’Is er iets stuk, dan blijft het stuk’

De wegens vrije meningsuiting bij de gymnastiekunie ontslagen Gerard Speerstra is technisch adviseur van de Iraanse turnfederatie. Hij wil zijn kennis niet verloren laten gaan.

Hoog bezoek was Gerard Speerstra als trainer van Epke Zonderland wel gewend. Dan kwam Charles van Commenée groetend bij een training binnenstappen. De technisch directeur van NOC-NSF ging rustig in een hoekje zitten observeren, en na afloop praatten ze bij een kop koffie.

In Iran, zo stelde hij met verbazing vast, gaat dat net even anders. „Op de dag dat de directeur van het olympisch comité werd verwacht, was de turnzaal ineens opgeruimd en schoongemaakt en stond er een rij met 25 tafels en stoelen langs de kant. Iedereen was zenuwachtig.

„Opeens moest iedereen de zaal uit, twee veiligheidsmannen in gele pakken kwamen de boel inspecteren. Vervolgens kwam een stoet van 25 mannen in nette pakken binnen. Het complete olympisch comité. Iedereen moest handen schudden, en ik was als technisch adviseur als eerste aan de beurt.

„De directeur wilde mij spreken, maar mijn tolk voelde er niets voor. ’Ik ben bang voor die man’, zei hij. Ik moest hem ervan overtuigen dat we het toch maar moesten doen. Prima toch dat die man belangstelling heeft voor turnen?”

Wat er met zijn mening over de gebreken van het Iraanse turnen wordt gedaan, zal Speerstra vermoedelijk nooit weten. Net zoals hij niet weet waarom soms een lid van zijn selectie geen uitreisvisum krijgt. Het zijn de raadselen die het werken in een land als Iran met zich meebrengt.

Bondscoach Ali Bakshibur studeerde in Heerenveen en liep stage bij Speerstra. „Vorig jaar vroeg hij me of een ploeg bij ons kon komen trainen. Ze willen zich internationaal ontwikkelen. Iran, als turnnatie nooit van gehoord. Laat maar komen.”

„Eerst zou het januari worden, daarna april. Ik was inmiddels ontslagen bij de KNGU toen op een avond de bel ging. Waren ze naar mijn huis komen fietsen. Waar ik bleef, ik zou ze toch helpen? Toen ik de situatie had uitgelegd, hadden ze meteen de oplossing klaar. Kom jij maar bij ons werken. Verkoop hier de boel, neem vrouw en kinderen mee en kom in Iran wonen.

„Ik houd van een biertje, dat drinken ze daar niet. Ik kijk graag naar mooie vrouwen, maar vrouwen zie ik daar niet. Maar dan nog, wonen in Iran, dat kon nooit de bedoeling zijn. Nu ben ik als adviseur tien dagen per maand in Iran. Tot en met de WK heb ik me met de selectie bemoeid. Als het tot verlenging van de samenwerking komt, ga ik de organisatiestructuur opzetten, de opleiding van talent.”

Turnen is populair, alleen al in Teheran zijn duizend turnhallen. Speerstra trof er een groep gemotiveerde en hardwerkende sporters. „Er is veel potentie, maar de huidige turners missen een goede basis. Ze zijn fysiek en mentaal keihard voor zichzelf, maar tonen snel de andere kant van de emotie. Er hoeft maar iets met een van hun teamgenoten te gebeuren, of het raakt ze allemaal. Ze moeten leren zich niet te laten leiden door de negatieve klank van een ander. Maar dat is geen kwestie van even een schakelaartje omzetten”

Plannen maken gaat Iraniërs goed af, de afwerking is een ander verhaal. Speerstra ziet dat op alle gebieden. „Als er apparatuur moet komen, dan wordt dat geregeld. Is er iets stuk, dan blijft het stuk.”

„We zetten de rekstok op en die staat scheef. Ik zeg, we hebben een plank eronder nodig van één centimeter dik en hij staat recht. Een maand later kom ik terug en staat die rekstok nog steeds scheef. Of er op getraind is? Nee, want hij staat scheef. Dan vraag ik, waarom zet je hem dan niet recht? Een briljant idee, meteen zijn mensen in rep en roer en wordt het geregeld.”

Zo is het ook met de turners. „Ze stellen hoge doelen, merken gaandeweg dat de uitgangswaarde van 5.5 te hoog is gegrepen, waarna je die langzaam ziet afkabbelen. Of ze hebben een aantal moeilijke elementen gehaald en vullen die aan met simpele elementen. Dat trekt de oefening weer helemaal naar beneden.”

Speerstra vindt werken in een andere cultuur een verrijkend avontuur, al gaat het soms moeizaam. „Maakte ik in Nederland een planning, dan keek ik niet naar beperkingen. Ik zocht wedstrijden uit, regelde alles en we gingen er heen.

„In Iran lever je het programma in en wacht je twee maanden op toestemming van het olympisch comité. Dan volgt het aanvragen van visa, weer twee maanden. En tenslotte wordt er iemand aan de ploeg toegevoegd, van de geheime dienst of vanuit het geloof, dat weet ik niet. Het moet die man ook uitkomen, anders gaat het niet door. Ik heb de planning tot de WK van volgend jaar oktober klaar. Dan kunnen ze er alvast mee aan de gang.”

Over vier jaar moet Iran volgens Speerstra met de beste 24 landen kunnen meedraaien. In Rotterdam werd voor het eerst en vol verwachting met een landenploeg aan een WK deelgenomen. „Het is verlopen zoals ik verwacht had: niet goed. Dat is een kwestie van ervaring en mentaliteit. Iraniërs gooien al hun energie meteen in de eerste toestellen en zijn opgebrand als ze bij het derde van de zes komen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden