Review

Is dit nou allemaal wel zo interessant?

Coen Verbraak: Over het vak. Theaterinstituut Nederland; 184 blz. - ¿ 30.

Toon Hermans houdt er niet van invallen te noteren. Als je vergeet wat je bedacht hebt, komt er heus wel weer iets anders. Bij Bert Visscher staat een doos waarin hij volgeschreven bierviltjes en papiertjes met aantekeningen opspaart.

Brigitte Kaandorp belt haar regisseur wanneer ze iets nieuws begint, want meestal slaat de paniek toe en zonder hulp komt er dan niets uit haar handen. Harrie Jekkers vindt het werken aan een nieuw programma ontspannend en een mooi excuus om met co-writer Koos Meinderts een paar maanden in de Spaanse zon te zitten.

Voor Seth Gaaikema is een voorstelling na zo'n tachtig optredens 'verspeeld', omdat je dan alleen nog maar reproduceert. Hans Teeuwen speelde zijn eerste soloprogramma ruim 250 keer en zocht via improvisaties steeds naar nieuwe invalshoeken.

Paul van Vliet wilde na dertig jaar cabaret wel eens iets anders doen en koos het vorige theaterseizoen voor een musical. Herman van Veen heeft het idee al dertig jaar zijn eerste theaterprogramma te spelen en ziet geen enkele reden daarmee op te houden. Cabaretgroep Purper besteedt veel repetitietijd aan manieren om uit bepaalde komische nummers het maximale effect te halen. Paul de Leeuw hoort tot de cabaretiers die niet leuk hoeven te doen, omdat ze weten dat ze het van zichzelf al zijn.

Bovenstaande cabaretiers interviewde Coen Verbraak 'over het vak'. In veertien portretten vertellen zij over het voorbereiden, maken en spelen van hun programma's. De kracht van dit boek is dat nu eens niet de persoonlijkheid en het succes van cabaretiers centraal staat, maar het métier. Dat maakt het tot verplichte kost voor theaterwetenschappers en aanstormende talenten. De aan het woord gelaten cabaretiers kunnen immers bogen op jarenlange ervaring, uitgezonderd nieuwkomer Hans Teeuwen dan, voor wie Verbraak koos omdat hij geldt als het grootste talent van dit moment. Teeuwen besluit het boek, dat Freek de Jonge opent. Het is opmerkelijk te lezen hoeveel gelijkenis deze twee theatermakers tonen in hun visie en werkwijze.

Overigens moet de lezer alle overeenkomsten en verschillen zelf ontdekken en dat is de zwakte van deze interviewbundel. De vraag rijst waarom Verbraak zijn gespreksmateriaal niet heeft verwerkt tot één verslag, zoals hij wèl deed voor de radioserie die hij op basis van deze interviews samenstelde. Elke cabaretier kreeg nagenoeg dezelfde vragen voorgelegd en de antwoorden lenen zich, zoals hierboven is aangetoond, uitstekend voor onderlinge vergelijking. Ook de keuze van de 'proefpersonen' wekt enige verbazing. Niet het ontbreken van Herman Finkers, aangezien die weigerde mee te werken, want: “Het is met humor als met seks: hoe meer je erover praat, hoe minder zin je erin krijgt.” Maar de solisten zijn oververtegenwoordigd met dertien tegen één. Het duo Waardenberg & De Jong ontbreekt, maar daarvan is juist bekend dat het een zeer afwijkende programmavoorbereiding kiest. En de enige niet-solist is Purper, terwijl voormalige groepen als Cabaret Don Quishocking en Kabaret Ivo de Wijs heel wat meer recht van spreken hebben. Gezien de deelname van Martine Bijl en Hermans, was nog actief zijn immers geen voorwaarde.

Verbraaks persoonlijke voorkeur lijkt debet aan deze selectie en zijn grote bewondering voor de geïnterviewde cabaretiers maakt ook de gesprekken zelf soms wat vlak en tam. Bovendien gaat zijn kwalijke schrijfstijltje irriteren. Tientallen keren per pagina lezen we overbodige toelichtingen als 'zegt hij', 'stelt hij', 'legt hij uit', 'vertelt hij' - een corrector had goed werk kunnen doen. Nog hinderlijker is zijn poging onnodig uit zijn rol te stappen en literatuur te willen bedrijven. Dat leidt dan tot clichés als dit: 'lange denkpauzes die door de zwarte pendule achter de tafel geduldig worden volgetikt'.

Daar staat tegenover dat het boek bijzonder fraai is uitgegeven en dat er mooie foto's in zijn opgenomen van Bert Nienhuis. En wat belangrijker is: het bevat dus interessante beroepsinformatie waarover cabaretiers in andere interviews nauwelijks komen te spreken. 'Is dit nou allemaal wel zo interessant?', vraagt Martine Bijl midden in zo'n 'technisch verhaal' aan haar interviewer. Ondanks de genoemde bezwaren vind ik van wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden