De Opvoedvraag

Is er een goede manier om met tieners over ziekte en de dood te praten?

"Vader en moeder mogen hun verdriet zeker laten zien. Maar zeg erbij: dit is normaal, dit hoort erbij."Beeld thinkstock

Hoe bespreek ik ziekte en dood met kinderen van 13 en 11, vraagt een vader zich af. 'Vraag het ze zelf!'

Mijn schoonvader heeft ineens kanker", schrijft een vader. "Daar probeer ik over te praten met ze, maar ik merk: zoon en dochter knikken ja en amen, zijn soms een beetje verdrietig, maar verder is het toch moeilijk bespreekbaar."

Op de mededeling dat ze alles kunnen vragen als ze ergens mee zitten, krijgt hij het antwoord 'jaa-haaa'.

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom kinderen het niet al te veel over moeilijke zaken willen hebben, zegt Leoniek van der Maarel. Ze is rouwtherapeute en actief voor 'Achter de Regenboog', de stichting die kinderen en jongeren helpt met verliesverwerking. Misschien dringt het nog niet helemaal tot hen door, oppert ze. "Gaat het pas spelen als ze opa zien, als hij magerder wordt. Misschien denken ze wel: o jee kanker, maar hij wordt vast behandeld."

Het is volgens haar ook niet zo gek als het nare nieuws hen echt minder raakt. "De ouders hebben er veel emoties bij. Voor moeder betekent het misschien dat ze een van haar ouders moet gaan missen. Ik weet natuurlijk niet hoe de band is tussen opa en kleinkinderen, maar hij woont waarschijnlijk ergens anders, staat wat verder af van hun dagelijks leven. En laten we niet vergeten dat iemand van zestig al stokoud is in de ogen van een kind. Zij vinden het misschien een normaal proces, dat een opa ziek wordt en doodgaat."

Het kan ook nog zo zijn dat ze het moeilijk vinden om hun ouders verdrietig te zien. "Dan gaan ze jou ontlasten: laten we het er maar niet te veel over hebben."

Openheid
Toch hoeven ouders bij kinderen van elf en dertien niet heel voorzichtig te zijn, vindt de psychotherapeute. "Vader en moeder mogen hun verdriet zeker laten zien. De kinderen voelen toch wel aan dat zij er vol van zijn. Maar zeg erbij: dit is normaal, dit hoort erbij."

Openheid is hoe dan ook het beste, zegt Van der Maarel. "Als je informatie gewóón geeft, dat vinden ze het ook gewóón om het er over te hebben. Opa heeft deze vorm van kanker, er zijn geen garanties, of misschien is er zelfs een grote kans dat hij binnenkort overlijdt. Als je open bent over wat er gebeurt, dan kunnen ze ook in alle openheid vragen stellen. Als je ze de ruimte geeft, dan komen ze echt wel."

Dat denkt Tako Rietveld ook. Hij is zo'n beetje specialist 'praten met kinderen'. Hij werkte tien jaar voor het Jeugdjournaal en maakte interviews over allerlei onderwerpen, ook moeilijke. Inmiddels noemt hij zichzelf kindercorrespondent, hij tekent verhalen van kinderen op, omdat er in zijn ogen veel te vaak óver hen in plaats van met hen wordt gepraat.

Volgens Rietveld willen de meesten gráág vertellen wat hen bezighoudt. Al snapt hij dat het hier gaat om een pre-puber en een puber. Die barsten niet meteen los als een ouder naast ze op de bank ploft. "Begin zo'n gesprek liever tussen neus en lippen door, tijdens het sporten, als je samen in de auto zit."

Echte interesse
Belangrijkste is écht te luisteren. Rietveld: "Ouders kunnen soms nogal krampachtig zijn, hoe zal ik het aanpakken? Nou, met echte interesse en open vragen. Niet: vind je het vervelend? Maar: hoe is dat nou voor jou, hoe denk jij daar over? Waarom dan, leg eens uit. Prima als vader zijn eigen gevoel laat zien en zijn mening geeft. Maar niet te veel zelf aan het woord."

Rietveld zag het Jeugdjournaal in eerste instantie vooral als een leuke, creatieve manier van televisie maken. "Al gauw merkte ik dat kinderen ook echt iets te vertellen hebben. Wij volwassenen zien hen vaak als ondergeschikt, wij hebben levenservaring, wij hebben doorgeleerd en dus kunnen wij vertellen hoe het zit. En vaak doen we dat ook letterlijk van bovenaf, de kinderen zittend, wij staand. Zorg eerst eens dat je op gelijke hoogte bent."

Kinderen hebben dezelfde emoties, evenveel gevoel als volwassenen, denkt de kindercorrespondent. Ze kijken wel anders. Vaak doen ze minder ingewikkeld, niet per se luchtiger, maar ze komen eerder bij de kern.

"Misschien zeggen zij nu bij opa wel: het is, zoals het is. Of ze bedenken heel praktisch wat ze nog met hem willen doen. Daar kunnen ouders nog wat van leren, ik ben ook altijd weer verbaasd."

In die zin, kan vader met zijn vraag beter bij zijn kinderen terecht dan bij volwassen experts, vindt Rietveld. "Vraag het ze zelf! Hoe willen jullie het erover hebben, met wie, wanneer, wat moet ik doen? Gooi het open!"

De opvoedvaag is een wekelijkse rubriek in Trouw waarin lezers vragen stellen aan opvoedingsdeskundigen. Heeft u een vraag, stuur deze op naar opvoedvraag@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden