IS ER INTELLECTUEEL LEVEN IN AMERIKA?

Indianen heten in Amerika nu native Americans, en zwarten 'Afro-Amerikanen'. De geschiedenis moet herschreven in het licht van onderdrukte volkeren, en de literaire 'canon' vervangen door werken van vrouwen, etnisch achtergestelden en vertegenwoordigers van vergeten tradities. Vooral aan de universiteiten oefenen de nieuwe regels voor gedrag, spraak en meningsuiting een grote invloed uit. Sommigen spreken van een 'breinpolitie', een nieuwe orthodoxie in een progressief jasje. 'Politiek correct' te zijn is van levensbelang geworden voor een voorspoedige carriere. Camille Paglia wekte de afgelopen jaren opzien door haar kritische houding tegenover het feminisme, een van de belangrijkste factoren in de politiek correcte orthodoxie. Haar lijvige studie 'Het seksuele masker' werd ook in Nederland heftig bediscussieerd. In dit artikel schetst zij deze, volgens haar, gevaarlijke ontwikkeling. "De Amerikaanse universiteiten zijn geen arena van ideeen meer, maar een kleuterklas." Het tweede deel van de documentaire 'De uitvinding van Amerika' van Hans Keller gaat nader in op de ideologisering van de Amerikaanse universiteiten. Vanavond om 20.55 u. op Nederland 3.

CAMILLE PAGLIA

Mary McCarthy vertrok naar Parijs en Susan Sontag koos na een half dozijn veelbelovende jaren voor Franse gekunsteldheid en irrelevante bezigheden. Toen zij werd aangevallen om haar prijzenswaardige interesse in de popcultuur, liet Sontag deze vallen als een baksteen en vanaf dat moment heeft ze de status die ze in de jaren zestig genoot, nooit terug gekregen.

In die jaren ontstond een levendige artistieke en intellectuele atmosfeer. Bezielde, profetische stemmen, erfgenamen van de visionaire traditie van Emerson, Whitman en Hart Crane, klonken door in het belangrijkste werk van Allen Ginsberg, Norman O. Brown en Leslie Fiedler, maar zij hadden weinig opvolgers. De concrete nalatenschap van de denkers uit de jaren zestig bleef beperkt en de doorgaande lijn brak af.

Amerika's huidige intellectuele crisis spruit voort uit het tragische verlies van de stoutmoedigste en creatiefste leden van de generatie van de jaren zestig. Drugs mogen dan de geest verruimd hebben, op langere termijn fnuikten zij de produktiviteit waarvan de 'psychedelische' fase van de rockmuziek een veelbelovend glimpje had laten zien.

De studenten die door de jaren zestig het meest waren beinvloed, konden doorgaans niet terecht in beroepen waarvan de verlammende toelatingsregels al vijftig jaar dezelfde zijn gebleven. Zij moesten hun plaatsen afstaan aan minder begaafde tijdgenoten, carrieremakers van het saaie, benepen type van de jaren vijftig.

Nergens gold dit sterker dan in de academische wereld. Het effecht van de studenten-revoluties op de Amerikaanse universiteiten begon te tanen. Echte radicalen studeerden zelden af en als ze daartoe toch een poging deden, gaven ze deze spoedig op of raakten op den duur ontmoedigd door het aanstellings- en promotiebeleid van hun faculteit, waarin vooral conformisme en hielenlikkerij worden beloond. De universiteiten werden overgelaten aan de opportunisten en materialisten die er nu de meeste leidinggevende posten bezetten. Van de universiteit moesten de ideeen komen, maar die universiteit bleek in handen van de uitslovers te zijn.

Veelal worden die mensen als gevaarlijke progressievelingen beschouwd - 'radicalen met een vaste aanstelling' noemt Roger Kimball hen -, die met hun subversieve ideeen het Amerikaanse establishment zijn binnengedrongen. In werkelijkheid zijn ze helemaal niet radicaal. Op onze grotere universiteiten is geen sprake van echte progressiviteit. De 'multi-culturelen' en de 'politiek correcten' op het gebied van ras, klasse en sekse zetten in feite de aloude, keurige traditie van achtenswaardigheid en conformisme voort. Zij hebben het Amerikaanse motto 'wees aardig' geinstitutionaliseerd en zijn daarom gedwongen elk verschil of onderscheid tussen mensen of culturen te negeren.

De politiek correcte professoren hebben met hun vijandige houding jegens de 'canon' van grote Europese schrijvers en kunstenaars ernstig afbreuk gedaan aan de kwaliteit van het onderwijs aan de beste Amerikaanse scholen en universiteiten. Toch zijn het mensen zonder diepe overtuigingen. Echte radicalen staan voor hun zaak en steken hun nek uit; deze academici zijn in de watten gelegde papzakken die op geen enkel moment in hun loopbaan ook maar voor een principe op de bres hebben gestaan. Hen is in hun leven niets overkomen. Ze hebben nooit in een oorlog gevochten, zijn nooit werkloos geweest of op de fles gegaan. Ze hebben geen enkele ervaring opgedaan buiten de universiteit, weten niets van wat zich elders afspeelt, laat staan van het leven van de arbeidersklasse. Hun politieke standpunt bestaat uit een modieus weefsel van sentimentele fantasie en loze praat. Door schuldgevoel over hun eigen bevoorrechte positie is hun politieke wereldvisie verstard tot een simplistisch melodrama van rijk tegen arm.

Ook het smalle onderwijs op de overgespecialiseerde universiteiten van na de oorlog heeft het intellectuele debat in de alfa- en menswetenschappen verschraald. Het New Literary Criticism bevrijdde zich van het juk van de geschiedenis, dat in de Duitse literatuurtheorie zo'n centrale rol had gespeeld, en bracht daarmee een generatie academici voort die de literatuur grotendeels los leerde zien van de historische context. Daarmee ontstond een ideale voedingsbodem voor de Franse literatuurtheorie die wortelde in de jaren veertig en vijftig en al lang passe was toen Amerikaanse academici er in de vroege jaren zeventig de hand op legden.

De Franse theorieen waren allerminst een symbool van de jaren zestig; integendeel, ze kwamen pedante professoren met een goede positie die zich krachtig verzetten tegen de etnische en culturele revolutie van die subversieve jaren maar al te goed van pas. Foucault, een welbespraakt strateeg die aan zeer weinig onderzoek zeer verregaande conclusies wist te ontlenen, was vooral in trek bij academici die op zo gemakkelijk mogelijke wijze de geschiedenis, antropologie en politieke economie trachtten te door gronden.

De jaren zestig faalden, denk ik, deels omdat er niet helder was nagedacht over allerlei instituten die als duistere, samenzweerderige, Kafkaeske fenomenen werden afgeschilderd. Voor de positieve betekenis van dergelijke instituten binnen economisch complexe samenlevingen had men geen oog. Het gigantische kapitalistische distributiesysteem in Amerika werkt zo efficient dat onze bemiddelde humanisten uit de middenklasse het niet eens opmerken. De rol van het kapitalisme in de opkomst van het moderne individualisme, en daarmee van het feminisme, werd rigoureus weggemoffeld. Dit kwade staaltje van historisch wanbegrip is dezer dagen de norm geworden voor programma's van vrouwenstudie en pretentieuze, door Foucault geinspireerde letterenfaculteiten.

De links-radicalen, met wier uitgangspunten ik als libertijn uit de jaren zestig in grote lijnen instem, hebben hun eigen zaak bedorven door hun onverschilligheid voor de feiten, hun zorgeloosheid en laksheid, hun onvergeeflijke gebrek aan wetenschappelijke professionaliteit. De wereldvisie van de jaren zestig, die een integratie van natuur en cultuur inhield, is in brokken uiteengevallen en wordt nu behartigd door schreeuwerige, naijverige groepen met eenzijdige belangen.

Daarbij gingen de universiteiten voorop, door een ghetto voor zwarte studies in het leven te roepen, dat vrouwenstudies gewon, dat op zijn beurt homostudies gewon. Geen enkele van deze geimproviseerde would-be richtingen is in staat gebleken het wijdse menselijke panorama van het denken van de jaren zestig terug te roepen. Elk heeft simpelweg zijn eigen regels vastgesteld, zijn eigen egocentrische clientele gekoesterd, en daarmee een gesloten stelsel gecreeerd waarin wetenschap onverbrekelijk verbonden is met politiek.

Het is de vraag of de belangen van zwarten, vrouwen en homo's met dit feodale stelsel het best gediend zijn. Wat ervan te zien is, lijkt eerder op het tegendeel te wijzen: deze programma's hebben de nieuwe breinpolitie voortgebracht die toeziet op politieke onberispelijkheid. Er is geen enkele conservatief te vinden, noch binnen noch buiten de regering, met zo'n groot vermogen tot intimidatie als wat door dit meedogenloze front wordt uitgeoefend. Het is binnen het aanstellings- en promotiebeleid een vast systeem geworden minderheden met afwijkende opvattingen de mond te snoeren. De winnaars van deze rat-race lijken oprecht verbaasd te zijn wanneer ze zulke beschuldigingen vernemen. Geen wonder: hun conventionele, modieuze opvattingen hebben tot nu toe nooit enige tegenspraak ontmoet.

Bij het geven van colleges aan de grotere Amerikaanse universiteiten ben ik dit jaar in rechtstreekse aanvaring gekomen met het politiek correcte establishment. In Harvard en elders werd ik door de feministische faculteit geboycot, en op verscheidene instituten werden pamfletten verspreid waarin ik ten onrechte werd bestempeld als een stem van uiterst rechts. Tijdens een college op Brown University werd ik uitgescholden door zachte, onervaren, maar ziedend neurotische meisjes uit de blanke middenklasse, van wie ik de feministische, partijstandpunten over verkrachting in mijn geschriften heb afgewezen. In zo'n sfeer van massale warrigheid is een verstandige discussie onmogelijk.

Sociologisch gezien liggen de wortels van de crisis op de Amerikaanse campus in de snelle aanwas van studenten na de Tweede Wereldoorlog. Toen de naoorlogse demografische golf van de baby-boomers was weggeebd, moesten de universiteiten bezuinigen en grepen zij naar agressieve verkooptechnieken om de inschrijving van nieuwe studenten op peil te houden. Toen de kosten bleven stijgen, kwamen zij klem te zitten in een louter commerciele relatie met ouders. Intellectuele zaken werden ondergeschikt gemaakt aan het voornaamste doel: ervoor te zorgen dat studenten met bemiddelde ouders een 'prettige tijd' hadden.

In het begin van de jaren zeventig waren de Amerikaanse universiteiten topzwaar geworden onder de last van full time stafleden die de campus gingen aanduiden als een 'gemeenschap' die, zo bleek al spoedig, beheerst werd door onzichtbare codes voor wat acceptabel was in spraak, opinie en gedrag. In de afgelopen vijftien jaar zijn sommigen van hen, voor al de studentendekanen en de staf die de eerstejaars studenten begeleidt, een verontrustend bondgenootschap aangegaan met vrouwenstudies, en indoctrineren zij de aan hun zorg toevertrouwde studenten nu met de politiek correcte opvattingen over het maken van afspraakjes, seksuele voorkeuren, enzovoorts.

Veel studenten die zich door hun welvarende ouders uit de vrije beroepen verwaarloosd voelen, leggen voor die aandacht een aandoenlijke dankbaarheid aan de dag. Deze vertroeteling heeft naar mijn mening geleid tot de buitensporige gedragscodes die studenten tegen de realiteit van het leven moeten beschermen. Vandaag de dag is de campus geen arena van ideeen meer, maar een kleuterklas waar de volwassenheid eindeloos kan worden uitgesteld. Een universiteit die het belangrijke principe van de vrije meningsuiting huldigt zou nu op voet van oorlog komen te verkeren met paternalistische stafleden, in een nauwe alliantie met misleide ouders.

De Amerikaanse universiteiten ademen de sfeer van een zomerkamp, waar de felheid van een werkelijke intellectuele discussie ieders plezier maar zou bederven. Ambitieuze hoogleraren in de alfa-wetenschappen doen hun werk achter de verschansing van een 'theorie' die zij aanzien voor de dernier cri, maar die in feite - zelfs in Parijs - al lang uit de mode is. Kleurloze cultuurbarbaren bekleden de hoogste posities aan de topuniversiteiten, eenvoudigweg omdat ze er de juiste opvattingen op na houden en de juiste mensen kennen.

In de afgelopen twintig jaar zijn congressen tot een helse machine geworden die de academische professie voortstuwt. Nieuwe centra voor menswetenschappen riepen een horde van congresgangers in het leven, een internationaal circuit van voortdurend rondreizende literaire sterren. Aanvankelijk hadden die congresprogramma's een prijzenswaardig doel: de bevordering van onderling contacten buiten het benauwende kader van de conservatieve, statische en strak geleide faculteiten om. De plaag van de Franse theorie sloeg echter overal toe. De centra voor alfa-studies werden al snel broedplaatsen voor carrierejagers, waar gretige speculatie en inside-trading met even grote vanzelfsprekendheid bedreven wordt als in Wall Street.

Bedaardere, meer traditionele academici werden er door de congres-incrowd uitgewerkt, en de wetenschap werd het slachtoffer. De alfa-centra zijn nu in handen van kleine, amorele kaders, die onderling een ingewikkeld nationaal netwerk vormen, bijeengehouden door vriendjespolitiek, voortrekkerij, patronage en samenzwering. Het zou voor het Amerikaanse intellectuele leven van wezenlijk belang zijn dat deze werkwijze aan een goed onderzoek zou worden onderworpen. Daarmee is trouwens al een aanvang gemaakt: in april diende een vooraanstaande vrouwelijke hoogleraar een aanklacht in tegen het Massachusetts Institute of Technology, dat geen vinger had uitgestoken tegen een interne putsch door politiek correcte faculteitsleden, nauw verbonden met het centrum voor culturele studies van de Universiteit van Harvard.

Wil er ooit een oplossing komen voor het huidige dilemma, dan zullen ondogmatische academici zich openlijk moeten uitspreken tegen de alom optredende ondermijning van hun beroep. Vernieuwing van het onderwijs wordt tegenwoordig al te vaak overgelaten aan de neoconservatieven. Zelf zou ik willen voorstellen alle literaire symposia af te schaffen en vrouwenstudies te vervangen door sekse-studies, gebaseerd op een intensieve bestudering van de wereldgeschiedenis, antropologie, psychologie en natuurwetenschap. In het politiek correcte Amerika van vandaag de dag zijn kwaliteit, studiezin en intellectuele uitnemendheid niet langer en vogue.

Times Literary Supplement, 1992. Vertaling: Jet Kunkeler

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden