Is het CDA te wit voor de grote stad?

Beeld Werry Crone, Vleuten

Het CDA wil ook de kiezer in de grote steden aanspreken. Maar is de partij niet te wit om daar een volkspartij te worden?

De nieuwste CDA-campagnefilm toont Sybrand Buma op een smal weggetje tussen de Friese weilanden. Het is de streek waar de partijleider opgroeide en leerde wat traditie en plichtsbesef is, vertelt hij. Maar landt die boodschap ook tussen de stenen van de grote stad? Of blijft het CDA vooral een plattelandspartij?

Het CDA is altijd trots op de regionale spreiding van leden van de Tweede Kamer. Deze politici hebben tenminste een sterke binding met hun regio, zoals Pieter Omtzigt in Twente en Raymond Knops in Limburg. Van de kandidaten die in maart een gooi doen naar een zetel in het parlement komt 65 procent van buiten de Randstad. Geen enkele andere partij is zo goed vertegenwoordigd in alle windstreken van Nederland. En het levert de partij daar flink wat stemmen op.

Maar in het hart van het land, de Randstad, woont het gros van de Nederlanders en daar is het aantal kiezers veel lager. Landelijk haalde het CDA in 2012 bij de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer 8,5 procent van de stemmen. In Amsterdam was het percentage 2,2, in Rotterdam en Den Haag 4,4 en in Utrecht 4,2. Bij de verkiezingen voor de gemeenteraad waren de percentages in 2014 aanzienlijk beter, maar de verhouding blijft hetzelfde; het CDA doet het in het landelijk gebied veel beter dan in de stad.

Bij de verkiezingen in maart staan voor de christen-democraten drie kwesties op het spel. Ten eerste moet de partij behoorlijk herstellen van de averij die in 2012 ontstond toen er slechts dertien zetels werden bemachtigd. De voortekenen zijn redelijk, bij de verkiezingen voor de gemeenten en de provincies was er een flinke verbetering. Ten tweede wil de partij verloren terrein terugwinnen in de zuidelijke provincies, regio’s waar het CDA in het verleden sterk was. Op de derde plaats staat het veroveren van de grote stad. Het CDA noemt zichzelf een volkspartij. Een marginale positie in de grote steden past daar niet bij.

De wijken

Maar het CDA beschouwt de centra van de grote steden niet echt als CDA-terrein. Volgens de partij zit het electoraat eerder in de wijken daar omheen. In de regio Den Haag gaat het dan om bijvoorbeeld Voorburg en een wijk als Ypenburg. Eigenlijk moet je het zo zien, stelt de partij: ruim 2 miljoen mensen wonen in de grote steden en dik 14 miljoen mensen wonen in min of meer stedelijk gebied daar omheen, in grote provinciesteden en op het platteland. Met andere woorden: de slag om de stad is groter dan de vier grootste steden.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Beeld Werry Crone, Vleuten

In de Haarlemmermeer haalt het CDA inderdaad 6,3 procent, in Rijswijk 6,6, maar dat is nog steeds aanmerkelijk lager dan in andere delen van Nederland. In steden buiten de Randstad doen de christen-democraten het meestal beter: Eindhoven haalde vier jaar geleden 5,9 procent, Enschede 7,9 en Apeldoorn zat precies op het landelijk gemiddelde met 8,5 procent.

“Ik vind het CDA ook echt een stadspartij”, zegt partijvoorzitter Ruth Peetoom. “De thema’s waar het CDA zich druk over maakt spelen op het platteland maar ook in de stad. Mensen in de stad hebben ook behoefte deel uit te maken van een gemeenschap, willen ook de ruimte van de overheid om zelf te bepalen hoe hun samenleving eruit ziet. Maar dat wij minder stemmen krijgen in de stad dan op het platteland komt denk ik door de associatie van het CDA met een bepaalde cultuur. De stad is wat individualistisch, terwijl wij gemeenschappen belangrijk vinden.”

Dat de stadsbevolking minder ontvankelijk is voor het CDA-pleidooi voor tradities, gelooft Peetoom niet. “De herwaardering van traditie en verantwoordelijkheid leeft ook in de stad.” Een grote partij zal het CDA in de grote steden niet zomaar worden, maar kansen liggen er zeker, denken de christen-democraten.

CDA-lid Dave Ensberg vindt dat de partij de stad verwaarloost. Het verhaal moet over een andere boeg, meent hij. Ensberg zat in het CDA-bestuur in Brabant en stond vier jaar geleden op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Hij kreeg anderhalf jaar geleden op het CDA-congres de Jan Peter Balkenende-award voor zijn bijdrage aan het debat binnen de partij over de multiculturele samenleving.

Andere culturele achtergrond

De Surinaams Nederlandse Ensberg constateert dat het CDA niet in staat is om mensen met een andere culturele achtergrond in de stad te bereiken. “Dat is een structureel probleem. Alleen in de periode dat Jan Peter Balkenende lijsttrekker was, ging het beter.” De oorzaak is volgens hem dat het niet aantrekkelijk is om met standpunten van het CDA op bezoek te gaan bij ‘de moskee of een migrantenkerk’.

“De politieke boodschap van het CDA sluit niet aan bij de moderne stedeling. Het verhaal is dat mensen met een andere culturele achtergrond zich aan moeten passen aan onze tradities en normen. Zo ontstaat extra afstand. Er wordt assimilatie geëist in plaats van gelijkwaardig burgerschap. Allochtonen voelen zich niet vertegenwoordigd door het CDA en kloppen vaker aan bij GroenLinks, de SP of bij Denk.”

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Beeld Werry Crone, Vleuten

“Ik ben kritisch uit liefde voor de partij”, zegt Ensberg. “De omvang van de bevolking in steden groeit en de samenstelling verandert. De vraag is wat het CDA daarmee doet? Ik denk dat Sybrand Buma zich in de multiculturele media moet laten zien. Niet eenmalig, maar ook buiten verkiezingstijd.”

De boodschap van het CDA spreekt nieuwe Nederlanders wel degelijk aan, meent de Haagse wethouder Karsten Klein. “Veel ruimte voor vrijwilligers, wij hebben het aantal speeltuinen in de stad uitgebreid van vierhonderd naar vijfhonderd omdat de stad aantrekkelijk moet zijn voor gezinnen, de zorg moet toegankelijk blijven omdat ouderen langer thuis blijven wonen. Wat dat laatste betreft kiezen wij er voor om niet te bezuinigen op de thuiszorg. Alles wat op het platteland werkt, kan ook in de stad. Als het CDA ergens om bekendstaat dan is het fatsoen. Dat speelt zeker in de stad. Het is grappig dat de kreet ‘Normaal. Doen.’ van de VVD sterk lijkt op de slogan die wij in de gemeente Den Haag hadden in 2010: ‘Gewoon doen. Normaal doen.’”

Versplintering

Dat het CDA in de grote steden toch relatief klein blijft, ligt volgens de Haagse wethouder aan de versplintering in de politiek. “Wij hebben drie zetels, de VVD vier en de PvdA heeft er zes op een totaal van 45 leden van de gemeenteraad. De gevestigde partijen hebben het moeilijk en dat is een bredere trend. Er is veel concurrentie. Bij de laatste raadsverkiezingen hebben wij laten zien dat winnen in de grote stad wel degelijk mogelijk is want wij gingen van net drie zetels naar ruim drie zetels, van 5,9 procent naar 6,7.”

Partijvoorzitter Ruth Peetoom wijst erop dat het CDA, ondanks het beperkte aantal raadszetels, in Den Haag in het stadsbestuur zit en ook in Rotterdam de laatste decennia wethouders levert. “Goede mensen laten zien dat het CDA goede initiatieven neemt. Het ondersteunen van vrijwilligers bijvoorbeeld, onderwijs en goede wijkverpleging. Dat is van belang voor alle mensen in de stad.” Eigenlijk is er niet veel verschil tussen stad en platteland, zegt zij. “Daarom doen wij veel in de steden, maar aansluiting bij de allochtone bevolking is essentieel. Onze waarden voor bijvoorbeeld families en religie tellen ook voor hen en het is belangrijk om contact te leggen met moslimorganisaties.”

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Beeld Werry Crone, Vleuten

Zo ziet het Rotterdamse raadslid Turan Yazir dat ook: “In tegenstelling tot een aantal andere partijen richt het CDA zich op het algemeen belang. In Rotterdam zijn wij begonnen met een plan om eenzaamheid te bestrijden, wij steunen sportclubs om het verenigingsleven te stimuleren. Er wordt zo gebouwd dat gezinnen in de stad kunnen blijven wonen. Dat is goed voor alle bevolkingsgroepen.” Hij wijst ook op de toegenomen concurrentie van andere partijen. Het is lastig om de boodschap over te brengen als er steeds meer partijen om aandacht van de kiezer vragen.

De Turkse Nederlander Yazir is lid van het CDA sinds 1998, zegt hij. “Met mijn moslimachtergrond zou ik bij geen enkele andere partij willen horen. Ik herken het wereldbeeld van het CDA. Wij zijn een volkspartij die mensen bij elkaar wil brengen.” Het CDA heeft wel degelijk aandacht voor de moskee, zegt hij.

Maar ook Yazir vindt, net als Dave Ensberg, dat ‘er meer moet gebeuren’ om aan te sluiten bij allochtonen. Hij zat in een CDA-commissie die in 2013 het rapport ‘Gedeelde waarden’ schreef over het CDA en de islam. Zet vaker moslims op de kandidatenlijst en zoek hun organisaties op, luidde de aanbeveling. Op de lijst voor de Kamerverkiezingen staat alleen de Marokkaans-Nederlandse Limburger Mustafa Amhaouch bij de eerste dertig. Yazir: “Uiteraard moeten die kandidaten wel kwaliteiten hebben. Maar als je die op de lijst zet, geeft dat moslims meer vertrouwen. Er gebeurt voldoende, maar er kan wel een tandje bij.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden