Is er nu ook een nieuwe dag?

Amerikanen zijn van nature optimisten. Presidenten weten er altijd wel de moed in te houden. Maar de vraag is of de Amerikaanse geestkracht bestand is tegen de verwoestende aanslagen in New York en Washington. In de reacties zit veel woede, maar ook machteloosheid. We kunnen wel terugslaan. Maar wie en waar is de vijand?

Hoe harder de klappen hoe vastberadener de Amerikanen altijd zijn geweest om er weer bovenop te komen. ,,Hoe lang het ook moge duren, het Amerikaanse volk zal, rechtschapen en met uiterste krachtsinspanning, doorgaan tot de absolute overwinning is behaald'', hield Franklin Delano Roosevelt zijn luisteraars zestig jaar geleden voor na de aanval op Pearl Harbor.

,,U hebt te veel verloren, maar niet alles'' zei Bill Clinton in een treurend en rouwend Oklahoma City na de bomaanslag van april 1995. ,,En Amerika heeft u zeker niet in de steek gelaten, want wij staan voor net zoveel morgens als nodig is.'' Zoals het in de titelsong van de eerste rampenfilm The Poseidon Adventure werd gezongen: 'There's going to be a morning after' (Er is altijd een nieuwe dag) en het weesmeisje Annie uit de gelijknamige musical zichzelf voorhield: ,,Just thinking about tomorrow, puts away the heartache and the sorrow, till there's none.'' (Denk maar gewoon aan morgen. Dat jaagt het spinrag en het verdriet wel weg tot er niets meer van over is.)

Voor Amerikanen is er altijd een 'tomorrow', dat hoort nu eenmaal bij hun optimistische levenskijk. Zelfs midden in de Burgeroorlog, het grootste trauma dat de Verenigde Staten ooit heeft getroffen, wist Abraham Lincoln in zijn befaamde korte toespraak op het slagveld van Gettysburg de moed er in te houden met de vaststelling 'dat deze natie, onder Gods leiding, de vrijheid opnieuw geboren zal zien worden'.

Zelfs gisteren, na de gruwelijke aanslag op onder meer het World Trade Center, meldde voorzitter Philip Purcell van de investeringsbank Morgan Stanley: ,,Ondanks deze tragedie werken we door en blijven we doorwerken.'' En dat terwijl er 3500 employees werkzaam waren in een van de twee vernietigde torens van het WTC.

Maar is de Amerikaanse spirit, de geestkracht, bestand tegen deze aanslag op zovele aspecten van haar wezen: veiligheid, vrijheid, vooruitgang? En dat natie-gevoel, dat zo magisch wordt uitgedrukt als Amerikanen hun hand op hun hart leggen, de belofte op de vlag afleggen en zich in te zetten waar zij voor staat: ,,one nation under God, indivisible, with liberty and justice for all'' (één natie onder Gods leiding, ondeelbaar, met vrijheid en recht voor iedereen)?

Als er een nationale ramp plaats vindt in de Verenigde Staten - zoals zes jaar geleden in Oklahoma City - of als men het gemunt heeft op een van haar symbolen - zoals de ambassades van de VS in Nairobi en Dar-es-Salaam, in 1998 - bloeit het nationale gevoel en stellen volk en volksvertegenwoordigers zich als één man op achter de president. Die dat eenheidsgevoel ook zeer nadrukkelijk tot uiting brengt. George W. Bush, gisternacht: ,,Ons land is sterk en krachtig. Terroristische acties kunnen de fundamenten van onze gebouwen doen schudden, maar zij kunnen niet raken aan het fundament waarop Amerika is gebouwd.'' Democraten en Republikeinen vergaten enkele uren eerder voor even hun politieke verschillen en barstten op de trappen van het Capitool zelfs in een pathetisch 'God bless America' uit.

Tientallen miljoenen Amerikanen hebben in ieder geval dinsdagmorgen de tweede van de aanslagen met eigen ogen zien gebeuren. Dat veroorzaakte al een nationale kreet van afgrijzen. Maar toen de een na de ander de twee torens van het WTC - met het Empire State Building het majestueuze stadsbeeld van wolkenkrabbend Manhattan symboliserend - met donderend geraas implodeerden, moet Amerika nationaal het gevoel hebben gekregen dat er iets onherstelbaar in de samenleving te gronde was gericht. Letterlijk.

En het ergste moet nog komen: het dodental. Bush had het over duizenden verloren mensenlevens en Rudy Giuliani, de burgemeester van New York, had het over een aantal dat door niemand is te bevatten. De impact van de catastrofe is voor iedereen duidelijk; de omvang in menselijk leed moet nog tot de meeste mensen gaan doordringen.

En dan zal de Amerikaanse samenleving haar vragen moeten beantwoorden. Zoals: hoeveel vrijheid en openheid zullen we moeten opgeven voor veiligheid? En bestaat die 'veiligheid' uberhaupt wel? De doorsnee Amerikaan heeft een enorme hang naar veiligheid. Daarvoor zitten er zoveel sloten op de deuren van niet alleen huizen, maar ook bijvoorbeeld hotelkamers. Die hebben kijkgaatjes om te zien wie er voor de deur staat.

Vervolg op pagina 15

Is er ook nu een nieuwe dag?

Vervolg van pagina 13

In de huizen in de wat betere buurten staan bordjes in de tuin met de mededeling dat die en die firma garant staat voor de veiligheid en de bescherming tegen inbraak. Om zich te beveiligen schaffen vooral vrouwen - maar niet alleen zij - een klein pistooltje aan voor in de handtas. Niet dat het hen waarschijnlijk zal baten als ze in een donkere parkeergarage ineens oog in oog staan met een rover. Maar toch, het geeft een gevoel van veiligheid.

Maar het wordt al anders als die veiligheid wordt opgelegd. Scholieren onderwerpen zich met grote tegenzin aan de controle op wapens bij de ingang van het gebouw. Het detectiepoortje vinden ze al een onding, maar in hun tas of rugzak laten snuffelen is helemaal een aantasting van de privacy.

Veiligheidsgordels is ook al zoiets. Nergens voor nodig, dat 'buckle up', dat de borden langs de weg de automobilist toeroept. Vorig jaar ging de conservatieve politieke commentator van CNN Tucker Carlson er publiekelijk prat op dat hij de gordels nooit omdoet, ook al riskeert hij daarmee in zijn staat Virginia een forse boete.

En het rijtje is uit te breiden: maximumsnelheid, valhelm, beschermende maatregelen op de werkvloer. Eerder dit jaar nog besloot de Republikeinse meerderheid in het Congres, op instigatie van de president, om Osha, de overheidsinstelling die moet toezien op werken onder veilige omstandigheden, aan banden te leggen. De maatregelen kostten het bedrijfsleven te veel. Kosten, dat is ook de reden waarom zowel luchthavens als luchtvaartmaatschappijen in de VS er zo weinig voor voelen om de veiligheidsmaatregelen aan te scherpen. Lange rijen kunnen alleen worden voorkomen met meer poortjes en x-ray-apparatuur en natuurlijk meer personeel. Dat kost geld en de reiziger moet dat betalen met een hogere ticketprijs. Waarna weer meer mensen voor de kortere afstand kiezen voor de auto.

Conservatief Amerika moet sowieso weinig hebben van een regelende overheid: de mondige burger kan zelf wel uitmaken wat goed voor hem is. En de extremist, verenigd in een van de vele milities, keert zich af van alles wat overheid is en stelt zijn eigen regels op. Maar ook ter linkerzijde wordt de overheid met argusogen in de gaten gehouden. De ACLU, de organisatie voor burgerrechten, staat regelmatig bij het hooggerechtshof om maatregelen te toetsen aan bijvoorbeeld het befaamde First Amendment: de vrijheid van meningsuiting.

En dan het optimisme, het positieve denken - dat laatste is in de jaren vijftig door dominee dr. Norman Vincent Peale zelfs tot religie verheven. Het staat na de gebeurtenissen van dinsdag onder zware druk, zoals het in Oklahoma City al een klap kreeg. Een door en door godsdienstig volk als het Amerikaanse weet natuurlijk van goed en kwaad, maar denkt toch altijd dat het goede het kwade zal overwinnen. Voor het eerst was de woede van veel Amerikanen gemengd met machteloosheid, iets wat ze niet snel zullen laten zien. Doorgaans weten ze aan de andere kant van de oceaan wel hoe er moet worden gereageerd op geweld, Amerikanen aangedaan: gewoon hard terugslaan. Toen we tegen de Japanners en de Duitsers vochten wisten we in elk geval wie we tegenover ons hadden, maar deze lui verschuilen zich, is de reactie van een autoverkoper in Illinois.

The New York Times citeerde een boze bejaarde uit een plaatsje in Michigan die rondbazuinde dat hij wel raad zou weten met die terroristen. ,,Eén vliegtuig en één atoombom. Eén atoombom. Dat is alles wat we nodig hebben.'' Waarop de cassière, die net een kind stond te helpen, zich naar hem omdraaide en zei: ,,En waar gaan we die dan wel op gooien?''

In duigen ligt ook de naïviteit, het gevoel van onschuld. Vooral de minder bereisde Amerikaan - en dat is de overgrote meerderheid; je mag al blij zijn als een bewoner van het platteland van Missouri eens in het enkele honderden mijlen verder gelegen Chicago is geweest - denkt dikwijls nog dat op een paar herkenbare terroristen na iedereen van Amerikanen houdt. Of in elk geval bewondering voor ze kan opbrengen. Brengen ze niet overal welvaart, de democratie, de American Dream?

Het wil er niet bij ze in dat dat niet zo is, dat over de hele wereld tal van mensen om tal van redenen een bloedhekel hebben aan Amerikanen. Omdat ze als arrogant worden beschouwd, hard praten of schreeuwerige kleding dragen of...noem maar op. Jaren geleden zat een Amerikaanse vrouw in de Amsterdamse tram. Haar sjaal kwam tussen de deuren. Glimlachend wees ze een jonge man tegenover haar op het voorval. Een uur later was ze nog verbijsterd over zijn antwoord. ,,Hij zei: wat mij betreft was je gewurgd, bitch!''

Vroeger bleef je als Amerikaan thuis als ze je niet mochten of als je je onveilig voelde. Nu komen de terroristen naar de VS toe om de Amerikanen te grazen te nemen. Zelfs in eigen huis zijn die niet meer veilig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden