Is Ethiopië het nieuwe Bangladesh?

Katoenproductie, spinnen, weven, verven en stikken: de textielsector in Ethiopië biedt het allemaal. Daardoor bestaat de mogelijkheid om de hele keten ineens te verduurzamen.

Routineus trekken honderd paar handen de zwarte stretchstof door de ratelende naaimachines. De laatste zoompjes worden gelegd in de 15.000 tanktops voor H&M. Alleen het merklabel verraadt iets bijzonders. Onder de M van medium staat het: Made in Ethiopia.

Ethiopië is het nieuwste buzzwoord in de wereld van de goedkope confectiekleding. Drie jaar geleden hoorde je niemand erover, inmiddels halen H&M, het Britse Tesco en het bekende koopjesparadijs Primark bijna ongemerkt een deel van hun productie uit het Oost-Afrikaanse land. Hier in Ethiopië is de bevolking jong, hongerig naar werk en liggen de lonen lager dan waar dan ook.

Maar heeft de kledingindustrie geleerd van de drama's in Azië?

Trots is hij zeker, Anur Wijesinghe, de productiemanager van de Ethiopische GG Super Garment Factory. Van alle fabrieken die kledinggigant H&M heeft bezocht, is deze fabriek uitgekozen om de order van 15.000 zwarte tanktops te produceren. Als een zorgzame vader loopt hij langs de rijen Ethiopische meisjes aan hun naaimachine. Wijesinghe is door de directeur speciaal uit Sri Lanka ingevlogen om de naaisters de fijne kneepjes van de confectieproductie bij te brengen. "Ik train ze in alles, het naaien, de patronen, de afwerking. Dat moet ook wel, want ze hebben geen idee van de kwaliteit die de internationale markt vraagt." Als de dames dit eenmaal in de vingers hebben, dan zal het hier gaan boomen, daar is hij van overtuigd. Lachend: "Ethiopië is de nieuwe textiel-hub."

Het Zweedse H&M is niet het enige merk waarvoor GG Super Garment hoopt te produceren. Ook textielreuzen als Tesco en Primark speuren nu, zonder dat officieel aan te kondigen, naar fabrieken in Ethiopië die voor een klein prijsje kunnen leveren. In september bleek zelfs dat het Amerikaanse Phillips-Van Heusen, eigenaar van luxere merken zoals Tommy Hilfiger en Calvin Klein, deze kant op komt.

Met de stijgende kosten in de vaste productiegebieden in Azië is de zoektocht naar nieuwe, nog goedkopere textiellanden gestart. In confectie-lieveling Bangladesh liggen de lonen rond de 68 dollar, inmiddels bijna twee keer zo hoog als in Ethiopië. Azië wordt duurder, want sinds het drama met de ingestorte textielfabriek Rana Plaza (april 2013) ligt de kledingproductie in Bangladesh onder het internationale vergrootglas.

Dhyana van der Pols ziet bij haar advieswerk voor grote modeketens dat bedrijven nu aan de aandacht en regelgeving proberen te ontsnappen. "Door de verhoogde lonen zie je dat inkopers en sommige grote merken uit Bangladesh weglopen. Die gaan op zoek naar alternatieve locaties."

undefined

Veelbelovend

Het kantoor van H&M op de achtste verdieping van een flatgebouw biedt goed zicht op de metropool Addis Abeba; alles beweegt, groeit, stoomt en bouwt. De stad ademt hoop op vooruitgang. De productiemanager voor H&M Ethiopië tuurt naar buiten: "Ethiopië is veelbelovend en stabiel dus ja, het heeft inderdaad de potentie om een nieuw textiel-knooppunt te worden, waarom niet?'' Maar dat betekent volgens Hande Diltemiz geenszins dat het kledingmerk vlucht uit Azië. In tegendeel, zegt ze scherp: "Voor ons is dit een uitbreiding omdat we groeien''.

Diltemiz verontschuldigt zich, ze heeft maar een half uur voor het interview. De Turkse powervrouw heeft geen tijd te verliezen bij haar grootse voornemen een bijdrage te leveren aan de groei van wat nog altijd één van de armste landen ter wereld is. "Voor de jonge vrouwen'', benadrukt ze strijdlustig, "want dat is de belangrijkste kracht van de confectiesector: hij haalt vrouwen uit hun huizen en verschaft ze een inkomen!"

Deze veelbelovende toon komt steeds terug in gesprekken over de potentie van de Ethiopische textielsector. Fabriekseigenaren, modemerken en medewerkers van niet-gouvernementele organisaties (ngo's) herhalen het bekende mantra: de overgang van een land van grondstofleverancier naar de productie van confectiekleding is vaak de belangrijkste stap naar ontwikkeling. De overheid is er daarom alles aan gelegen de exportwaarde van de textielsector te vergroten van de huidige 99 miljoen naar 1 miljard in 2016. Ook zij gelooft dat deze zogenoemde T-shirt-fase Ethiopië uit de armoede zal leiden. Mits, daar hamert iedereen op, dat ook ethisch verantwoord gebeurt.

undefined

Duurzaam textiel-Mekka

In Bangladesh hebben de kledingmerken niet bepaald een ethisch voorbeeld gegeven, waarom zou het nu anders gaan? "Ze moeten nu wel'', zegt Madeleine Rosberg van het duurzame adviesbureau Responsify. "De grote merken die hier nu komen weten dat alle ogen op ze gericht zijn." De jonge Zweedse adviseert modemerken bij een verantwoorde leverancierskeuze in Ethiopië. Ze is ervan overtuigd dat dit niet het nieuwe Bangladesh wordt, zoals critici beweren, maar een nieuw 'duurzaam textiel-Mekka'. Juist in een land waar de industrie vanaf de grond wordt opgebouwd, liggen er volgens Responsify volop kansen om het nu in één keer goed te doen. Dat betekent 'zonder uitbuiting en instortende fabrieken'.

Rosberg: "Om te beginnen zorgen mensen hier voor elkaar, dat zit in de cultuur. Daarnaast kun je met het introduceren van zoiets simpels als werkshifts en veiligheidskleding al veel doen." Ethiopië kent, in ieder geval op papier, een 48-urige werkweek, één verplichte vrije dag en soms betaald overwerk. Of zoals hier graag wordt gezegd: in Ethiopië ligt niemand na een 14-urige werkdag uitgeput onder zijn naaimachine te slapen.

"Nee, dat soort Bangladesh-taferelen tref je hier niet", beaamt Tanju Kavlakli van Ayka Addis, kledingproducent voor de Duitse markt en goed voor 160.000 T-shirts per dag. In deze fabriek wordt weleens op de naaimachine geslapen, maar alleen als er even geen werk is. Na de negen uur durende shift en een lunch van het werk gaan de naaisters met de gratis bus gewoon naar huis. Toch vraagt Kavlakli zich hardop af of de kledingmerken werkelijk een andere weg in willen slaan. Toen H&M op de stoep stond, heeft hij ze de deur moeten wijzen. De Zweden wilden te goedkoop produceren. "Wij kunnen niet voor die prijs leveren."

undefined

Strenger geworden

De pionierende kledingmerken die nu naar Ethiopië komen hebben eerste keus, een productieplekje veiliggesteld bij de betere fabrieken. Ook H&M werkt met een lijst kwaliteitseisen waaraan alle leveranciers moeten voldoen. In het geval van Ayka Addis, zegt H&M, was het niet de prijs maar waren het de strenge duurzaamheidseisen waar de onderhandelingen op stokten. "We zijn strenger geworden", aldus Diltemiz van H&M, "we controleren ze". Dat kan ver gaan. Zo moest de fabriek van de zwarte tanktops lampjes aanbrengen in de naaimachines. Toch gaat er ook in deze gecontroleerde fabrieken nog genoeg mis. Als wij er zijn zitten in GG Super Garment Factory zitten alle drie de nooduitgangen, hoewel keurig met een bordje zichtbaar gemaakt, op slot.

Met de toenemende interesse van de kledingindustrie zal het niet lang duren voor de eerste grote orders ook hun weg naar de honderd overige fabrieken hebben gevonden. Soms zijn dat leveranciers die net komen kijken in de wereld van de internationale kwaliteitseisen.

Zoals het zuidelijke Arba Minch Textiles. Hier is het niet langer schoon, licht en nieuw. Onder het oorverdovende lawaai van verouderde Oost-Europese weefmachines lacht naaister Amelework verlegen. "Hoe oud ben je?", schreeuwt-vraagt de tolk. "Je moet achttien zijn", antwoordt ze. "Dus je bent achttien?" "Ja." "Hoe lang werk je hier?" "Twee jaar." "O, dus je was geen achttien toen je begon?" Nog een verlegen glimlach. Na twee jaar heeft Amelework nog geen contract maar werkt ze wel zes dagen per week: twee dag-, twee avond- en twee nachtdiensten. Als ze dagdienst heeft kan ze niet naar school, na de nachtdienst valt ze in slaap in de klas. "Maar zonder educatie heb ik ook geen hoop op een andere toekomst."

Amelework verdient 29 euro per maand. Daarmee kan ze buiten de fabrieksmuren op een dag het volgende kopen: een traditionele pannenkoek met saus, een halve liter melk, een stuk zeep en misschien nog wat bananen. Een kostenpost als gezondheidszorg komt in dit verhaal niet voor.

Zie hier de oorsprong van de lage arbeidskosten: Ethiopië kent geen wettelijk minimumloon. Om aan te geven dat ze toch 'het juiste doen' baseren de kledingmerken hun idee van een minimumloon op het minimum dat in de overheidssector wordt betaald. Daar gaan ze een stukje boven zitten. Zo begin je bij Ayka Addis en GG Super Garment Factory met een loon rond de 32 euro per maand. Een bedrag dat net op de internationale armoedegrens van een 1,25 dollar per dag ligt.

undefined

Katoen plukken

In een witte zee van bloeiend pluis leunt de 15-jarige Abewek uitgeput tegen de zak die ze heeft volgeplukt met katoenbollen. Haar zwangere buik zit in de weg als ze een slokje water neemt uit een roestige oliedrum. AMIBARA farm staat erop gekalkt. Vandaag hebben Abewek en haar zus zestig kilo katoen geplukt voor deze katoenboer. Zo hebben de zusjes samen 1,92 euro verdiend. Op de katoenvelden vraagt niemand hoe oud je bent, en jij vraagt niet om een contract, een vrije dag of zwangerschapsverlof. Er wordt geplukt en gezongen, tot om vier uur 's middags de vrachtwagens de oogst ophalen en naar de textielfabrieken brengen. Onder de afnemers bevinden zich onder meer Ayka Addis, indirect GG Super Garment en MAA Garment Factory, leverancier van Tesco en H&M.

De niet-gouvernementele organisatie Solidaridad waarschuwt dat de Ethiopische textielketen zich op een kantelpunt bevindt. Vanaf 2015 start de organisatie met trainingen in de fabrieken en op de velden om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Ethiopië is uniek, stelt Solidaridad. Hier vind je alles in één land, van de katoenplantages tot aan het weven, verven, spinnen en stikken. Dat geeft mogelijkheden om het textielproces hier vanaf de start in één keer te verduurzamen. "Kledingproducenten moeten dieper in de keten willen kijken", zegt Janet Mensink van Solidaridad, "en wij zien dat bedrijven daar open voor staan". Samen met H&M worden nu de mogelijkheden verkend voor duurzame katoen in Ethiopië.

Tot het zover is laat H&M de grondstofkeuze over aan de leverancier. "Wij kopen geen katoen", benadrukt het bedrijf, "wij kopen de kleding". Ondertussen zal het voor de Ethiopiërs nog even duren voordat ze zelf in zo'n gewild H&M'etje over de straten van Addis kunnen flaneren. De keten heeft er geen filiaal. Heel soms ligt een exemplaar in één van de illegale tweedehands kledingzaakjes. Maar het merk is zo populair dat een simpele rok al snel 30 euro kost: dat zijn heel veel zakken katoen.

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Postcode Loterij Fonds van Free Press Unlimited.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden