel niet onbekend. In de dagbladwereld zijn er enkele decennia geleden de fusies geweest van het Amsterdamse Algemeen Handelsblad en de Nieuwe Rotterdamse Courant; beide weliswaar liberaal, maar met een heel verschillende journalistieke aanpak. In het fusieprodukt NRC/Handelsblad zijn nog steeds trekjes van de beide vroegere bladen te herkennen; tegelijk heeft het blad een eigen identiteit ontwikkeld, die in zijn lezerskring gewaardeerd wordt.

Betekent samensmelting van AVRO, KRO en NCRV inderdaad de doodsteek voor de taak die elk van die omroepen voor zichzelf gesteld heeft, zoals mr. Herstel zegt? Dat kan - maar het hoeft niet. Het hangt er maar vanaf hoe een fusieproces zich ontwikkelt en dat hangt weer af van de sterkte van elk van de fusiepartners.

Risico's

Fuseren draagt dus risico's in zich. Maar niet fuseren ook. Het televisiekanaal Nederland 1 moet zich in de huidige 'markt' als een produkt manifesteren. Maar het is onmogelijk een gezamenlijke operatie vanuit drie verschillende hoofdkwartieren te leiden. De gang van zaken met het gezamenlijke middagprogramma Service Salon lijkt daarvan al het eerste bewijs.

Kunnen de afzonderlijke omroepen zich handhaven zonder fusie? Sommigen die de publieke omroep geen goed hart toedragen, voorspellen al tijden dat het bestel spoedig vermolmd ineen zal zakken. Zo'n vaart zal het mijns inziens niet lopen. Maar er is wel een ontwikkeling gaande waardoor de bestel-omroepen geleidelijk in betekenis afnemen. Het is niet verstandig te wachten met ingrijpende maatregelen totdat de publieke omroep en de afzonderlijke omroepverenigingen gereduceerd zijn tot een marginale factor in de samenleving.

De politiek zal evenwel de voorwaarden moeten scheppen voor een ontwikkeling die leidt tot eenheid per kanaal. Momenteel moet iedere zendgemachtigde nog primair werken aan zijn eigen voortbestaan van dag tot dag. In die situatie zal het niet tot noodzakelijke diepe ingrepen komen. De gedachte van minister drs. Hedy d'Ancona (WVC) om zendmachtigingen voor tien jaar te verstrekken, lijkt zinvol: in die periode kunnen zich drie sterke publieke televisie- en radiokanalen ontwikkelen die in voldoende mate wortelen in de samenleving en die het primaat houden te midden van de in aantal en misschien in betekenis toenemende commerciele kanalen.

Het wordt tijd dat de politici zich niet beperken tot suggesties en ideeen, maar een beleid vaststellen dat de partners in het publieke bestel voldoende zekerheden biedt om te gaan werken aan een solide toekomst voor een lange termijn. Een levensverwachting van hooguit vijf jaren is te kort voor een krachtige publieke omroep. En die kan de samenleving niet missen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden