Is een dwangneurose te behandelen?

Lieneke van de Wal (44) leed dertig jaar lang in steeds ernstiger mate aan dwanghandelingen. Zij heeft smetvrees, zoals dat in de volksmond heet. Het beheerste en ruïneerde uiteindelijk haar hele leven. Ze is nu medewerker van de Stichting Fobieclub Nederland, de patiëntenvereniging voor mensen met angst- en paniekstoornissen.

Eveline Brandt

,,Als ik door het huis liep, veegde of zoog ik meteen mijn voetstappen achter me weg. Had ik gedoucht, moest meteen de badkamer gedweild. Iedere dag moest ik alle vensterbanken afnemen. In mijn huis was in die tijd geen teken van leven te ontdekken.

Ik heb een eettafel met stoelen eromheen. Zeker tien jaar heb ik niet op zo'n stoel gezeten. Dat vermeed ik, want alles wat ik aanraakte, moest daarna weer helemaal gepoetst worden. Op het laatst kon ik bijna niets in huis meer gebruiken, uit angst dat ik er sporen op zou achterlaten. Als ik binnenkwam, liep ik op sloffen mijn vaste route naar de bank, daar had ik een hoekje en de hele avond kwam ik daar niet meer vandaan. Ik mocht letterlijk geen stof doen opwaaien. Alles moest 100 procent schoon zijn.

Ook in mijn werk kon ik niet stoppen. Ik was super-perfectionistisch. Mijn collega's zullen me wel een soort robot gevonden hebben. Ik verzette ongeveer twee keer zoveel werk als zij, maar als collega en als mens moet ik onuitstaanbaar zijn geweest. Je vereenzaamt nog verder doordat er niemand op bezoek mag komen. Natuurlijk niet, stel je voor dat ze door je huis lopen; moet je dat weer allemaal gaan schoonmaken.

Ieder kind heeft rond z'n tien, twaalfde jaar een soort magische fase. Dan mag ie bijvoorbeeld niet op de lijnen tussen de stoeptegels lopen. Bij mij is dat nooit meer overgegaan. Het werd alleen maar erger. De buitenwereld zag ondertussen iemand die zich keurig aan de normen hield. Ik haalde hoge cijfers, want een acht was niet goed genoeg. En was erg netjes.

Nu weet ik dat ik al die jaren bezig was mijn onlustgevoelens weg te poetsen. Het heeft meer dan 25 jaar geduurd voordat ik dat voor mezelf kon toegeven. Voor die tijd dacht ik natuurlijk weleens: ik poets wel erg veel. Maar pas vier jaar geleden ben ik naar de huisarts gegaan en heb ik gezegd: ik kan zo niet verder, ik ga hieraan kapot. Aan de telefoon bij de fobieclub hoor ik voortdurend verhalen van mensen die ook jarenlang met hun dwangstoornis rondlopen. En als ze er dan mee naar buiten durven komen, gaan ze vaak van het kastje naar de muur. Soms probeert een arts eens wat met pillen of praten, maar meestal kan die niet eens de juiste diagnose stellen.

Mijn redding was eigenlijk dat ik instortte en zwaar depressief werd. Ik kreeg een anti-depressivum. In de bijsluiter van dat middel las ik dat het ook hielp tegen dwangstoornissen. Op eigen houtje heb ik toen de dosis verdubbeld en dat hielp. Door die pillen wordt de dwang minder heftig en de wil om er tegenin te gaan sterker. Ik ben nu zeker voor 50 procent van mijn aandoening af. Met de pillen kan ik nog niet stoppen helaas, want een beetje stress en ik val terug. Ook blijf ik een erg net mens. Maar ik mag nu in huis mijn schoenen aanhouden, er mogen mensen binnenkomen. Perfectie en menselijkheid gaan niet samen, weet ik nu.''

(Lieneke van de Wal is een gefingeerde naam om de privacy van de betrokkene te waarborgen.)

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden