Is er nog toekomst voor de Zuidas?

(Trouw) Beeld hillen/Hollandse Hoogte
(Trouw)Beeld hillen/Hollandse Hoogte

De toekomst van Nederland als financieel centrum stemt somber, zeggen drie hoogleraren. „Bij ongewijzigd beleid gaan we onherroepelijk neergang tegemoet.Azië neemt de economische macht over.”

Nog voor de Amsterdamse Zuidas goed en wel is afgebouwd, is deze al vergane glorie. De trotse torens verhullen een bloedbad: een verlies van bijna 9000 manschappen in tien jaar tijd, ontvolkte kantoorruimtes en jaarresultaten die wegkwijnen onder het juk van de crisis.

Deze week gaf het kabinet toestemming om de ringweg bij de Zuidas te ondertunnelen. Maar een inventarisatie bij drie vooraanstaande hoogleraren leert dat de verwachtingen voor de toekomst van Nederland als financieel centrum somber zijn. Harald Benink, hoogleraar banking & finance uit Tilburg zegt dat de krachten van de globaliserende economie zo groot zijn, dat een klein land als Nederland daar nauwelijks meer tegenop kan. De crisis heeft deze verzwakking alleen nog maar verergerd. „Tja, de Zuidas”, verzucht hij. „Het is de vraag of dat realistisch is.”

„Het zal daar niet meer worden zoals het was”, zegt Henk Volberda, hoogleraar strategisch management en ondernemingsbeleid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Banken worden uitgekleed en voor nieuwe bedrijven wordt ons investeringsklimaat onaantrekkelijker.” Volberda berekende voor het World Economic Forum (WEF) dat Nederland afglijdt qua concurrentievermogen. In 2009 zakte Nederland van een achtste naar een tiende plaats. Deze daling komt met name door instorting van financiële markten. De gezondheid van onze banken wordt, na de noodzakelijke reddingsoperaties, door het WEF zwakker beschouwd dan die van vergelijkbare landen als Zwitserland, Luxemburg, Finland of Noorwegen, maar ook als Burkina Faso, Porto Rico of Litouwen.

„We zullen geen Burundi worden”, zegt Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam. „Maar bij ongewijzigd beleid gaan wij onherroepelijk een toekomst van neergang tegemoet. Nederland wordt een quantité négligeable. Dat Balkenende überhaupt nog moeite doet om bij een G20 (de twintig belangrijkste landen voor de wereldeconomie, red.) te komen. Azië zal de economische macht volledig overnemen.”

Nederland moet het in de toekomst doen met een bescheidener rol. Maar hoe erg is dat? De burger heeft een enorme prijs moeten betalen voor de ambities van de financiële sector. Miljarden aan belastinggeld zijn uitgetrokken om internationaal operende banken als ABN Amro/Fortis en ING te redden. Een last die te groot is voor een klein land.

Aan de andere kant heeft Nederland een sterke financiële sector nodig. Benink wijst erop dat hier bijzonder veel grote multinationals zitten als Akzo/Nobel, Philips, DSM, Unilever of Shell. Uit het onderzoek van Volberda voor VNO-NCW naar hoofdkantoren in Nederland blijkt dat een sterk financieel cluster essentieel is voor behoud en aantrekking van nieuwe hoofdkantoren.

Voor Volberda staat vast dat een sterke, internationale financiële sector zeer bevorderlijk is voor de Nederlandse bedrijvigheid in het buitenland. Hierin investeren stimuleert het ondernemerschap, en daar profiteren we uiteindelijk allemaal van: als werknemer, aandeelhouder én als samenleving.

De vraag is of de kosten tegen de baten opwegen. ’IJsland’ moet voorkomen worden, ofwel een situatie waarin een land failliet dreigt te gaan onder de schuldenlast van de bankensector. Daarom staat voor de drie hoogleraren één ding voorop: ambities in de financiële sector zijn toegestaan zolang deze verantwoord kunnen worden naar de belastingbetaler.

President Obama heeft dat goed begrepen, vinden Benink, Volberda en Engelen. Hij besloot onder andere dat zakenbanken niet met publieksgeld mogen beleggen. Zo nam hij de ongerustheid bij de Amerikaanse burger weg dat die moest opdraaien voor de fouten van Wall Street. Citigroup en JP Morgan Chase zullen hun activiteiten moeten splitsen, als Obama’s plan het haalt.

Ondanks de waardering van minister Bos voor dit plan, verdient Obama’s aanpak volgens Volberda in Nederland geen navolging. Want afgesplitste zakenbanken hebben kansen in de grote Amerikaanse economie, maar dreigen in Nederland te verdwijnen. Dit zou een nog verdere verzwakking van de financiële sector inluiden, en het verlies van kennis, werkgelegenheid en belastinginkomsten.

Voorwaarde voor wederopbouw van de Nederlandse financiële sector is strenger toezicht, stelt Benink. „Nederland heeft tijdens de crisis grote reputatieschade opgelopen. Niet alleen door de banken, maar ook door geld dat kon verdwijnen via frauduleuze beleggingsfondsen als EasyLife en PalmInvest. Alleen met heel streng toezicht herstel je dat vertrouwen weer. Beleggingsfondsen kiezen nu vaak voor Luxemburg, juist omdat ze er daar als toezichthouder bovenop zitten.”

En wat te denken van de bonussen? Komen topbankiers nog wel naar Amsterdam als zij niet méér mogen verdienen dan een klein miljoen in de raad van bestuur van een bank als ABN Amro? Volgens Engelen is dat onwaarschijnlijk. „Beloningsbeleid moet je vrij laten. Ik verwacht niet dat er op internationaal niveau overeenstemming komt over de hoogte van bonussen. Bovendien zijn werknemers in deze sector niet loyaal, ze zullen kiezen voor de hoogste bieder. ABN Amro zal hen niet vast kunnen houden, waardoor de kwaliteit van de bank daalt. Zo zal Bos er uiteindelijk, als hij de bank weer naar de beurs brengt, niet voor krijgen wat hij wil.”

Terwijl Volberda en Benink nog kansen in Nederland zien voor een kleinere financiële sector, met speciale producten als vermogensbeheer en pensioenbeheer, ziet Engelen die niet. „De elite heeft te laat ingezien dat de positie die Nederland innam in de financiële wereld niet eindeloos zou voortduren. Vervolgens is Nederland begonnen met investeren op een tweeslachtige manier. Fiscale bevoordeling van bedrijven en tegelijkertijd bonussen willen aanpakken. Nieuwe juridische mogelijkheden, maar ook hoge rendementsheffingen voor hedgefondsmanagers. Er is een kloof tussen de retoriek van ’Nederland als financieel centrum’ en de werkelijkheid. Er moet gekozen worden.”

Het enige dat Nederland dan ook echt kan helpen om een nieuwe koers te vinden die het welvaartsniveau op peil houdt, is vernieuwend leiderschap. De hoogleraren verlangen alle drie een nieuw réveil in de bestuurscultuur. „Wat tot nu toe teleurstellend uit bliift”, zegt Volberda. Het gaat hen om commercieel én politiek leiderschap. Het liefst in combinatie, want nu is er onvoldoende uitwisseling tussen de overheid en het bedrijfsleven, vindt Benink. „Kijk naar Frankrijk. Daar wordt de elite opgeleid op de Ecole Normale d’Administration (ENA). Het is daarna volstrekt normaal dat je afwisselend werkt voor overheidsinstellingen, ministeries en universiteiten, en het bedrijfsleven. Men kent elkaar en overlegt gelijkwaardig met elkaar. Maar in Nederland kijkt het bedrijfsleven neer op de politiek en ambtenaren. En als Rijkman Groenink dan met Balkenende wil komen praten over het voortbestaan van ABN Amro, geeft de premier niet thuis. Dat was in Frankrijk ondenkbaar geweest.”

Het is dan ook mede aan die bestuurscultuur te wijten dat Nederland zo hard getroffen door de crisis, vinden de hoogleraren. Onderling ontwikkelen de publieke en private sector geen visie, en naar buiten toe dekken ze elkaar onvoldoende. Volberda: „Die opsplitsing van banken onder druk van eurocommissaris Kroes? Dat was landen met krachtiger overheden, zoals Frankrijk, Duitsland of Engeland, niet overkomen.”

Goede samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven is des te urgenter, nu ABN Amro genationaliseerd is en ING aan het staatsinfuus ligt. Maar bovendien moeten banken zich er volgens Volberda ook beter van bewust worden dat zij een publieke functie hebben. „Jonge mensen moeten zo worden opgeleid dat zij niet het aandeelhouders-, maar het klantenbelang voor ogen hebben. We moeten terug van het Angelsaksische naar het Rijnlandse model, dat draait om klanten, werknemers en de onderneming.”

Onderwijs is ook volgens Engelen cruciaal als Nederland het huidige welvaartsniveau wil blijven bijbenen. Niet zozeer om nieuwe bankiers op te leiden, als wel om algehele vernieuwing te stimuleren. „Als we de inkomsten uit de financiële sector verliezen, kunnen daar andere producten voor in de plaats komen. Tv-formats, ballet, industrieel ontwerpen, logistieke diensten.”

In welke sector dan ook, Nederland redt het niet zonder ’dienende leiders’, vinden Volberda en Benink. Benink: „Je moet de creatiefste en de slimste zijn. Het is niet meer voldoende om te zeggen: we gaan die kant op. Je moet een ijzersterke strategische visie hebben. Die bereik je door kritische dialoog met anderen. Organiseer tegenspel, toon je zelfvertrouwen en je kwetsbaarheid.”

De Zuidas moet het financieel hart van Nederland worden. Achter de torens gaat echter een drama schuil: duizenden banen gingen verloren, kantoren ontvolkten en bedrijfsresultaten vielen tegen. ( FOTO MARCO HILLEN, HH) Beeld hillen/Hollandse Hoogte
De Zuidas moet het financieel hart van Nederland worden. Achter de torens gaat echter een drama schuil: duizenden banen gingen verloren, kantoren ontvolkten en bedrijfsresultaten vielen tegen. ( FOTO MARCO HILLEN, HH)Beeld hillen/Hollandse Hoogte
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden