Is een gevangenis uit de tijd?

Liesbeth Noordegraaf-Eelens: 'De veronderstelling dat een straf mensen vanzelf tot het goede inzicht brengt, is naïef.' Beeld Arie Kievit

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele kwestie. Volgens filosoof Rein Gerritsen zijn gevangenissen achterhaald. Intussen leiden bezuinigingen tot versobering van het regime. Heeft Gerritsen gelijk?

De gevangenis in zijn huidige vorm is 'een recept voor rampspoed', meent filosoof Rein Gerritsen. In een interview in Letter & Geest over zijn boek 'Filosoof in de bajes' hield hij zijn deels op eigen ervaring gebaseerde betoog.

Volgens Gerritsen dient de gevangenis in zijn huidige vorm niet de beoogde doelstellingen (veiligheid, preventie, genoegdoening en resocialisatie), maar werkt het instituut alleen maar meer ellende in de hand. De recidive is hoog (70 procent) en ook gevangenispersoneel heeft het zwaar.

Gerritsen noemt de gevangenis zelfs een uiting van wat de schrijver György Konrád het 'Auschwitz-syndroom' noemde - een proces waarin het individu absoluut onderworpen wordt aan de staat.

Gerritsen heeft het politieke tij in elk geval niet mee. Het aantal tweepersoonscellen wordt uit budgettaire overwegingen opgevoerd van 15 naar 50 procent. Het regime wordt verder versoberd. Heeft Gerritsen een punt, en gaan we zo precies de verkeerde kant op?

'Onfatsoenlijk en misplaatst'
Frank Ankersmit, emeritus-hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen: "Eerst dit: het feit dat Gerritsen naar aanleiding van zijn ervaring in een Nederlandse gevangenis zelfs maar het woord Auschwitz laat vallen, is uitermate onfatsoenlijk en misplaatst. Zelfs als het hem enkel gaat om het signaleren van bepaalde groepsprocessen onder bewakers, is het begrip in dit verband niet met goed fatsoen te hanteren. En dat gevangenisbewaarders vaker depressief blijken te zijn: ach, zo kan ik nog wel wat beroepsgroepen noemen. Als dat een argument is, kan je de halve samenleving wel opdoeken.

"Nee, het lijkt erop dat Gerritsen een fundamenteel aspect van ons rechtssysteem niet begrijpt: in het recht is niet de persoon, maar de handeling strafbaar. Als iemand een straf krijgt, is dat dus niet omdat hij een slecht persoon is. En die straf heeft ook niet als inzet om van die persoon een goed mens te maken. Je hebt de grenzen overschreden die in de Nederlandse samenleving gelden voor behoorlijk handelen, en daar staan straffen op. Wat dat voor jou als persoon voor consequenties heeft, daar gaat het recht niet over. Verder is de gevangenis niet bedoeld om mensen een plezierige tijd te geven. Het is zoals bij kinderen: wie stout is, krijgt straf. Stelt die straf niks voor, dan wordt een kind er niet door afgeschrikt en heeft het geen zin om ermee te dreigen."

 
Het aantal tweepersoonscellen wordt uit budgettaire overwegingen opgevoerd van 15 naar 50 procent. Het regime wordt verder versoberd

Liesbeth Noordegraaf-Eelens, filosoof en econoom, hoofd van de afdeling humanities aan het Erasmus University College: "Afschrikking is niet het enige doel van het opsluiten van mensen. Aan een verblijf in de gevangenis zitten ook educatieve kanten. We sluiten mensen op zodat ze later weer in de maatschappij kunnen integreren. Dat klinkt contra-intuïtief, en dat is het eigenlijk ook. Hoe kunnen gevangenen leren omgaan met een samenleving als ze daar tijdelijk buiten worden geplaatst? Dat dit niet vanzelf gaat moge duidelijk zijn. De veronderstelling dat een straf mensen vanzelf tot het goede inzicht brengt, is naïef. Een gevangenisstraf moet dus een investering in mensen zijn.

"In de politiek wordt de gevangenis nu vooral met economische bril bekeken: twee gevangenen op één cel is goedkoper. Ik vind dat wel begrijpelijk, maar je moet je ook afvragen: wanneer is de investering rendabel, als je alle doelstellingen meeweegt? Als we gevangenen laten meebetalen aan de gevangenschap komen ze met een schuld naar buiten, dan hebben ze misschien nog minder te verliezen en wordt de verleiding tot misdaad alleen maar groter. Hoeveel we gevangenen ook laten meebetalen of met hoeveel we ze op een cel zetten, het is zeer de vraag of zij, en daarmee wij als samenleving, er beter van worden."

Herstel van relatie met samenleving
Ankersmit: "Zoals gezegd: het gaat er niet om of de gevangene een beter mens wordt. Het gaat in het strafrecht om daden. Natuurlijk is er wel een link met de daders - er kan sprake zijn van verzachtende omstandigheden als iemand heel raar in elkaar zit. Dat weegt mee, maar de bepaling en de uitvoering van de straf heeft niet ten doel: hoe gaan we deze mens beter maken? De gevangenis is geen opvoedingsinstituut. Voor zover het lukt om mensen betere gewoonten aan te leren, is dat mooi meegenomen. Maar dat mag nooit ten koste gaan van de essentie: dat iemand straf heeft gekregen."

Noordegraaf: "Een straf is wel degelijk ook gericht op het herstel van de relatie met de samenleving. Het is zeer de vraag of dat herstel dichterbij komt door de gevangenissen zoals ze nu zijn. De verhouding is verstoord door een overtreding van de wet, een gevangenisstraf is een straf daarvoor, maar dat is niet voldoende. Het is een begin. Als de straf is uitgezeten: wat dan?

"De Franse filosoof Michel Foucault heeft veel geschreven over de gevangenis en disciplinering. Hoewel zijn gedachtengoed kritisch is, kun je het ook affirmatief inzetten. Een gevangenisstraf is gericht op de disciplinering van mensen en gedisciplineerde mensen kunnen meedraaien in de maatschappij. Maar als een gevangenis ver buiten de maatschappij staat, is het maar zeer de vraag of gevangenen op de juiste manier worden gedisciplineerd.

Geen wrede lijfstraffen
Noordegraaf: "De context in de gevangenis is fundamenteel anders dan in de maatschappij, de gevangenis is een soort eigen wereld. Ik betwijfel of disciplineren in die context zinvol is. Ik kan me bijvoorbeeld thuis makkelijk voornemen dat ik vroeg van een feestje naar huis ga omdat ik nog een hoop werk te doen heb, maar op het feest pakt het anders uit. Omdat er andere dynamieken gaan spelen, zoals sociale druk. De vraag is dan ook of we mensen in de gevangenis zodanig disciplineren dat ze bestand zijn tegen de sociale druk die ze buiten een gevangenis ervaren."

Ankersmit: "Foucault wijst erop dat er voor de Franse Revolutie, in het ancien régime, een grotere variëteit in straffen was. In de achttiende eeuw heeft Beccaria verwoord dat het humaner is om alle misdaden te beantwoorden met celstraf, in plaats van wrede lijfstraffen. Dat idee heeft breed ingang gevonden ten tijde van de Verlichting. De Verlichting wilde het geluk immers voor iedereen bereikbaar maken en daartoe de samenleving disciplineren.

"Volgens Foucault is de 'humanisering' die de Verlichting zou hebben voorgestaan maar de halve waarheid. Hij bespeurt dat de disciplinering die in de gevangenis gewoon is, nu eigenlijk de hele samenleving gold. De burgers worden keurig in het gelid gedreven en marcheren braaf naar de ideale maatschappij. Hij vond dat er een duidelijk verschil moet zijn tussen samenleving en gevangenis. Dat ben ik van harte met hem eens."

 
Het gaat er niet om of de gevangene een beter mens wordt. Het gaat in het strafrecht om daden
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden