Is er een partner voor het programma van de PvdA?

De auteurs zijn resp. hoofdredacteur van De Helling, het tijdschrift van het Wetenschappelijk Bureau GroenLinks, en voorzitter van deze partij.

Om een zin uit de inleiding te parafraseren: niet alleen de tijdgeest is dubbelzinnig, de PvdA ook. Hoe voortreffelijk sommige passages uit het program analytisch en stilistisch ook zijn, de indruk ontstaat dat de opstellers onverenigbare ambities najagen.

Aan de ene kant proberen zij een nieuwe, min of meer coherente politieke filosofie voor de PvdA te formuleren (en dat in een verkiezingsprogramma!), aan de andere kant pogen zij alle beleid en denkbeelden waarvoor de partij de laatste tien, vijftien jaar tekende, hoe uiteenlopend en tegenstrijdig ook, naar die 'nieuwe ideologie' toe te praten. Het gevolg is een dubbelhartig program.

Waaruit bestaat die dubbelhartigheid? Men probeert de indruk te wekken dat zeer veel kabinetsbeleid van de laatste vier jaar in de lijn ligt van de in het program ontwikkelde ideeen. Goed, laten we zeggen dat de observatie dat 'Wim Kok en de zijnen' hebben gezorgd voor een cultuurschok klopt. Zonder cynisch te zijn: het behoort zeker tot de verdienste van de PvdA dat in ons land zo langzamerhand een politiek-cultureel klimaat is geschapen waarin ruimte is ontstaan voor radicale hervormingen van de verzorgingsstaat, die - zoals de commissie-Buurmeijer aantoont - al veel te lang uitgesteld zijn. In dit opzicht heeft de PvdA zelfs een veel belangrijker rol gespeeld dan het afwachtende D66 en het aarzelende GroenLinks.

Maar men moet niet net doen of het gevoerde kabinetsbeleid als zodanig ook maar het begin betekent van het type hervormingen dat de PvdA graag zou willen doorvoeren. De prikkelende gedachte bijvoorbeeld dat sociale uitkeringen in de toekomst vooral als 'hulpbronnen' voor initiatiefrijke individuen moeten fungeren, snijdt alleen hout als mensen daarna ook reele kansen op werk hebben. Dat weet de PvdA ook wel, getuige onder meer het partijrapport van Wolfson en de sterke nadruk op werkgelegenheid in 'Wat mensen bindt'. De bewering echter dat Nederland door de inspanningen van PvdA en CDA momenteel een 'activerend arbeidsmarktbeleid' kent, is boerenbedrog.

Dit stelt de PvdA voor een fiks dilemma: een ingrijpende hervorming van de sociale zekerheid ('ministelsel') heeft alleen maar zin als de politiek in staat en vooral ook bereid is het gesloten bolwerk van de arbeidsmarkt open te breken. Maar aangezien de arbeidsmarkt een van de weinige gebieden is waar de werkgevers nog soeverein heersen en waar bovendien het neo-liberale gedachtengoed welig tiert, gebeurt dit niet. Het gevolg is dat de maatschappelijke steun voor een radicale sanering van de sociale zekerheid al bij voorbaat ontbreekt. Vanwege haar 'natuurlijke rol' (Rottenberg) is de PvdA vervolgens gedwongen om op de ouderwets-sociaaldemocratische toer te gaan en daarmee een verregaande 'afbraak van sociale rechten' te voorkomen. Hoe vervelend ook, van prachtige moderniseringsgedachten blijft in de keiharde alledaagse politiekeconomische werkelijkheid uiteindelijk maar heel weinig heel.

Snelle jongens

In het zomernummer van 'De Helling' schrijft econoom Kees Vendrik: 'Het sociale compromis van Nederland dreigt te worden opgeblazen en daarmee wankelt een van de belangrijkste pijlers van de verzorgingsstaat. De Wolfson-adepten (sociale zekerheid betaalbaar en in stand houden via 'volumebeleid') dreigen nu definitief het onderspit te delven tegen de snelle jongens van het ministelsel.' Alleen een forse herverdeling van arbeid, waarbij de bestaande banen evenwichtiger over de bevolking verdeeld worden en er tevens ruimte komt voor een meer ontspannen en zorgzame samenleving, kan de PvdA voor een ineenstorting behoeden. Deze herverdeling zou onderdeel kunnen zijn van een 'nieuw sociaal compromis': een ingrijpende herstructurering van de arbeidsmarkt gekoppeld aan een beduidende lastenverschuiving in de richting van een daling van de arbeidskosten.

Een tweede dubbelzinnigheid schuilt in de glibberige omgang met het begrip burgerzin. Enerzijds wordt een grenzeloos, bijna naief vertrouwen uitgesproken in 'democratisch burgerschap'. Het program predikt de boodschap van 'fundamentele democratisering' en heeft zelfs enkele verregaande politieke vernieuwingsvoorstellen in petto (correctief referendum, volksinitiatief, voorkeurstemmen, maatschappelijke enquete). De mondige, geindividualiseerde burger moet worden ingeschakeld om de dynamiek terug te brengen in het verstarde en verstopte politieke systeem. Anderzijds moet de burger zich onderwerpen aan een van bovenaf, door de politiek gedicteerd sociaal regime, het nu al gevleugelde concept van de 'strenge rechtvaardigheid'.

'Nieuwe hardheid'

De passages over 'nieuwe hardheid' doen vermoeden dat men uiteindelijk voor het laatste kiest. Dat mag. Elke politieke stroming heeft het recht om te proberen haar eigen denkbeelden zo algemeen mogelijk ingang te doen vinden. Los van de vraag hoe men zich dit voorstelt, moet de PvdA er dan rekening mee houden dat maar weinig burgers bereid zullen zijn om samen met haar (en het CDA?) het pad naar de 'strenge rechtvaardigheid' te bewandelen. Zeker niet als zij niet tegelijkertijd de harde garantie hebben dat zij er zelf ook wat aan hebben: een betere buurt, werk, een goede verzorging etcetera.

Een algemeen appel op meer burgerzin als basis voor een nieuw radicaal kabinetsbeleid is volstrekt kansloos. De 'burgerzin' van de PvdA ademt niet alleen teveel de geest van paternalisme, maar laadt vooral ook de verdenking op zich voort te komen uit politiek eigenbelang. Plat gezegd: het lijkt een makkelijke truc om het CDA gunstig te stemmen en en pasant ook nog wat stemmen uit deze hoek mee te pikken.

In plaats van zich af te vragen waar de fundamentele vervreemding tussen de partij en haar traditionele electoraat op is gebaseerd, put men zich uit in een dubieuze beschouwing over 'consensus'. Men presteert het te beweren dat “de globale consensus over de strenge rechtvaardigheid niet is omgezet in groeiende electorale waardering van de nieuwe PvdA omdat in de vorming van gedetailleerde consensus van alles is misgegaan”. Met andere woorden: Elske ter Veld is slecht, Jacques Wallage is goed. Nee, dan is de diagnose van partijideoloog J. Th. J. van den Berg een stuk scherpzinniger. De PvdA heeft zich zijns inziens ontpopt als kampioen bezuinigen zonder te zorgen voor een rechtvaardige en zorgvuldig beheerde verzorgingsstaat.'Bezuinigingen worden aanvaard als zij zijn gebaseerd op weloverwogen politieke keuzes en prioriteiten en op beginselen van materiele rechtsgelijkheid en rechtszekerheid. ( . . . ) Van reele, en uit te leggen, keuzes in het systeem van publieke voorzieningen is, uitzonderingen daargelaten, geen sprake. De argumenten wisselen naargelang het uitkomt.”

Kan de PvdA met dit program de vereiste maatschappelijke steun 'terugwinnen'? Jawel. Het program biedt voldoende aanknopingspunten om te komen tot een moderniseringsprogram van links Nederland, een ambitie waartoe de PvdA zichzelf in het program uitdrukkelijk bekent. Maar dan zal men toch zorgvuldiger moeten nadenken over hoe men een politiek en maatschappelijk draagvlak kan creeren voor een nieuwe progressieve politiek.

Samen met welke politieke partners denkt de PvdA eigenlijk dit program te kunnen uitvoeren?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden